Monthly Archives: november 2011

Een portie engelengeduld graag…

Wat zou ik graag een portie engelengeduld willen hebben. Het hoeft niet veel te zijn, maar een klein beetje extra geduldigheid zou dezer dagen goed uitkomen. Ken je die reclame waarbij een kind hysterisch op de grond in de supermarkt ligt omdat ze haar zin niet krijgt? Ik voel me soms de moeder die er vervolgens krijsend naast gaat liggen. Onze kleine M. zit in ‘een fase’, althans ik hoop van ganser harte dat we hier slechts met een fase te maken hebben. Hij drijft je tot wanhoop en blijft net zo lang tieren en krokodillentranen plengen tot hij toch zijn zin krijgt. En wat kan ik daar slecht tegen…

Mensen vragen altijd “…en het is natuurlijk het liefste kind van de wereld…” Een vraag zonder vraagteken, net als “hoe gaat het”. Je mag daar geen eerlijk antwoord op geven want het gaat slechts om een vorm van beleefdheid. Toch geef ik graag standaard een onverwacht antwoord op deze vraag: “Nou nu je het zegt: eigenlijk niet”.
Kleine M. is nou eenmaal niet altijd de allerliefste. Hij is anderhalf en heeft een eigen mening, een eigen wil én een eigen agenda. Bovendien zijn die mini’s allesbehalve dom. Waar je gisteren nog net kon doen of hij hetzelfde toetje kreeg als jij, weet hij vandaag donders goed dat jouw bakje iets heel anders bevat.

Terug naar de wens van het engelengeduld. Gisteren loop ik met mijn lief en M. in het park. Hij loopt inmiddels en hoe leuk is het om hem zijn eerste stappen buiten te laten zetten. Het gaat voorspoedig, hij lacht en praat honderduit. Kleine haarscheurtjes in zijn geluk ontstaan op het moment dat we zijn doosje rozijntjes willen afpakken. “NEE, wat denk je wel niet! Die zijn van mij en die kan ik heel goed zelf vasthouden!” Goed, houd jij dat doosje maar lekker op zijn kop vast, zelf weten. We hebben een ruig parcours afgelegd voor zo’n eerste wandeling: over het grasveld, door kuilen en over bulten. Gevolg: een nat pak maar ook veel plezier. Wij ouders vinden het voor M. bij de uitgang echter tijd om weer in de wandelwagen te gaan zitten. Een strijd barst los. Krijsend, spartelend en met dikke tranen probeert hij zich te verzetten. In mijn ooghoek zie ik diverse mensen passeren die dit tafereel gadeslaan. Wat zullen ze denken? Stelletje ontaarde ouders, kunnen dat kind niet eens in bedwang houden.

Heel veel andere opties zijn er toch niet? Als ouder ben jij de baas, moet je consequent zijn en vooral duidelijk. Alleen….die kleine lieve mormeltjes doen er alles om aan te testen hoever zij kunnen gaan en hoever jij het laat komen. Een portie geduld helpt hier wel bij. Vroeger leerde mijn vader me tot tien tellen…misschien wordt het tijd om deze oefeningen weer eens af te stoffen.

De ochtend na de worstelpartij trek ik mijn jas aan om naar het werk te gaan. Voor het eerst in al die tijd staat kleine M. dikke tranen te huilen omdat zijn mama weggaat. Met een brok in mijn keel trek ik de deur achter me dicht. En ja, ik geef het toe: mijn kind is inderdaad de allerliefste.

De Bubbel en ik…

Het lijkt wel of mijn leven alleen maar om wasgoed draait, niets is minder waar. Maar sinds een week staat er een blinkende nieuwe wasmachine in huis: De Bubbel. Dit is in mijn hele zelfstandige leven nog niet voorgekomen. Eerder waren het altijd tweedehandsjes van een oma die naar een verzorgingshuis vertrok. Ik weet dan ook niet wat me overkomt: schone was, een apparaat met een oplichtende display en allerlei pieptoontjes bij het opstarten en het afronden. Bovendien vertelt hij hoe lang het duurt, hoe vaak hij spoelt en centrifugeert.

Man, ik ben compleet gelukkig en draai het liefst meerdere wassen op een dag. Ik voel me huiselijk en dat komt goed uit. De bubbel en ik zijn dikke vrienden, een team en dat kleine M. deze week tanden krijgt, is voor ons dan ook een buitenkansje. We hebben een podium om onze talenten te laten zien: mijn sterkte punten zit ‘m in het voorbereidende werk en De Bubbel kan de klus klaren. Een duo voor het leven, ideaal!

Tot dat… ik de zoveelste was van de week deed met opnieuw vieze rompers, broekjes en ga zo maar door. De chemie tussen De Bubbel en ik was even zoek, een vlaag van verstandsverbijstering? Op het moment zelf voelde het echter niet zo, totdat ik al smsend met mijn zus de was eruit haalde. De Bubbel had me in de steek gelaten of nee, laat me eerlijk zijn:

Ik had hem in de steek gelaten. In een onbewaakt ogenblik had ik een wit t-shirt tussen de spijkerbroeken en rompers gestopt. En nu was het niet meer wit maar licht blauw. Ai, waarom had ik niet opgelet? Schreeuwde ik een paar weken geleden van de daken dat mannen niet kunnen wassen… twijfel ik deze week meer aan mijn eigen waskwaliteiten. K. mijn allerliefste, hierbij bied ik mijn oprechte excuses aan. Sorry, ik zal nooit meer zeggen dat je niet kunt wassen. Alhoewel uitzonderingen daargelaten…

En Bubbel…ik zal weer vrienden met je worden en als we samenwerken heb jij mijn onverdeelde aandacht!

Niet alleen maar vrolijke niemendalletjes…

Sinds kort heb ik een Facebook account. Niet eerder wilde ik iets uit het brede scala van Social Media gebruiken, want ik hoefde niet zo nodig gevonden te worden en mijn ziel en zaligheid met iedereen te delen. Totdat ik dit blog startte en wie blogt wil gelezen worden.
Ik moet nog wennen aan het karakter van het medium. Vrolijke niemendalletjes waar een handvol mensen op reageert. Als je even niet oplet, is je bericht allang uit beeld verdwenen en is de aandacht voor jouw eigen kattenbel tot het nulpunt gedaald.
Het blijft allemaal luchtig en vermakelijk tot iemand een bericht achterlaat dat ze niet meer beter wordt. Het karakter verandert en de twijfel ontstaat. Het is een vaag bericht van een oude, bekende maar het blijft wel in je hoofd rondspoken. Wat zou ze er mee bedoelen en zal ik het vragen…of toch niet? Ze wil er aandacht voor vragen, maar ik twijfel nog. En nu, ruim een week later, twijfel ik nog steeds.

Hoe anders is het bericht dat mijn stoere neef M. achterlaat. Sinds een paar maanden loopt hij de deur van het ziekenhuis plat vanwege kankercellen die in zijn lijf woekeren. Het leek onder controle maar sinds twee weken is het toch goed mis. Hij heeft zijn Facebook niet gebruikt om vage berichten achter te laten. Nee, M. gebruikt het medium om open en duidelijk te zijn over hoe het hem vergaat. Het is geen geheim, iedereen mag het weten … en hoe! Hij blogt over zijn ziekte: recht voor zijn raap, maar ook hilarisch. En het werkt: de drempel is aanzienlijk lager en zijn ziekte hierdoor bespreekbaar. Hij is niet dood, hij leeft! Bijna dagelijks kunnen zijn vrienden lezen hoe het hem vergaat. Niet alleen verhalen over een bezoek aan een voortplantingskliniek (voor later), maar ook over hoe hij verlangt naar het verwezenlijken van zijn dromen. Soms pijnlijk verdrietig, soms vreselijk grappig maar altijd eerlijk. Al zijn verhalen vormen een levendig portret van een jonge patiënt. Het sociale medium krijgt hiermee een warm hart. Ik kijk uit naar zijn verhalen en hoop dat hij blijft schrijven, ook als de chemo hem straks zal verzwakken.

Sjors twijfelt nu eens niet en houdt een pleidooi voor open en eerlijke verhalen! Lees zijn blog ook eens! Ik laat je graag alvast een stukje lezen…

Belangrijke bijzaken als je kanker krijgt. De toekomst. Zaad invriezen omdat mogelijke impotentie om de hoek komt kijken bij het krijgen van chemotherapie.

Nou weet de echte Wiz kenner dat ik een pleuris hekel heb aan kinderen. Ze janken, maken lawaai, schijten je hele huis onder. Eigenlijk doen ze alles enkel en alleen om mij te irriteren. Tenminste dat denk ik.

Maar goed, de kans bestaat natuurlijk dat ik ook een chick tegen kom waarbij ik ineens denk dat ik wel zo’n klein monstertje van mezelf wil. En om te zorgen dat dit geen problemen geeft moest ik even naar het AMC in Amsterdam toe.

Wil je meer lezen? Ik maak graag ongegeneerd reclame voor verhalen die gelezen mogen worden: Wiz is weg!

De logica van wasgoed

Ons huis stond vandaag bol van de rolbevestigende activiteiten. Manlief was druk met zijn klusproject in de berging en ik hield me bezig met kleine M. en zijn te kleine garderobe. (De zomerromper achtervolgt me ook thuis nog.)

Begrijp me niet verkeerd, soms is er niets mis met de ouderwetse rolverdeling. Sommige dingen kunnen vrouwen nu eenmaal beter dan mannen…en andersom. Vooral mannen lijken het heerlijk te vinden om vrouwen te wijzen op hun mindere kwaliteiten. Zo schept een collega er groot genoegen in dat hij zijn bolide in een oogwenk in de kleinste gaatjes parkeert, terwijl zijn vriendin eerst parallel moet staan om te zien of haar autootje past. Deze discussie blijft ons thuis bespaart vanwege het simpele feit dat ik (vooralsnog) niet rijd.

Wel twijfel ik soms aan de logica van de andere sekse. Ik vraag me bijvoorbeeld wel eens af hoe vaak je nog moet uitleggen dat een zwart kledingstuk niet samengaat met een handdoek. Dat begrijpt toch iedereen…zou je denken. Maar daar heb ik het mis. Na onze rolbevestigende ochtend opperde ik dat de was hoognodig gedaan moest worden. Manlief was zo aardig om de was te verzamelen, terwijl ik verder mocht met mijn blog. Ik had nog een paar mislukte pogingen, maar nog geen goed onderwerp. Prima geregeld! Terwijl hij verzamelde liep ik toevallig langs en zag een grote berg gekleurd beddengoed en handdoeken liggen met bovenop mijn zwarte jurkje. “Wat ga je met deze stapel doen?” Ik stelde een zogenaamd neutrale vraag, maar wist natuurlijk allang dat die stapel in de wasmachine dreigde te verdwijnen. Vol ongeloof keek ik manlief aan en vroeg hem waarom hij dat samen wilde wassen. “Ik doe de gekleurde was.” Ergens begreep ik zijn logica wel, maar zag hij dan niet dat hij een denkfout maakte? Of liever gezegd…een logische stap vergat? Kleding was je samen met kleding en inderdaad het liefst op kleur, maar kleding en handdoeken….? Ik zag mijn jurkje alweer vol pluizen uit de wasmachine komen.

In de loop der jaren heb ik geleerd er niet zo’n punt van te maken, maar toch kan ik het niet laten er iets over te zeggen. En juist dat laatste schijnt totaal averechts te werken want dat ik me er over opwind is eerder vermakelijk. Een brede grijns verscheen er op zijn gezicht toen hij zei dat ik het hem nog jaren zou moeten uitleggen. Hoe duidelijk kan het signaal zijn? Het huishouden is niet weggelegd voor een vrouw vanwege de ouderwetse opvatting dat een man brood op de plank brengt maar omdat het in de genen zit. De logica van wasgoed zit in ons vrouwen en is aan weinig mannen uit te leggen. Onze goede vriend J. is de enige man die ik zou vertrouwen met ons wasgoed. Elke man die zich voelt aangesproken en met mij de wascompetitie aandurft is hierbij uitgenodigd!