Na een gesprek op school over de lichte faalangst van onze M., brak ik mijn hoofd over de vraag hoe hem hierbij te helpen. Hoe kunnen we hem spelenderwijs laten merken dat fouten maken mag en dat wij allemaal wel eens dingen moeten doen die we spannend vinden? Uiteindelijk droeg M. onbewust zelf de oplossing aan door naar de post-it op mijn laptop te vragen. Terwijl ik hem uitlegde dat het mijn ‘to-do lijstje’ voor mijn werk was en dat daar leuke, stomme én moeilijke dingen opstaan, bedacht ik ‘het lef-leuk-stom lijstje’. Alledrie verzinnen we tweewekelijks iets stoms, iets leuks en iets waar je lef voor moet tonen. Zo ziet M. dat wij allemaal weleens lef nodig hebben.
Lees verder!
Tag Archives: twijfel
Sjors, wat ga je doen?

Het nieuwe jaar is in volle gang en voor mij de hoogste tijd om Sjors Twijfelt weer eens grondig onder de loep te nemen. Ongeveer een jaar geleden gaf ik de website een make-over, maar nu is het moment daar om naar de inhoud te kijken….
Lees verder!
Hoe worden baby’s gemaakt?
“Papa, hoe worden baby’s gemaakt? Gebeurt dat net zoals bij kippen?”
Tijdens een winderige maandagavond na zwemles stelt M. manlief voor een gewetensvraag, want hoe ga je dit beantwoorden? Lang leve de wind want de vraag kon daardoor nog even omzeilt worden: “sorry, zei je wat? Ik hoorde je niet door de wind. Wacht anders maar even tot we thuis zijn.” En eenmaal thuis was de vraag vergeten. Pfieuw, nu nog even niet.Maar ja, wanneer dan wel? Wanneer is het wel het moment om het uit te leggen? Je kan toch moeilijk zeggen dat het inderdaad net zoals bij kippen gaat. Komt die jongen op school en vertelt aan zijn vriendjes dat we uit een ei komen. Ik zie het al gebeuren, het arme kind. Nee dat moesten we maar niet doen.
Lees verder!
Moet het allemaal zo ongenuanceerd?

Al lang twijfel ik of ik dit moet delen met de wereld. Discussiëren ligt niet in mijn aard en dat ga ik dan ook liever uit de weg. Televisieprogramma’s waar hard tegen hard een verschil van mening wordt uitgevochten bezorgen me meer dan kromme tenen en iemand zoals Pieter Storms met zijn Breekijzer (programma uit den ouden doosch) geeft me plaatsvervangende schaamte. Ik doe het geluid uit of zap weg en in het ergste geval sta ik op en verlaat ik de ruimte. Deze situaties gaan mij niet persoonlijk aan, maar toch voelt het vijandig en met vijandigheid kan ik slecht omgaan. Het maakt me niet sterker of gretiger om de strijd aan te gaan. Eerder maakt het me klein, onzeker en stemt het me treurig.
Lees verder!
Laat ik me hier wegjagen?

Huizen vliegen in Amsterdam niet langer als warme broodjes over de toonbank, maar worden brutaal onder je neus weggegrist. Kopers hebben geen boodschap aan de ongeschreven regels van de straat waarin ze gaan wonen, laat staan dat ze zich ook maar iets aantrekken van het woongenot van hun voordeurgenoten. Onze buurt is in nog geen jaar tijd veranderd van een rustige groene oase in de stad naar een plek waar groen vooral een sta-in-de-weg is. Benedenwoningen krijgen een uitbouw en de bomen moeten wijken. Benedenwoningen krijgen naast een uitbouw ook nog een schuur annex gastenverblijf en nog meer groen moet plaatsmaken. En mocht er dan een schaars stukje onbebouwd blijven dan verdwijnt het groen en verschijnen er…juist ja…geplaveide tuintjes.
Lees verder!
En wat nu?

Sjors was even uit de lucht, net als al eerder in 2016. Dit jaar loopt het leven even niet op rolletjes. En zonder rolletjes blijkt er weinig Sjors te zijn terwijl er juist twijfel genoeg is.
Het leven was fijn, het kabbelde rustig in het gezelschap van lieve familie en fijne vrienden. Totdat we er aan gingen morrelen. Want iedereen vraagt zich weleens af: is dit het nou? Kunnen we niet meer, beter, anders? Tenslotte zijn kabbelende beekjes net zoiets als achter de geraniums zitten, dat kan altijd nog!
Lees verder!
Sjors Twijfelt even
Verlaten winkelwagens
Wat doe jij ter ontspanning ’s avonds als je een dag hard hebt gewerkt? Nadat het huishouden aan kant is en je eventueel je routinematige sportieve plicht hebt gedaan? Er zijn mensen die de hele avond voor de buis hangen. Anderen chatten, Whatsappen of hebben een echt gesprek met vrienden in een café. Er zijn natuurlijk talloze mogelijkheden om je avond te spenderen, maar ik betrapte me laatst op een ietwat vreemde, bijna dwangmatige vorm van vrijetijdsbesteding. Op de avonden dat manlief werkt, struin ik regelmatig het internet af en bezoek ik prachtige online boetieks of heel gewone warenhuizen. Dat is op zich nog geen vreemde bezigheid. Ik heb echter de gewoonte om bij die online winkels winkelwagens te vullen tot ze uitpuilen. Achteloos gooi ik voor honderden euro’s in het karretje, maar als ik uiteindelijk de totale waarde er van zie, sluit ik de website en bezoek met plezier een volgend mooi warenhuis.
Bij sommige webshops heb ik de neiging om een paar dagen later terug te keren om te zien of het winkelwagentje nog gevuld is met mijn schijnaankopen. Bij een enkele website is dit het geval en ik analyseer aandachtig nogmaals de items. De conclusie na deze analyse? “Gelukkig heb ik bij het vorige bezoek mijn pinpas niet tevoorschijn gehaald.”
Vreemd gedrag toch eigenlijk? In een fysieke winkel ga je met een kritisch oog langs de rekken, pak je er hier en daar iets uit en vertrek je richting pashokje. In een winkel met mensen van vlees en bloed stap je niet met armen vol kleding op de kassa af om vervolgens, als de kleding al opgevouwen in de tas zit, de aankoop te annuleren. De verkopers zien je aankomen!
In webshops denk je dat niemand je ziet en is er in de wijde omtrek geen vriendelijke verkoper te vinden die je met ‘liefde’ vertelt hoe geweldig die net té strakke jurk je staat. Geen reden dus om je in te houden of je te gedragen als waardige klant. Hoeveel mensen zullen er zijn die online ditzelfde gedrag vertonen, hoeveel verlaten winkelwagens zullen er door het wereldwijde web zwerven?
Een paar maanden geleden ontving ik een e-mail van een webshop over een van mijn ‘wees-geworden-winkelwagens’. Er zaten items in die nog maar een dag in de aanbieding zouden zijn. Enorm slim van die winkel maar ik voelde me betrapt. Er zijn dus pientere ondernemers die mijn dwangmatige niet-koop gedrag in de gaten hebben en hier handig mee omspringen. ‘Joehoe bijna-koper! Hallo, je hebt je winkelwagentje in het gangpad laten staan en iemand dreigt er met jouw spullen vandoor te gaan! Zullen we het nog even voor je vasthouden?’ Hoe betrapt ik me ook voelde, ik heb de aanbieding afgeslagen en shop nog altijd vrolijk door zonder mijn pinpas te trekken.
Mevrouw, mag ik de baby optillen…?
Voor kleine M. is er niets leuker dan de speeltuin. Even een half uurtje glijbaan, schommel, glijbaan, wip, glijbaan en als toetje nog een keer de glijbaan. Met dank aan zijn opa en oma kun je geen park doorlopen zonder te stoppen bij een glijbaan.
Deze zondag waren we er even, maar het was met dit mooie weer natuurlijk veel te druk. Overal kinderen die over elkaar buitelden in de zandbak en met vijf man tegelijk in het huisje van de glijbaan stonden. Slechte timing dus, maar geen probleem want de volgende dag zou het ongetwijfeld rustig(er) zijn.
Vol goede moed vertrokken we maandagmiddag naar het park. Eenmaal in de buurt maakte ik het liefste rechtsomkeer want het wemelde van de kinderen. De basisschool in de buurt had bezit genomen van de speeltuin. Ik twijfelde geen moment en draaide met mijn fiets een ander pad op. Enige probleem is dat je kleine M. niets kunt wijsmaken als het om speeltuinen gaat, dus hij had het allang al gezien. Hij begon tegen te stribbelen en piepte “uit, uit, uit!” Hij moest van de fiets af en naar de speeltuin. Ik kon hem geen ongelijk geven, want het was me niet gelukt om hem op tijd af te leiden.
In de speeltuin hoorde ik overal: “Oh kijk, een baby”. Een baby? Het ging toch echt over mijn kind, want ondanks dat hij de babyfase voorbij is, heeft hij blijkbaar nog wel de aantrekkingskracht van een baby. In een mum van tijd hadden we een zwerm kinderen om ons heen. Allemaal meisjes van een jaar of vier/vijf. “Mevrouw, mevrouw mag ik de baby optillen?” Ik kwam smoezen te kort, want op alles hadden ze een weerwoord. Uiteindelijk had ik een verhaal wat wel indruk maakte; kleine M. moet huilen als hij door een vreemde wordt opgetild. En hier is niet veel aan gelogen, want hij is dol op dieren maar heeft minder met mensen. De meisjes dropen af en gingen, hoe rolbevestigend weer, verder met het bakken van hun zandtaartjes.
Toch werden we in de gaten gehouden. Overal waar we gingen, waren die meisjes plotseling ook. En daar was ze weer, het meisje in de roze legging. Ze gaf kleine M. een aai over zijn wang en hij huilde niet. “Kijk mevrouw, hij moet niet huilen. Hij vindt me leuk hoor”. Ook mijn laatste argument aan gruzelementen. Ik probeerde nog wat verstandigs te verzinnen, maar er kwam niets in me op. Dus zag ik nog maar een uitweg: oppakken en naar de schommels. Als hij in het schommelzitje zat, kon ze er niet bij.
Ondertussen verzamelden de schoolkinderen zich en vertrokken weer naar school. Eindelijk was de rust terug in de speeltuin, maar niet in mijn hoofd. De kinderen bezaten namelijk mijn brein, want ik brak mijn hoofd over de juiste aanpak. Als ik in deze situatie met mijn spreekwoordelijke bek vol tanden sta, wat doe ik dan straks als mijn eigen kind 4 jaar is en vragen op me af blijft vuren? Oppakken en op de schommel zetten is dan geen optie. Ik heb nog even de tijd, maar er is nog veel te leren…
