Tag Archives: verdriet

In levenden lijve

“We hebben elkaar al een jaar niet in het echt gezien!” zegt een fijne collega als we elkaar ontmoeten. Het is een prachtige winterdag en we gaan samen wandelen om weer eens bij te praten. Met wat ze zegt, slaat ze de spijker op z’n kop. We zien elkaar regelmatig maar dan op een plat scherm. Dat scherm ontneemt je alle non-verbale communicatie en eerlijk gezegd ook de waardevolle privégesprekken.

Daar waar je in het pré-coronatijdperk je groen en geel kon ergeren aan vergaderingen die maar niet to the point kwamen, komen die in de digitale juist net iets te snel to the point. We hebben er bovendien ook zo vaak zoveel achter elkaar dat je al blij bent als je op tijd naar het volgende onderwerp hebt kunnen schakelen. Dus informeren naar iemands privé doe je niet zo snel en al helemaal niet omdat alle andere aanwezigen dan toeschouwer zijn van jullie gesprek.

Nu denk je misschien: dan bel je toch gewoon? Als je echt zo graag iemand persoonlijk wilt spreken dan bel je op. Dat zou inderdaad kunnen, maar zo’n gesprek is fijner als het spontaan ontstaat. En gelukkig had ik binnen een week twee keer de kans om een collega in levenden lijve te zien! Zo ontzettend fijn, want wist je dat als iemand lacht, niet alleen mondhoeken omhoog gaan en ogen gaan glinsteren? Er gebeurt iets veel groters en er komt energie vrij die de vrolijkheid bij anderen weer aanwakkert. Zo’n stralende persoonlijkheid dringt niet door een plat scherm heen.

En dan hebben we het nog helemaal niet over collega’s die afscheid nemen. Het is onwijs lief dat iedereen bij elkaar komt, mooie afscheidswoorden heeft en het zichtbaar jammer vindt dat die collega weggaat, maar waar moet je met je emoties heen? Huilen in zo’n plat vierkantje voelt heel ongemakkelijk weet ik uit ervaring. Alsof je opeens de nieuwslezer bent waar heel Nederland naar kijkt. Afscheid nemen via een scherm is gewoonweg niet leuk, het doet niemand recht hoe hard je dat ook probeert en als je de meeting afsluit dan gaat het scherm letterlijk op zwart. Bedankt en tot ziens!

Wat zou het heerlijk zijn om elkaar weer te omhelzen bij een afscheid, elkaar op de schouder te slaan bij een goeie grap of elkaar met een glimlach te begroeten in plaats van eerst je digitale hand op te moeten steken als je iets wilt zeggen. Ik weet dat er ergere dingen zijn en dat er mensen zijn die helemaal niet kunnen werken. Maar als je in korte tijd twee collega’s ‘in het wild’ hebt gezien dan besef je weer even wat je mist en waarom offline samenwerken je werk zoveel leuker maakt. Ik krijg zo langzamerhand heimwee naar zo’n tenenkrommende, doelloze vergadering of noemen we dat in het vervolg: het sociale uurtje?

Stond het jaar echt stil?

Het jaar voelde saai en eentonig. Al maanden begint en eindigt de dag aan de eettafel, daar wordt gewerkt, gegeten, gewerkt en gegeten. Zo zal het bij veel mensen zijn; veel thuis en weinig vertier. We misten dit jaar onze vakanties, onze feestjes en eigenlijk alle dingen die zo normaal zijn. Het voelde vaak alsof elke dag hetzelfde was en alsof alles stilstond.

Maar was dat ook zo? Stond alles echt stil? Als ik vluchtig naar het jaar kijk, dan werd de wereld inderdaad steeds een beetje kleiner en eindigt het jaar dus aan de eettafel. Maar als ik rustig de tijd neem om naar 2020 te kijken, dan is de wereld verre van hetzelfde als een jaar geleden.

De wereld heeft meerdere keren op haar grondvesten geschud. Sommige mensen hebben hun masker afgezet en uit frustratie hun lelijke kant laten zien. Er kwamen maatschappelijke problemen bovendrijven en de maatschappij lijkt soms meedogenlozer dan ooit. Het doet pijn om zoveel verschillen te zien, het is verdrietig om zo met eenzaamheid geconfronteerd te worden en het is erg om te merken dat er heus niet zoveel liefde en verdraagzaamheid is, zoals we altijd maar beweren. Wij hebben als mensen met elkaar heel veel werk te verzetten, dat valt na dit jaar niet meer te ontkennen. We kunnen dus niet zeggen dat de wereld stilstond, maar misschien voelde het wel alsof onze persoonlijke wereld stilstond.

Heeft die ogenschijnlijke stilstand dan ook iets moois opgeleverd? Er zijn genoeg mensen voor wie het jaar echt uitzichtloos was en die wens ik een hoopvol en licht 2021. Zij hebben dit jaar genoeg moeten dragen, voor hen wordt het tijd voor verlichting van de last.

Zelf wil ik het Sjors Twijfeltjaar graag positief afsluiten en vertel ik je wat het jaar mij heeft gebracht, want uitzichtloos begon het voor mij ook. Ik was ziek thuis en zat met mezelf in de knoop. Toen we destijds op één januari om twaalf uur proostten op een voorspoedig 2020, had ik niet het gevoel dat ik ooit uit die diepe, donkere put zou komen. Toch gebeurde het, heel voorzichtig, want langzaam maar zeker voelde ik dat de ballast lichter werd.

En de handrem die ons leven in maart zo abrupt stilzette bleek, na wat organisatorisch gepuzzel, mijn katalysator. Het hielp me om keuzes te maken en het hielp me dus ook om eindelijk afscheid te nemen van de negatieve energie die ik al zolang met me meedroeg. Die ballast had ik niet eerder los durven laten, omdat ik er dan iemand anders mee zou opzadelen. Maar als de nood aan de man is, maak je kennelijk opeens wel die enge keuzes.

Hoe lichter mijn rugzak werd, hoe meer ik er over kon schrijven en gaandeweg merkte ik dat er mensen door werden geraakt. Ik was zo verrast dat ik, door mezelf open en kwetsbaar op te stellen, andere mensen op een positieve manier kon bereiken. Zo lang ben ik op zoek geweest naar wat ik dit leven terug kan geven en ik geloof dat ik het eindelijk heb gevonden. De gedachte dat ik iemands dag een klein beetje beter kan maken, vind ik zo bijzonder. In deze laatste maanden van dit krankzinnige jaar heeft die gedachte me vleugels gegeven.

En vraag jij je af wat jij dit jaar voor iemand hebt betekend? Wees dan niet te streng voor jezelf, want misschien heb jij onbewust wel iemands dag opgevrolijkt door een eenvoudige ‘goedemorgen’. Of is iemand je dankbaar omdat je hem of haar voor liet in de rij bij de kassa. Kun je je daar nog steeds niets bij voorstellen? Onthoud dan dat ik je dankbaar ben! Dankzij jouw interesse in mijn verhalen en alle warme reacties, heb ik de kracht teruggevonden die ik op één januari 2020 nog volledig kwijt was. Dank je wel!

Voor 2021 wens ik iedereen een mooi en warm jaar. Maak het jezelf niet te moeilijk, want het leven is al ingewikkeld genoeg.

De dood als piekerthema


“Hoe zou het zijn als ik dood ben, mama?” Huilend kwam M. uit bed omdat hij dacht aan de dood en hoe dat zou zijn. Eerder die avond lazen we in een boek een prachtige (kinder)ode aan een overleden moeder. Ik had M. gevraagd dat stukje voor te lezen, omdat ik de tranen in mijn ogen voelde prikken. Een weinig succesvolle poging om niet te laten merken dat ik moest huilen, want de zoon weet inmiddels beter dan ikzelf wanneer er tranen zullen vloeien. En dus lazen we het samen, knuffelden we elkaar stevig en leek hij goed gemutst te gaan slapen. Verder lezen…

Oom Theo en zijn neven


Sjors wilde weer luchtige en alledaagse twijfels maar voordat ik dat kan, moet me eerst nog iets van het hart.
Twee weken geleden overleed Theo, de jongste broer van mijn vader. De twaalfde schakel in het grote gezin, zoals zijn broers en zussen hem liefdevol noemden.

De twaalfde man was duidelijk niet geboren met een gouden lepel in zijn mond. Zijn leven kende vele tegenslagen waardoor het hem nooit eens een keer meezat. Tot de laatste maanden, hij had eindelijk een vast contract en zijn geldzorgen hadden een eindstreep in het vizier. De zon begon weer te schijnen maar hij was moe, zó moe. Zijn vermoeidheid bleek een duidelijke, vernietigende oorzaak te hebben: uitgezaaide leverkanker en er kon niets meer voor hem worden gedaan.
Lees verder!

En wat nu?


Sjors was even uit de lucht, net als al eerder in 2016. Dit jaar loopt het leven even niet op rolletjes. En zonder rolletjes blijkt er weinig Sjors te zijn terwijl er juist twijfel genoeg is.

Het leven was fijn, het kabbelde rustig in het gezelschap van lieve familie en fijne vrienden. Totdat we er aan gingen morrelen. Want iedereen vraagt zich weleens af: is dit het nou? Kunnen we niet meer, beter, anders? Tenslotte zijn kabbelende beekjes net zoiets als achter de geraniums zitten, dat kan altijd nog!
Lees verder!

Zeker geen mooi-weer-verhaal

sprong in het diepeLang hadden we er over getwijfeld, nog langer wilden we er eigenlijk niets van weten en maar kort hadden we er strijd om gehad. Zullen we ons gezin uitbreiden met nog een klein mopje of is het goed zoals het nu is? Ondanks alle reserves die we hadden, besloten we toch nog een keer in het diepe te springen. Met heldere afspraken, dat wel. Een soort duidelijk afgebakend “we zien wel waar het schip strandt en het is niet erg als het niet lukt”. Maar wat doe je als het schip strandt terwijl je de haven, als stip aan de horizon, steeds dichterbij ziet komen? Dan stort je wereld echt wel even in, terwijl we zo schijnbaar luchtig aan dit avontuur waren begonnen.
Lees verder!

Tussen de sterren op zoek naar Tante

“Morgen gaan we naar een begrafenis” vertelde ik Kleine M. “Gaan we dan naar het strand, mama? En zijn daar dan ook bulldozers?” In mijn naïviteit had ik niet stilgestaan bij de indruk die mijn opmerking zou wekken. Begraven…graven…tja waar doe je dat? Op het strand natuurlijk met speelgoedbulldozers, schepjes en een emmer. Een logische gedachte voor een driejarige die niet bekend is met de dood. Helaas moest ik M. teleurstellen, geen uitstapje naar zon, zee en strand. Ondertussen zocht ik naarstig naar een andere toelichting over de dag van morgen. Het zou overigens ook geen begrafenis zijn maar een crematie, alleen uitleg over dat laatste ging me nog echt een stap te ver. Ik probeerde een versie waarbij Tante niet meer leefde en een fonkelende ster was geworden. Nog steeds niet te bevatten, maar een geruststellender en mooier idee dan een tante met bulldozers onder het zand begraven.

sterren_kijkenMet het beeld van een heldere sterrenhemel op het netvlies togen we naar de uitvaart. Een mooie plechtigheid waar vol eerbied en bewondering herinneringen werden opgehaald aan Tante. Tranen biggelden met regelmaat over mijn wangen en Kleine M. keek me dan met grote angstige ogen aan. Zijn moeder die zo huilde was hij niet gewend. Er moest iets mis zijn, maar wat dan? Afscheid nemen van een tante die nu een ster is, kon toch niet zo erg zijn? Hard je hoofd stoten of vallen met je kin op de stoep, daar moet je van huilen maar van sterren toch niet? Kleine M. gedroeg zich overigens als een voorbeeldige grote jongen. Hij bleef rustig zitten, keek in de kerk zijn ogen uit en was gefascineerd door de klokkentoren en het ‘gelui’. Enorm trots was ik op mijn kleine vriend.

De wonderlijke gedachtegangen van een kind. Waarom denk ik niet meer in overleden dierbaren die als sterren over ons waken? Waarom weten wij als volwassenen dat dit niet waar is? Het is tenslotte een mooie troostende gedachte dat ze vanuit het heelal over je waken. Tante had dit ongetwijfeld prachtig gevonden. Ze werd vandaag nog geroemd om haar advies het kind in jezelf nooit te verliezen. Misschien moet ik de kinderlijke logica vasthouden en toch eens vaker met een onbevangen blik naar de sterren turen?

Kleine M. was Tante nog niet vergeten en vroeg me: “Mama mag ik dan vanavond naar de sterren op zoek naar Tante?” “Hoe ga je dat dan doen want de sterren zijn heel ver weg.” “Ik ga dan met een raket naar de sterren en daar Tante zoeken”.

Lieve schat, hoewel het onmogelijk is, ga ik graag met je mee!