Tag Archives: werk

De wereld op je schouders


“Jij bent net Atlas” zei een collega tegen mij. “Jij draagt het leed van de wereld op je schouders, maar die last kun jij helemaal niet dragen.” Zijn woorden echoden nog dagen na in mijn hoofd, want oh wat sloeg hij de spijker op zijn kop.

Niet eerder schreef ik over mijn werk en die keuze is heel bewust. Werk is werk en daar hoort Sjors Twijfelt niet bij. Totdat werk ook in huis blijft hangen en het hoofdzaak wordt op momenten dat het bijzaak zou moeten zijn. Dus daarom toch een Twijfel over werk.
Lees verder!

Constructief ongehoorzaam

Heb jij net als ik een kantoorbaan (gehad)? Kantoorbaan klinkt trouwens wel enorm ouderwets als ik dit zo schrijf. Maar goed, als je in zo’n omgeving werkt dan ben je vast bekend met doelstellingen, of KPI’s in kantoortuintaal. Afspraken over wat je dit jaar wilt bereiken (voor de werkgever), wat je wilt leren (en op zo’n manier dat je werkgever hier ook iets aan heeft) en hoe hoog jij jouw ambitieuze lat legt. Maak het dan vooral ook lekker SMART (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch en Tijdsgebonden).
Lees verder!

Van Manke Nelis naar een dartelend veulen

Reading The Minutes

En daar stond ik dan, met mijn mond vol tanden en een brein dat continu ratelde. “Wat vraagt ze nou precies? Snap ik het niet of legt hij het gewoon slecht uit? Zie je wel, ik ben hier niet geschikt voor! Oh dit hád ik toch moeten weten!” Vanwege mijn expertise werd ik gevraagd om aan te sluiten bij een overleg en er werd verwacht dat ik zinnige dingen zou zeggen. Alleen in tegenstelling tot slimme opmerkingen ontaarde mijn antwoord in een onsamenhangend verhaal, waarvan ik me achteraf niet meer kon herinneren wat ik allemaal had gezegd.
Lees verder!

Leed dat filefietsen heet

Sinds een week of zes leg ik iedere werkdag zestien kilometer af om van huis naar werk en weer terug te komen. En die kilometers maken vind ik geen enkel probleem. Het zorgt voor je dagelijks aanbevolen hoeveelheid bewegingstijd, je bent lekker in de (stadse) buitenlucht en je trapt een frustrerende dag van je af door net iets sneller te fietsen. Een stevige herfststorm of een paar centimeter sneeuw krijgen mij dan ook niet van de fiets. Je kunt me, denk ik, wel bestempelen als een enthousiaste van-en-naar-het-werk-fietser.

fietsfileEchter… over de route die ik dagelijks afleg naar mijn nieuwe werk ben ik minder enthousiast. Tijdens de eerste vijf minuten vanaf huis probeer ik nog optimaal van de rust te genieten, want daarna word ik opgeslokt door een lint van slingerende, te breed en vooral té langzaam fietsende schoolkinderen. Ik schik me niet graag in het tempo van de gemiddelde stadsfietser, laat staan van de gemiddelde puber. Meisjes hebben het veel te druk met geiten en giebelen en jongens hebben doorgaans geen oog voor hun medefietsers.
Het is topsport om mijn eigen snelheid te kunnen fietsen, andere fietsers van me af te schudden en net op tijd uit te wijken voor een niet-oplettende slingeraar.
Filerijden met de auto vergt een wakkere oplettende blik maar filerijden per fiets is misschien wel net zo’n energievreter.
Eerlijk? Het minuscule beetje agressiviteit dat ik in me heb, schakelt ’s ochtends eenvoudig een paar tandjes op.

De meute achter me laten door een rood stoplicht te negeren, vind ik ook te ver gaan. Op mijn fiets prijkt een kinderzitje, dus ergens heb ik het gevoel dat ik het goede voorbeeld moet geven.
Mijn plaats in de wachtruimte voor het stoplicht probeer ik daarom doorgaans heel strategisch te kiezen. Is het een stoplicht waar je bij groen snel door kunt jakkeren en een sliert kunt inhalen? Kies dan links. Volgt er verderop een splitsing met veel links afslaand fietsverkeer? Kies dan zeker niet de linker kant, want je hebt nooit snel genoeg de treuzelende menigte ingehaald die rechts fietst en toch plotseling linksaf slaat.

Zo staat mijn fietstocht ’s ochtends dus bol van de strategische keuzes en doe ik niets anders dan manoeuvreren en slalommen. Vorige week zei een collega: “goh wat zie jij er gesjeesd uit!” Ja joh, ik heb er al een werkdag opzitten!
En ondanks dat ik inmiddels mijn plek heb gevonden binnen mijn nieuwe werk, denk ik ’s ochtends regelmatig met weemoed terug aan die heerlijk ontspannen (korte) fietsritten naar mijn vorige werk. Daar begon de dag uitgerust en in een rustig opstarttempo. Hier is mijn motor al oververhit voordat ik überhaupt mijn PC heb opgestart. Eerst maar eens een kop koffie… Werk ze!

Zo heb je niks, zo heb je alles

De afgelopen zomermaanden stonden in het teken van onzekerheid. Bedrijf ontbonden, baan kwijt, zorgen om huis, hypotheek en thuis. Er bestond een gerede kans dat ik met ‘het product’ mee kon naar de nieuwe stichting maar dit was lang, veel te lang onduidelijk. En in dit soort situaties ben ik niet iemand die een afwachtende houding aanneemt, dus besloot ik toch op zoek te gaan naar een alternatief. Eerlijk gezegd had ik daar weinig zin in want ik had het zo naar mijn zin, zulke fijne collega’s en echt plezier in mijn werk. Die luxe van achterover leunen mocht ik mezelf niet permitteren want als het mis zou lopen dan had ik niets en kon ik thuis achter de geraniums plaatsnemen en vanuit daar uitkijken naar een nieuwe baan. Een reeks van teleurstellende pogingen volgden en net toen ik de handdoek in de ring wilde gooien kwam er een hele leuke baan voorbij. Een functie waar ik nog niet eerder naar had gekeken maar waarom eigenlijk niet? Het was me op het lijf geschreven! Met een CV als de mijne, een lappendeken van taken, vind je niet eenvoudig iets dat je zo past. Dit moest het dus worden en ik was van plan mijn uiterste best te doen. De organisatie is gerenommeerd dus ik verwachtte er niet teveel van. Honderden anderen zouden met mij solliciteren. Ondertussen stond ook de brief naar het mogelijke vervolg van mijn oude baan nog open. Dus ik had twee ijzers in het vuur. Een paar weken later werd ik gebeld, ik mocht op gesprek komen! Dit was mijn kans. Het gesprek verliep goed en het leek me nog steeds geweldig om daar te mogen werken.
Alles liep op dat moment naast en door elkaar, terwijl ik wachtte op uitsluitsel kreeg ik te horen dat ik mijn oude baan mocht voortzetten bij de nieuwe organisatie. Goed nieuws natuurlijk, ik had eindelijk de zekerheid waar ik zolang op had gewacht. Maar ja wat nu?

goodbyeOndertussen brak de laatste week aan, het werk hield op en van collega’s moest afscheid worden genomen. Sommige collega’s hadden inmiddels een nieuwe baan gevonden en anderen werkten door alsof het einde nog lang niet in zicht was. Het schip was zinkende maar evenementen en andere taken liepen gewoon door. Een idiote situatie die ik niemand toewens. We bereikten ploeterend de laatste week, de afscheidsweek. Een bonte avond met geweldige collega’s van ‘de tweede’. Een musical waarin iedereen op eigen hilarische wijze in het zonnetje werd gezet. Van Single ladies via short people naar one love. Het heeft geen zin om het uitvoeriger te vertellen want het is een typisch geval van: daar had je bij moeten zijn. Maar een ding is zeker: je hebt iets gemist!

Jarenlang hadden de organisaties nauw samengewerkt, samen geluncht, geborreld en lief en leed gedeeld. Een familie die na 1 oktober uit elkaar zou vallen. Een treurige wetenschap maar die avond was de familie nog een keer samen. One happy family – one love. Oké ik zal stoppen met het zoetsappige verhaal maar wat hebben we met z’n allen gelachen.
De dag na de bonte avond volgde een rustige avond met een heerlijk afscheidsdiner en genoeg tijd om met iedereen nog eens na te praten. Over wat ooit was en wat nu ging komen. Een mooie avond met elkaar.
Na al die momenten van afscheidnemen was het voor sommigen gewoon weer vrijdagochtend: tijd om te werken. Ik had mijn oude baan weer terug en pakte die ochtend met weemoed de verhuisdozen uit. Het voelde zoals ik me vroeger na de vakantie voelde: heimwee naar mooie tijden met de wetenschap dat het nooit meer terug zou komen. Maar het was ook goed zo, tijd om door te gaan. Uitpakken, mouwen opstropen en niet zeuren. Moe en treurig kwam ik die middag thuis, eindelijk weekend, tijd om het hoofd leeg te maken en de blik weer te verruimen. Heel veel tijd om dit te doen kreeg ik echter niet… Ik werd gebeld door de andere werkgever: ‘het heeft even geduurd maar op de valreep voor het weekend wil ik je toch even feliciteren, we willen je graag hebben. Wanneer kun je beginnen?’
….SORRY? Ik moet geloof ik even gaan zitten…

De juiste verhouding tussen werk, privé én solliciteren

Oké het nu volgende komt misschien over als een kleine klaagzang….

Zoals je eerder hebt gelezen ben ik naarstig op zoek naar een baan. Het voelt alsof er geen tijd te verliezen is en geen vrij uur onbenut mag blijven, want het is zo 1 oktober en dan heb ik geen werk meer. Maar hoe doe je dat met een man in de horeca, een lopende baan die topdrukte kent, een kind van 3 en een huishouden?

jugglerDe combinatie van een baan in de horeca en een baan tijdens kantooruren is voor ons als ouders doorgaans perfect. We besparen op de kinderopvang en kleine M. heeft in de ochtenduren alle aandacht van papa en ’s avonds de volle aandacht van mama. Ideaal… tot nu. Want die volle aandacht van mama gaat ten koste van mijn kostbare uren om te solliciteren! Als het mopje in bed ligt, de afwas gedaan (ja vaatwasser stuk) en het huis ‘aan kant’ dan is het 21.30 uur. En wil ik niet als een stuiterbal mijn bed in rollen dan kan ik na 23:00 uur beter niets meer doen. Da’s anderhalf uur… en te weinig om een leuke, opvallende en een ‘anders-dan-die-500-andere-briefschrijvers’ brief te schrijven.

Het feit dat we zelden allemaal tegelijk thuis zijn, is nooit leuk maar komt nu helemaal niet goed uit. Als we dan eens in het weekend samen thuis zijn, dan kan ik me toch moeilijk terugtrekken om vacatures te zoeken, mijn CV af te stoffen en aan mijn toekomst te werken? Ik wil niet mijn liefsten de deur uit sturen zodat zij samen iets leuks kunnen gaan doen, zonder mij!
En solliciteren onder werktijd? Nee, dat zit er voorlopig niet in want ik noemde het al: topdrukte… Hoogtijdagen. Eigenlijk altijd de leukste periode van het jaar. Maar nu even niet!

Misschien ben ik een ongelofelijke zeur maar mijn eigen gehaast legt me bijna lam. Een typisch geval van Sjors Twijfelt… waaraan besteed ik wanneer mijn aandacht, hoe houd ik de weegschaal in evenwicht en waarom slaapt die driejarige nou nét niet op mijn vrije maandag? Die tijd zou ik anders goed kunnen gebruiken! Het is ook zo… het is gezeur… maar toch.

Overigens balanceert de weegschaal deze week niet onaardig. In de afgelopen 7 dagen heb ik meerdere sollicitaties verstuurd, dagelijks met een houten treinbaan gespeeld (en mijn gehaastheid aardig kunnen negeren) en ook nog aandacht aan mijn lief kunnen schenken. Wat er bij in schiet? Vriendschappen, familie en het huishouden. Lieve mensen aan tijd wordt hard gewerkt! Stofzuiger en strijkplank, sorry maar jullie zullen echt nog even moeten wachten.

De balansvakantie

17 juli 2013 – De zomervakantie is begonnen en ik ben een week vrij. Geen vakantie met koffers, vertrekstress en inpakchecklists. Nee, een week in en om het huis of zoals nu op het zonnige balkon. Deze ongecompliceerde week probeer ik te benutten om de gecompliceerde balans op te maken. Twee jaar geleden tijdens een vakantie hoefde ik geen balans op te maken. Het was toen overduidelijk dat het roer om moest: te lang vastgehouden aan het oude vertrouwde. Hoe anders is het nu. Door verschillende gebeurtenissen word ik gedwongen om te herbezinnen. Ik ben nog niet klaar om mijn toekomst een andere wending te geven, maar toch zal het moeten. De vorige keer wist ik diep van binnen wel wat ik wilde. Er was alleen wat moed voor nodig. Dit keer zal het roer waarschijnlijk om moeten en is er geen tijd om het goede moment af te wachten.

Die week bleek ik verre van klaar te zijn om de balans om te maken. Het werd een week zonder blik op de toekomst. Achteraf gezien heerlijk!

rollercoaster7 augustus 2013 – We zijn drie weken verder. De vakantie is voorbij en het onheilspellende nieuws is gebracht. Die fijne baan waar ik anderhalf jaar geleden aan mocht beginnen, houdt samen met alle andere functies binnen de organisatie op. Het bedrijf houdt op te bestaan en we staan straks allemaal op straat. Mijn blog heet niet voor niets Sjors Twijfelt; ik ben niet iemand die dit zonder twijfel naast zich neerlegt en vrolijk op zoek gaat naar een andere uitdaging. Ik heb tenslotte nog bergen werk te verrichten, heb (soms te veel) hart voor de zaak en ben nog helemaal niet klaar om dit werk naast me neer te leggen. Dit is míjn baan en vooral mijn werkplek…dé plek waar ik me thuis voel, met geweldige collega’s en een omgeving die prikkelt en uitdaagt. Hier had ik lang naar gezocht en nu ik hem heb gevonden wil ik nog lang niet loslaten!

De afgelopen weken zijn een ware achtbaan van emoties geweest. Elke dag meerdere nieuwe wendingen, dagen van onzekerheid maar vooral het niet mogen praten bleek een ware beproeving. Ik dacht dat zwanger zijn, een huis verbouwen of verliefd zijn achtbanen waren maar ik kan je zeggen, dat het in razend tempo opdoeken van een organisatie een Goliath, Python en El Condor* in een is.

De balansvakantie werd er een van ‘blik-op-oneindig’ maar inmiddels is het moment aangebroken om te kijken wat er zich aan het einde van oneindig bevindt. Ik ben er klaar voor, de balans is opgemaakt.

MENSEN, IK ZOEK EEN BAAN!

*(achtbanen in Nederland volgens Wikipedia)

Van uitstel komt zeker geen afstel!

Anderhalve week geleden kondigde ik op het werk mijn vertrek aan. Ik wist dat ik nog wat vakantiedagen van vorig jaar had maar had me niet gerealiseerd dat ik hierdoor nog slechts 6 dagen hoefde te werken. Mijn ToDo lijst besloeg meerdere pagina’s en waar ik dacht iets weg te werkten, kwam er net zo veel werk voor terug. Mijn laatste werkdag zat me op de hielen. Een fijn gevoel natuurlijk, want het is het begin van een nieuw avontuur, maar het zinde me niet. Waarom had ik nog zóveel werk liggen? Het waren klussen die ik niet kon of wilde overdragen aan een collega en ik kon mijn opvolger toch niet met een berg werk laten beginnen?

De eerste week vloog voorbij en de lijst was nog net zo lang. Dan maar eerst weekend vieren en maandag met een schone lei beginnen, wie weet kon ik dan orde in de chaos scheppen. Maandag begon echter al net zo ongeordend als de dagen ervoor. Even knipperen met je ogen en het was lunchtijd, weer niets opgeschoten. Zo haastte de week zich naar donderdag, mijn laatste dag.

Het voede al die tijd alsof op vakantie ging, dus ik wilde mijn werk klaar hebben en mijn bureau opgeruimd. Het was echter alles behalve een vakantie, het was afscheid, een streep eronder en mijn sleutel inleveren. Had ik me dit echt niet gerealiseerd of was het uitstel van executie? Het is tenslotte niet niks om na 10 jaar te vertrekken.
Donderdagmiddag half 5 kon ik eindelijk beginnen met opruimen. Mijn vader leerde me vroeger: “wie wat bewaart die heeft wat”, maar hij doelde hier mee op het zuinig zijn met snoep. Ik heb zijn woorden iets te ver doorgevoerd in het dagelijkse leven waardoor ik nu stapels papieren door moest. Een verzameling van al die jaren, waarbij ik bij elke print heb gedacht dat het nog wel eens van pas zou komen. Klopt ook, maar ik heb het na gebruik niet weggegooid of keurig gearchiveerd. Stapels interessante artikelen voor mijn nieuwsbrieven, notulen van oude MT vergaderingen en een stuk of tien opzetten van projectplannen. Inmiddels uitgevoerd, verouderd of nooit van toepassing geweest. Weg ermee!

De grote opruiming ging gestaag en om 19:00 uur gooide ik de handdoek in de ring. De papierhandel was opgeruimd, maar de digitale documenten en mijn overvolle mailbox lagen nog op me te wachten. Hoe had ik ooit kunnen denken dat ik dit klusje in een uurtje kon klaren? Ik had hier duidelijk niet over nagedacht, want in gedachten was ik helemaal niet bezig met vertrekken.

De laatste stap in dit proces bleek een ware horde. Afscheid nemen van je werkfamilie valt niet mee en door mijn niet goed gearchiveerde lades en mappen kon ik het afscheid nog even uitstellen… Van uitstel komt zeker geen afstel, maar maandag ben ik er gewoon weer (voor een paar uurtjes).

De grootste twijfel aangepakt?

“Heb je straks even 10 minuten?” Ik vraag mijn baas met knikkende knieën en een misselijk gevoel van zenuwen, want ik moet hem iets vertellen. Al langere tijd ben ik er mee bezig, maar sinds twee weken heeft het serieuze vormen aangenomen. Het was wikken en wegen; een echte Sjors Twijfelt dus. En gisteren was het moment daar: de laatste twijfel werd weggenomen en de weg lag open. Een opluchting? Bijna…ik moest het nog vertellen.

Vanmorgen was daar dan het moment van de waarheid: na tien jaar (in wisselende samenstelling) trouwe dienst heb ik mijn baan opgezegd. Maar ja, hoe breng je dat? De avond ervoor had ik me daar aardig het hoofd over gebroken: “Ik moet je iets vertellen, ik ga (bij je) weg” Nee, dat klinkt teveel als een echtscheiding. “Ik dien hierbij mijn ontslag in” klinkt veel te formeel. “Sorry, maar ik stop ermee”. Niks geen sorry want het is toch juist leuk (voor mij)! Uiteindelijk weet ik niet eens meer wat ik heb gezegd want ik was te nerveus. De timing om op te zeggen is namelijk ronduit slecht, dus ik verwachtte het ergste. Boos, teleurgesteld, woest omdat ik op een cruciaal moment vertrek. Ieder denkbaar scenario had ik de revue laten passeren en ik was overal op voorbereid. Ieder denkbaar negatief scenario welteverstaan. Tot mijn verbazing reageerde hij echter heel positief, maar daar had ik helemaal geen rekening meegehouden! Het werd een prettig gesprek en ik kon bijna echt blij zijn met mijn nieuwe baan.

Eén horde genomen…. Nu de rest nog. Tijdens onze wekelijkse vergadering kondigde ik het aan. Ook zij reageerden positief. Fijn!
Bijna… de zwaarste hindernis kwam nu. Mijn fijne collega J. Hij wist nog van niets en was niet aangeschoven bij het overleg. Hier zag ik als een berg tegenop. Al 5 jaar werken we nauw samen en we zijn vrienden geworden. Ik wachtte tot hij achter zijn bureau zat en vroeg hem of hij even naar me wilde luisteren. In gebaren (hij is doof) legde ik hem uit dat ik een andere baan had gevonden. Verschrikt keek hij me aan. Hij begreep me niet helemaal, want dit was het laatste wat hij verwachtte. Daar waar ik zo tegenop had gezien gebeurde… Ik kon mijn tranen niet bedwingen en zei niets anders dan “sorry, sorry sorry”.

Hoe vastbesloten ik ook ben, opeens zag ik vandaag weer waarom ik daar 10 jaar lang toch met plezier heb gewerkt. Van je collega’s moet je het echt hebben. En juist op zo’n dag weet je ook weer wat of in dit geval wie je mist. Mijn lieve vriendinnetje en collega M. was er niet vandaag. Ziek thuis, voor haar heel vervelend en vandaag voor mij een groot gemis. Aan een blik hebben we altijd genoeg, maar vandaag moest het op afstand.

Nu de dag erop zit, het ei gelegd is en iedereen het weet kan ik eindelijk echt blij zijn met deze nieuwe stap. Mijn grootste twijfel heb ik aangepakt. Dit varkentje heb ik gewassen!
Blij ben ik met de nieuwe stap, maar de tranen biggelen over mijn wangen. Ik neem alvast een klein beetje afscheid van tien jaar….het einde van een tijdperk.