Tag Archives: afscheid

Wie wil je zijn?

Tijdens het wandelen overdacht ik een ingrijpende keuze die ik deze week maakte. Ik zou Sjors Twijfelt niet zijn als ik niet alles doordacht had, niet alle mogelijkheden zou hebben afgewogen en niet twintig voor- en tegenlijstjes had gemaakt. Een beslissing onder tijdsdruk waardoor ik toch na de keuze een paar dagen bleef twijfelen. Totdat ik in een podcast van Lou Niestadt hoorde: “Vraag je niet af wat je wilt doen of wat je wilt hebben, maar wie je wilt zijn.” Toen viel het kwartje: met mijn keuze ben ik zo dicht mogelijk bij mezelf gebleven en heb ik gekozen voor wie ik wil zijn.

Het hoe en waarom kan ik overigens nog niet zeggen, maar een grote verandering zal het zeker zijn. Deze mijmering zal dus vooral gaan over je afvragen wie je wilt zijn. Iedereen raakt zichzelf weleens kwijt of komt in een situatie terecht waarin je niet meer weet wie je wílt zijn. Zelf vond ik mezelf vorig jaar weer terug na een periode burned out thuis te hebben gezeten. Ik koos tijdens mijn herstel bewust voor wie ik wilde zijn en waar mijn krachten liggen. Die keuze bleek de beste ooit, want het leven kwam in een hele fijne cadans terecht waardoor ik meer zelfvertrouwen kreeg en mijn creativiteit durfde te laten vloeien.

Toch ging na een jaar ongemerkt de cadans eruit, het ritme was niet meer zo vloeiend en kloppend maar eerder stroperig. De automatische piloot sloop er weer in en dat voelde ik, maar ik liet het gebeuren. Ach, het komt wel weer terug, want we hebben nu tenslotte allemaal last van de corona blues. Tot ik een paar weken geleden in een situatie terechtkwam waarbij mijn alarmbellen gingen rinkelen. Dit was niet wat ik voor ogen had, zo wilde ik het niet. En soms moet het dus twee voor twaalf worden om een drastische beslissing te nemen.

Ondanks alle twijfels en vraagtekens nam ik een besluit dat het leven even flink door elkaar schudt. Een beslissing die me geen garanties biedt of gouden bergen belooft, maar wel eentje waardoor ik de beste Sjors kan zijn voor mijn gezin en voor mezelf. Elke andere keuze had mij hier juist verder vanaf gedreven. En daarom is het niet toevallig dat ik vanmorgen dit hoorde: “Vraag je niet af wat je wilt doen of wat je wilt hebben, maar wie je wilt zijn.” Dankbaar voor de woorden en voor de timing.

Ik loop weer heel even terug om mezelf op te pakken, daar waar ik mezelf heb achtergelaten. En dan? Dan blijf ik trouw aan mezelf en realiseer ik mijn dromen op mijn eigen manier en in mijn eigen tempo.

In levenden lijve

“We hebben elkaar al een jaar niet in het echt gezien!” zegt een fijne collega als we elkaar ontmoeten. Het is een prachtige winterdag en we gaan samen wandelen om weer eens bij te praten. Met wat ze zegt, slaat ze de spijker op z’n kop. We zien elkaar regelmatig maar dan op een plat scherm. Dat scherm ontneemt je alle non-verbale communicatie en eerlijk gezegd ook de waardevolle privégesprekken.

Daar waar je in het pré-coronatijdperk je groen en geel kon ergeren aan vergaderingen die maar niet to the point kwamen, komen die in de digitale juist net iets te snel to the point. We hebben er bovendien ook zo vaak zoveel achter elkaar dat je al blij bent als je op tijd naar het volgende onderwerp hebt kunnen schakelen. Dus informeren naar iemands privé doe je niet zo snel en al helemaal niet omdat alle andere aanwezigen dan toeschouwer zijn van jullie gesprek.

Nu denk je misschien: dan bel je toch gewoon? Als je echt zo graag iemand persoonlijk wilt spreken dan bel je op. Dat zou inderdaad kunnen, maar zo’n gesprek is fijner als het spontaan ontstaat. En gelukkig had ik binnen een week twee keer de kans om een collega in levenden lijve te zien! Zo ontzettend fijn, want wist je dat als iemand lacht, niet alleen mondhoeken omhoog gaan en ogen gaan glinsteren? Er gebeurt iets veel groters en er komt energie vrij die de vrolijkheid bij anderen weer aanwakkert. Zo’n stralende persoonlijkheid dringt niet door een plat scherm heen.

En dan hebben we het nog helemaal niet over collega’s die afscheid nemen. Het is onwijs lief dat iedereen bij elkaar komt, mooie afscheidswoorden heeft en het zichtbaar jammer vindt dat die collega weggaat, maar waar moet je met je emoties heen? Huilen in zo’n plat vierkantje voelt heel ongemakkelijk weet ik uit ervaring. Alsof je opeens de nieuwslezer bent waar heel Nederland naar kijkt. Afscheid nemen via een scherm is gewoonweg niet leuk, het doet niemand recht hoe hard je dat ook probeert en als je de meeting afsluit dan gaat het scherm letterlijk op zwart. Bedankt en tot ziens!

Wat zou het heerlijk zijn om elkaar weer te omhelzen bij een afscheid, elkaar op de schouder te slaan bij een goeie grap of elkaar met een glimlach te begroeten in plaats van eerst je digitale hand op te moeten steken als je iets wilt zeggen. Ik weet dat er ergere dingen zijn en dat er mensen zijn die helemaal niet kunnen werken. Maar als je in korte tijd twee collega’s ‘in het wild’ hebt gezien dan besef je weer even wat je mist en waarom offline samenwerken je werk zoveel leuker maakt. Ik krijg zo langzamerhand heimwee naar zo’n tenenkrommende, doelloze vergadering of noemen we dat in het vervolg: het sociale uurtje?

De dood als piekerthema


“Hoe zou het zijn als ik dood ben, mama?” Huilend kwam M. uit bed omdat hij dacht aan de dood en hoe dat zou zijn. Eerder die avond lazen we in een boek een prachtige (kinder)ode aan een overleden moeder. Ik had M. gevraagd dat stukje voor te lezen, omdat ik de tranen in mijn ogen voelde prikken. Een weinig succesvolle poging om niet te laten merken dat ik moest huilen, want de zoon weet inmiddels beter dan ikzelf wanneer er tranen zullen vloeien. En dus lazen we het samen, knuffelden we elkaar stevig en leek hij goed gemutst te gaan slapen. Verder lezen…

Met een zuidwester en een windjack

Heel langzaam gaat de slaapkamerdeur open. Een slaperig hoofd steekt om de hoek en kijkt niet blij. Het is de laatste avond van de vakantie en de onrust voor de eerste schooldag giert door het kleine lijf.

Gaandeweg de zondag werd M. al stiller en veranderde zijn humeur in, op zijn zachtst gezegd, mopperig. “Ik wil niet, ik moet morgen uitslapen (nog nooit gedaan!), ik heb geen zin en ik vind school echt het stomste om te doen.” Ha, de eerste-schooldag-drempel heeft zich weer eens als horde opgeworpen.
Lees verder!

Oom Theo en zijn neven


Sjors wilde weer luchtige en alledaagse twijfels maar voordat ik dat kan, moet me eerst nog iets van het hart.
Twee weken geleden overleed Theo, de jongste broer van mijn vader. De twaalfde schakel in het grote gezin, zoals zijn broers en zussen hem liefdevol noemden.

De twaalfde man was duidelijk niet geboren met een gouden lepel in zijn mond. Zijn leven kende vele tegenslagen waardoor het hem nooit eens een keer meezat. Tot de laatste maanden, hij had eindelijk een vast contract en zijn geldzorgen hadden een eindstreep in het vizier. De zon begon weer te schijnen maar hij was moe, zó moe. Zijn vermoeidheid bleek een duidelijke, vernietigende oorzaak te hebben: uitgezaaide leverkanker en er kon niets meer voor hem worden gedaan.
Lees verder!

Dag Muis!

boy with teddy bearVier jaar lang waren M. en zijn knuffel Muis onafscheidelijk. Muis volgde hem als een schaduw, al zijn ze elkaar een paar keer uit het oog verloren.
Als baby wist M. hem al haarfijn te vinden als hij tijdens het slapen in bed was gaan zwerven. Muis ging overal mee naar toe, vierde zijn eigen verjaardag en werd nauwlettend in de gaten gehouden als hij de noodzakelijke tour in de wasmachine kreeg. Het liefst zat M. het hele programma voor de machine, omdat hij er nooit helemaal gerust op was dat zijn kompaan er weer ‘levend’ uit zou komen.

Lees verder!

Zo heb je niks, zo heb je alles

De afgelopen zomermaanden stonden in het teken van onzekerheid. Bedrijf ontbonden, baan kwijt, zorgen om huis, hypotheek en thuis. Er bestond een gerede kans dat ik met ‘het product’ mee kon naar de nieuwe stichting maar dit was lang, veel te lang onduidelijk. En in dit soort situaties ben ik niet iemand die een afwachtende houding aanneemt, dus besloot ik toch op zoek te gaan naar een alternatief. Eerlijk gezegd had ik daar weinig zin in want ik had het zo naar mijn zin, zulke fijne collega’s en echt plezier in mijn werk. Die luxe van achterover leunen mocht ik mezelf niet permitteren want als het mis zou lopen dan had ik niets en kon ik thuis achter de geraniums plaatsnemen en vanuit daar uitkijken naar een nieuwe baan. Een reeks van teleurstellende pogingen volgden en net toen ik de handdoek in de ring wilde gooien kwam er een hele leuke baan voorbij. Een functie waar ik nog niet eerder naar had gekeken maar waarom eigenlijk niet? Het was me op het lijf geschreven! Met een CV als de mijne, een lappendeken van taken, vind je niet eenvoudig iets dat je zo past. Dit moest het dus worden en ik was van plan mijn uiterste best te doen. De organisatie is gerenommeerd dus ik verwachtte er niet teveel van. Honderden anderen zouden met mij solliciteren. Ondertussen stond ook de brief naar het mogelijke vervolg van mijn oude baan nog open. Dus ik had twee ijzers in het vuur. Een paar weken later werd ik gebeld, ik mocht op gesprek komen! Dit was mijn kans. Het gesprek verliep goed en het leek me nog steeds geweldig om daar te mogen werken.
Alles liep op dat moment naast en door elkaar, terwijl ik wachtte op uitsluitsel kreeg ik te horen dat ik mijn oude baan mocht voortzetten bij de nieuwe organisatie. Goed nieuws natuurlijk, ik had eindelijk de zekerheid waar ik zolang op had gewacht. Maar ja wat nu?

goodbyeOndertussen brak de laatste week aan, het werk hield op en van collega’s moest afscheid worden genomen. Sommige collega’s hadden inmiddels een nieuwe baan gevonden en anderen werkten door alsof het einde nog lang niet in zicht was. Het schip was zinkende maar evenementen en andere taken liepen gewoon door. Een idiote situatie die ik niemand toewens. We bereikten ploeterend de laatste week, de afscheidsweek. Een bonte avond met geweldige collega’s van ‘de tweede’. Een musical waarin iedereen op eigen hilarische wijze in het zonnetje werd gezet. Van Single ladies via short people naar one love. Het heeft geen zin om het uitvoeriger te vertellen want het is een typisch geval van: daar had je bij moeten zijn. Maar een ding is zeker: je hebt iets gemist!

Jarenlang hadden de organisaties nauw samengewerkt, samen geluncht, geborreld en lief en leed gedeeld. Een familie die na 1 oktober uit elkaar zou vallen. Een treurige wetenschap maar die avond was de familie nog een keer samen. One happy family – one love. Oké ik zal stoppen met het zoetsappige verhaal maar wat hebben we met z’n allen gelachen.
De dag na de bonte avond volgde een rustige avond met een heerlijk afscheidsdiner en genoeg tijd om met iedereen nog eens na te praten. Over wat ooit was en wat nu ging komen. Een mooie avond met elkaar.
Na al die momenten van afscheidnemen was het voor sommigen gewoon weer vrijdagochtend: tijd om te werken. Ik had mijn oude baan weer terug en pakte die ochtend met weemoed de verhuisdozen uit. Het voelde zoals ik me vroeger na de vakantie voelde: heimwee naar mooie tijden met de wetenschap dat het nooit meer terug zou komen. Maar het was ook goed zo, tijd om door te gaan. Uitpakken, mouwen opstropen en niet zeuren. Moe en treurig kwam ik die middag thuis, eindelijk weekend, tijd om het hoofd leeg te maken en de blik weer te verruimen. Heel veel tijd om dit te doen kreeg ik echter niet… Ik werd gebeld door de andere werkgever: ‘het heeft even geduurd maar op de valreep voor het weekend wil ik je toch even feliciteren, we willen je graag hebben. Wanneer kun je beginnen?’
….SORRY? Ik moet geloof ik even gaan zitten…

Ik wil HELLO geen GOODBYE

Even was ik in de keuken en bij terugkomst bleek ‘Hello Goodbye’ te zijn begonnen. Ik moet daar niet naar kijken want de tranen biggelen geheid over mijn wangen. Snikkend kijk ik naar hoe geliefden elkaar in de armen vallen of hoe ouders afscheid nemen van hun wereldreiziger. Afscheid nemen is iets dat ik niet kan. Zo huil ik bij ieder nieuw jaar dat wordt ingeluid of beter gezegd: ieder oud jaar dat wordt uitgeluid. Ook minder symbolische vormen van afscheid brengen waterlanders naar boven. Zelfs tijdens het afscheid van een vakantie houd ik het niet droog. Tranen, dikke tranen zelfs met een onderdrukte snik. Je kunt wel stellen dat mijn emoties aardig aan de oppervlakte liggen. Ik ben een sentimentele tuttenbel.

Het afscheid tijdens deze vakantie bleek achteraf niet alleen maar goedkoop sentiment, maar ook het afscheid van een tijdperk. Door de komst van Kleine M. bijna twee jaar geleden is er een heleboel veranderd. We kunnen het niet langer negeren en het probleem moet met kop en staart worden aangepakt. Het was namelijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Er verschenen wolken aan de strak blauwe hemel, wolken die het zicht vertroebelden. Alles veranderde en niet alleen voor ons als nieuwbakken ouders. Sommige verhoudingen werden op scherp gezet en alles wat voorheen als vanzelfsprekend werd ervaren, veranderde vanaf de eerste seconden dat zijn komst wereldkundig werd gemaakt. Als een kleine prins werd hij het stralende middelpunt.

Ik wist dat het mis zou gaan, want van diverse kanten kreeg ik hints. Kleine M. dreigde in zijn naakte onschuld een wig te drijven tussen sommige mensen. Iets wat ik krampachtig probeerde te voorkomen, maar toen de ergste stormen waren gaan liggen, leken de nieuwe verhoudingen allemaal zijn plek te vinden. Achteraf gezien, wilde ik waarschijnlijk graag zien dat het goed zat en we in de luwte zaten. Nu is niet de bom gebarsten maar de luchtbel waarin ik zat is met een harde knal geknapt.

Toch houd ik van de luchtbel. Het is de wereld door een roze bril waar nooit een zuchtje wind staat. En tegen beter weten in, ga ik proberen de luchtbel na te bootsen maar dan realistisch met beide benen op de grond. Ik heb geen vaste hand, maar doe mijn uiterste best om alle stukjes te verzamelen en tot een evenwichtig geheel te lijmen. Niet de grote scherven, maar juist die kleine splinters maken het verschil. Ik maak een replica van de luchtbel maar dit keer met de juiste verhoudingen.

Van uitstel komt zeker geen afstel!

Anderhalve week geleden kondigde ik op het werk mijn vertrek aan. Ik wist dat ik nog wat vakantiedagen van vorig jaar had maar had me niet gerealiseerd dat ik hierdoor nog slechts 6 dagen hoefde te werken. Mijn ToDo lijst besloeg meerdere pagina’s en waar ik dacht iets weg te werkten, kwam er net zo veel werk voor terug. Mijn laatste werkdag zat me op de hielen. Een fijn gevoel natuurlijk, want het is het begin van een nieuw avontuur, maar het zinde me niet. Waarom had ik nog zóveel werk liggen? Het waren klussen die ik niet kon of wilde overdragen aan een collega en ik kon mijn opvolger toch niet met een berg werk laten beginnen?

De eerste week vloog voorbij en de lijst was nog net zo lang. Dan maar eerst weekend vieren en maandag met een schone lei beginnen, wie weet kon ik dan orde in de chaos scheppen. Maandag begon echter al net zo ongeordend als de dagen ervoor. Even knipperen met je ogen en het was lunchtijd, weer niets opgeschoten. Zo haastte de week zich naar donderdag, mijn laatste dag.

Het voede al die tijd alsof op vakantie ging, dus ik wilde mijn werk klaar hebben en mijn bureau opgeruimd. Het was echter alles behalve een vakantie, het was afscheid, een streep eronder en mijn sleutel inleveren. Had ik me dit echt niet gerealiseerd of was het uitstel van executie? Het is tenslotte niet niks om na 10 jaar te vertrekken.
Donderdagmiddag half 5 kon ik eindelijk beginnen met opruimen. Mijn vader leerde me vroeger: “wie wat bewaart die heeft wat”, maar hij doelde hier mee op het zuinig zijn met snoep. Ik heb zijn woorden iets te ver doorgevoerd in het dagelijkse leven waardoor ik nu stapels papieren door moest. Een verzameling van al die jaren, waarbij ik bij elke print heb gedacht dat het nog wel eens van pas zou komen. Klopt ook, maar ik heb het na gebruik niet weggegooid of keurig gearchiveerd. Stapels interessante artikelen voor mijn nieuwsbrieven, notulen van oude MT vergaderingen en een stuk of tien opzetten van projectplannen. Inmiddels uitgevoerd, verouderd of nooit van toepassing geweest. Weg ermee!

De grote opruiming ging gestaag en om 19:00 uur gooide ik de handdoek in de ring. De papierhandel was opgeruimd, maar de digitale documenten en mijn overvolle mailbox lagen nog op me te wachten. Hoe had ik ooit kunnen denken dat ik dit klusje in een uurtje kon klaren? Ik had hier duidelijk niet over nagedacht, want in gedachten was ik helemaal niet bezig met vertrekken.

De laatste stap in dit proces bleek een ware horde. Afscheid nemen van je werkfamilie valt niet mee en door mijn niet goed gearchiveerde lades en mappen kon ik het afscheid nog even uitstellen… Van uitstel komt zeker geen afstel, maar maandag ben ik er gewoon weer (voor een paar uurtjes).