Category Archives: Twijfel

De juiste verhouding tussen werk, privé én solliciteren

Oké het nu volgende komt misschien over als een kleine klaagzang….

Zoals je eerder hebt gelezen ben ik naarstig op zoek naar een baan. Het voelt alsof er geen tijd te verliezen is en geen vrij uur onbenut mag blijven, want het is zo 1 oktober en dan heb ik geen werk meer. Maar hoe doe je dat met een man in de horeca, een lopende baan die topdrukte kent, een kind van 3 en een huishouden?

jugglerDe combinatie van een baan in de horeca en een baan tijdens kantooruren is voor ons als ouders doorgaans perfect. We besparen op de kinderopvang en kleine M. heeft in de ochtenduren alle aandacht van papa en ’s avonds de volle aandacht van mama. Ideaal… tot nu. Want die volle aandacht van mama gaat ten koste van mijn kostbare uren om te solliciteren! Als het mopje in bed ligt, de afwas gedaan (ja vaatwasser stuk) en het huis ‘aan kant’ dan is het 21.30 uur. En wil ik niet als een stuiterbal mijn bed in rollen dan kan ik na 23:00 uur beter niets meer doen. Da’s anderhalf uur… en te weinig om een leuke, opvallende en een ‘anders-dan-die-500-andere-briefschrijvers’ brief te schrijven.

Het feit dat we zelden allemaal tegelijk thuis zijn, is nooit leuk maar komt nu helemaal niet goed uit. Als we dan eens in het weekend samen thuis zijn, dan kan ik me toch moeilijk terugtrekken om vacatures te zoeken, mijn CV af te stoffen en aan mijn toekomst te werken? Ik wil niet mijn liefsten de deur uit sturen zodat zij samen iets leuks kunnen gaan doen, zonder mij!
En solliciteren onder werktijd? Nee, dat zit er voorlopig niet in want ik noemde het al: topdrukte… Hoogtijdagen. Eigenlijk altijd de leukste periode van het jaar. Maar nu even niet!

Misschien ben ik een ongelofelijke zeur maar mijn eigen gehaast legt me bijna lam. Een typisch geval van Sjors Twijfelt… waaraan besteed ik wanneer mijn aandacht, hoe houd ik de weegschaal in evenwicht en waarom slaapt die driejarige nou nét niet op mijn vrije maandag? Die tijd zou ik anders goed kunnen gebruiken! Het is ook zo… het is gezeur… maar toch.

Overigens balanceert de weegschaal deze week niet onaardig. In de afgelopen 7 dagen heb ik meerdere sollicitaties verstuurd, dagelijks met een houten treinbaan gespeeld (en mijn gehaastheid aardig kunnen negeren) en ook nog aandacht aan mijn lief kunnen schenken. Wat er bij in schiet? Vriendschappen, familie en het huishouden. Lieve mensen aan tijd wordt hard gewerkt! Stofzuiger en strijkplank, sorry maar jullie zullen echt nog even moeten wachten.

De balansvakantie

17 juli 2013 – De zomervakantie is begonnen en ik ben een week vrij. Geen vakantie met koffers, vertrekstress en inpakchecklists. Nee, een week in en om het huis of zoals nu op het zonnige balkon. Deze ongecompliceerde week probeer ik te benutten om de gecompliceerde balans op te maken. Twee jaar geleden tijdens een vakantie hoefde ik geen balans op te maken. Het was toen overduidelijk dat het roer om moest: te lang vastgehouden aan het oude vertrouwde. Hoe anders is het nu. Door verschillende gebeurtenissen word ik gedwongen om te herbezinnen. Ik ben nog niet klaar om mijn toekomst een andere wending te geven, maar toch zal het moeten. De vorige keer wist ik diep van binnen wel wat ik wilde. Er was alleen wat moed voor nodig. Dit keer zal het roer waarschijnlijk om moeten en is er geen tijd om het goede moment af te wachten.

Die week bleek ik verre van klaar te zijn om de balans om te maken. Het werd een week zonder blik op de toekomst. Achteraf gezien heerlijk!

rollercoaster7 augustus 2013 – We zijn drie weken verder. De vakantie is voorbij en het onheilspellende nieuws is gebracht. Die fijne baan waar ik anderhalf jaar geleden aan mocht beginnen, houdt samen met alle andere functies binnen de organisatie op. Het bedrijf houdt op te bestaan en we staan straks allemaal op straat. Mijn blog heet niet voor niets Sjors Twijfelt; ik ben niet iemand die dit zonder twijfel naast zich neerlegt en vrolijk op zoek gaat naar een andere uitdaging. Ik heb tenslotte nog bergen werk te verrichten, heb (soms te veel) hart voor de zaak en ben nog helemaal niet klaar om dit werk naast me neer te leggen. Dit is míjn baan en vooral mijn werkplek…dé plek waar ik me thuis voel, met geweldige collega’s en een omgeving die prikkelt en uitdaagt. Hier had ik lang naar gezocht en nu ik hem heb gevonden wil ik nog lang niet loslaten!

De afgelopen weken zijn een ware achtbaan van emoties geweest. Elke dag meerdere nieuwe wendingen, dagen van onzekerheid maar vooral het niet mogen praten bleek een ware beproeving. Ik dacht dat zwanger zijn, een huis verbouwen of verliefd zijn achtbanen waren maar ik kan je zeggen, dat het in razend tempo opdoeken van een organisatie een Goliath, Python en El Condor* in een is.

De balansvakantie werd er een van ‘blik-op-oneindig’ maar inmiddels is het moment aangebroken om te kijken wat er zich aan het einde van oneindig bevindt. Ik ben er klaar voor, de balans is opgemaakt.

MENSEN, IK ZOEK EEN BAAN!

*(achtbanen in Nederland volgens Wikipedia)

Het waterincident

Kleine M. is een peuter van inmiddels drie en in training om zindelijk te worden. Dat het niet zonder slag of stoot gaat, zal niemand verbazen. Er zijn stoere onderbroeken gekocht om het luierloze bestaan te stimuleren. Er ontstaan ware rituelen en langzaam maar zeker nemen de ongelukjes af. Maar er zijn momenten…
potty trainingVorige week liep M. op een dag al enige tijd in zijn onderbroek rond en het ging zo goed dat ik zijn luierloosheid was vergeten, totdat er opeens een luid: “Mama!!” vanaf het balkon klonk. Ik snelde naar hem toe en heel zachtjes zei hij: “ik heb geplast”. Als  ongelukjesmanager zei ik natuurlijk dat het helemaal niet erg was. Ondertussen volgde ik het natte spoor op het balkon. Het liep tot aan de rand of ging het er ook overheen? Ik kon het niet direct goed zien. “Wat is dat nou?” hoor ik tegelijkertijd van beneden in de tuin. De oude buurvrouw stond blijkbaar in de tuin. Met enige schroom stak ik mijn hoofd over de reling en keek wat er was gebeurd. Misschien was ze net aan komen lopen? Helaas bleek het vele malen erger dan dat. Ik constateerde een grote natte plek op haar rug en ze had haar hand in haar nek gelegd. Oh nee, dit was nog veel erger! Het onschuldige ongelukje had opeens een slachtoffer opgeleverd. Direct kwam er een stroom van excuses uit mijn mond, maar ze verstond me niet. De lieve oude buurvrouw is hoogbejaard en erg slechthorend. Ze bleek haar gehoorapparaat niet in te hebben, dus het had geen enkele zin om een heel verhaal af te steken. Al schreeuwend probeerde ik haar mijn excuses aan te bieden, maar met dit zelfde volume durfde ik haar niet te zeggen wat er werkelijk was gebeurd. Met het schaamrood op de kaken schreeuwde ik dat kleine M. per ongeluk met een gietertje had gespeeld en het water over het balkon had gesproeid. Als het maar geen vies water was, zei ze. “Nee hoor, we hebben er gisteren nog de planten mee water gegeven”, loog ik verder. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen haar de waarheid toe te schreeuwen terwijl de halve buurt buiten zat te genieten van de eerste zonnestralen van de zomer.
De heibel was een beetje gesust en ik snelde me met M. naar binnen, deed alle ramen en deuren dicht en barstte in lachen uit. Die luierloze peuter stond me met grote ogen aan te kijken want hij begreep er werkelijk niets van. Hij had een plas gedaan, de buurvrouw had een hele natte rug en mama lachte tranen met tuiten? “Mama, wat is er met je? Gaat het goed?” De lieve schat had geen idee wat hij had veroorzaakt behalve dan dat hij een ongelukje had gehad. Voor ‘straf’ moest hij een tekening maken voor de buurvrouw en ik schreef als onderschrift: Excuses voor het waterincident!
Misschien moet ik ook mijn excuses maken aan kleine M. Ik heb hem tenslotte zijn eerste leugen geleerd… Al is het een leugentje om bestwil?

Help! Muis is weg…

Koninginnedag 2013, bekend om de komst van Neerlands nieuwe koning. Een historische dag met abdicatie, kroning en verlies. Waarschijnlijk zijn vele bezoekers aan de Amsterdamse Koninginnedag iets kwijtgeraakt; van muntgeld en een haarelastiek tot smartphones, hele dagdelen of erger nog de liefde van je leven. Bij ons gaat deze dag de boeken in als de dag de we Muis verloren.
Muis is de lievelingsknuffel van kleine M. Van alle gekregen speelgoedbeesten was deze vanaf de eerste dag favoriet. Het is zijn kameraad, helpt hem in bange donkere nachten en troost hem bij verdrietig afscheid op de crèche. Maar nu dus even niet want op 30 april zijn we Muis verloren in het drukke Vondelpark.

vermist_muisMeerdere keren hebben we hem gewaarschuwd maar het mocht niet baten, onderweg naar huis bleek de knuffel niet meer in handen van kleine M. Ook een zoektocht terug het park in mocht niet baten, Muis was weg. Onze dappere Dodo blijkt echter een optimist in de dop want hij toverde allerlei mogelijke verblijfplaatsen van Muis uit zijn hoge hoed. De knuffel zou in de vijver liggen, was achtergebleven op de glijbaan in de speeltuin of lag hij misschien gewoon bij opa en oma in de schuur? Helaas tot zijn verdriet was Muis ’s avonds voor het slapen gaan nog altijd niet thuisgekomen. We brachten hem naar bed met de boodschap dat iemand hem misschien wel zou vinden en ons dan meteen zou bellen.

Een sprankje hoop, precies genoeg om te gaan slapen in een bed vol met al veel eerder afgewezen potentiële lievelingsknuffels.

Ondertussen bestelden we online een nieuwe knuffel en deze zou vandaag worden bezorgd. Per e-mail heb ik het zielige verhaal gedaan en ze verzekerden ons dat Muis de tweede donderdag zou worden bezorgd. Met die wetenschap vertelden we kleine M. dat een meneer Muis inderdaad in de vijver had gevonden maar dat hij erg vies en helemaal kapot was. De lieve meneer zou de knuffel hebben gewassen, gerepareerd en met de Pieter Post wagen (lees: PostNL) als een speciaal pakketje versturen. Terwijl we hem vertelden dat Muis terug zou komen, bloeide kleine M. helemaal op. Hij reageerde zo enthousiast en de liefde spatte van zijn gezicht af. Zijn reactie ontroerde me, ondanks zijn dappere optimistische pogingen om Muis allerlei heldendaden toe te dichten, had hij het kleine dier dus vooral vreselijk gemist. Deze kinderhand leek snel gevuld…totdat vandaag de Pieter Post wagen niet voor de deur verscheen. Geen speciaal pakketje, geen Muis bij de post.

Er is geen tijd meer te verliezen want we gaan bijna met vakantie. De hoogste tijd dus voor plan B. Zuslief weet een winkel waar ze precies dezelfde knuffel verkopen en komt deze morgenavond hoogstpersoonlijk brengen. Zij heeft namelijk die aardige meneer gesproken die Muis vond in de vijver en hij heeft de knuffel aan haar gegeven…
We zullen morgen zien of kleine M. met 1 of 2 Muizen op vakantie kan, maar een ding is zeker: Muis gaat mee op reis!

Het Loeder

Onlangs werd ik op straat aangesproken door een moeder van het kinderdagverblijf. ‘Oh wat leuk om te zien dat kleine M. ook kan lachen’ zei ze. Pardon?! Ik beet op mijn tong om haar niet allemaal verwensingen naar het hoofd te slingeren. Hoezo, leuk dat hij ook kan lachen? Mijn kind lacht de hele week minus 15 minuten op vrijdagmorgen tussen 8:45 en 9:00 uur als hij naar het kinderdagverblijf wordt gebracht. Hij heeft duidelijk moeite met afscheid nemen maar roept aan het einde van de dag steevast: ‘het was een leuke dag’.

De moeder in kwestie staat sindsdien bij ons thuis bekend als Het Loeder. Bemoeizuchtig, veeleisend, competitief en duidelijk weinig gevoel voor tact. Kom op mensen, zo spreek je iemand toch niet aan? Alsof het nog niet vervelend genoeg is voor kleine M. en voor ons om hem altijd huilend achter te laten. We weten dat hij het echt naar zijn zin heeft maar het afscheid blijft moeilijk.

pictureperfectmotherHet Loeder heeft een eenjarige dochter op het kinderdagverblijf en mama eist alle aandacht van de leidsters op bij het brengen én halen. Zo gedetailleerd mogelijk wil ze het reilen, zeilen, eet- en drinkgedrag van haar oogappel weten. Dat is haar goed recht maar er staan meerdere ouders te wachten die het hierdoor met een summiere samenvatting van de dag moeten doen. Ze ligt bij andere ouders ook niet lekker dus het is niet helemaal mijn eigen, zure interpretatie. Toch had ik onlangs dankzij haar een ouderwets binnenpretje. Ze werd er bij het ophalen op gewezen dat haar prinses verre van prinsessengedrag vertoonde richting andere kinderen. Het Loeder schrok en keek schichtig om zich heen. Had een andere ouder dit gehoord? Ja ik, die slechte moeder met dat jankende kind. Kleine M. was met zijn vriendjes nog druk met een puzzel dus ik deed alsof ik niets had gehoord. Natuurlijk is het niet leuk om te horen dat je kind zich niet voorbeeldig gedraagt, maar gelukkig overkomt het IEDEREEN. De paniek was echter merkbaar want Loeder begon direct met overcompenseren: ‘kijk eens liefie, doe jij maar zelf je schoentjes aan. Nee lukt het niet? Je sjaaltje dan? Och liefie ben je soms een beetje moedepoe?’ Ja natuurlijk is die arme drommel moe na zo’n dag! En overcompenseren doe je zelf maar, niet via je kind!

Zo…dat is eruit….. of zou ik me moeten inleven in Het Loeder? Zou zij soms ook een onzekere moeder zijn zoals elke moeder? Misschien wel maar dan nog…

Voet bij stuk

En daar zit je dan voor de zoveelste avond op rij aan tafel met een preek over hoe belangrijk het is om goed te eten. Hij is heerlijk koppig en houdt voet bij stuk: zijn nee is nee. Of hij nou een grote jongen zal worden of zo klein blijft als nu, interesseert hem ogenschijnlijk niets. De afspraken die we voor het eten hebben gemaakt, lijkt hij ook spontaan vergeten. Waar hij vorige week alleen maar sperzieboontjes (lees haricots verts want aan gewone sperziebonen zitten halen) wilde eten, moet hij er vandaag niets van weten.

spaghettiIk heb al eens eerder geschreven over het niet willen eten, maar het is nog altijd lastig. Naar aanleiding van de vorige dramatische maaltijdloze week hebben we wat regels opgesteld. Zo hanteren we de regel dat eten geen strijd mag worden, dus als er na lang aandringen nog niets wordt gegeten dan stappen we over op een banaan. Dat lukt aardig maar vandaag natuurlijk niet. Opa en oma eten mee en dan loopt het eten altijd net iets anders. “Eet je de banaan niet op?” Vol overgave schudt hij zijn hoofd. Dat is een duidelijke NEE. “Maar je hebt beloofd goed te eten en je hebt met oma afgesproken dat je goed je best zou doen.” Nog altijd NEE. Van een gesprek is geen sprake. Ik houd een monoloog tegen een kind dat op tactische momenten zijn tong verloren is.

Ik besluit niet vreselijk boos te worden maar in alle rust te vertellen dat dit niet de afspraak is. Ik dat niet lief vind en hij is een stoute jongen, daarom moet hij even in de hoek op de gang staan. Die ene keer dat ik vroeger met mijn bord op schoot in een hoek moest zitten, heeft diepe indruk op me gemaakt. Daarnaast zie je bij opvoedprogramma’s ook altijd ‘the naughty corner’. Het lijkt me dus een prima opvoedkundige actie, maar ook nu is hij standvastig. De straf lijkt hem niet te deren. Na vijf minuten lijkt het me tijd om weer eens te gaan kijken. Ik vraag hem of hij inmiddels weer gaat eten, maar nog altijd NEE. Begrijpt hij mijn vraag misschien niet goed? Moet ik het anders formuleren? Ik stel nog een paar soortgelijke vragen, maar hij blijft consequent. In zijn volwassen leven zullen we hem daar om complimenteren, alleen in deze levensfase is het handig als hij iets gehoorzamer is en gewoon luistert. Hij blijft dus nog maar eens vijf extra minuten in de hoek en krijgt er bovendien nog een milde straf bij: geen spelletjes voor het slapengaan. Er is niets dat indruk maakt dus is het tijd om zijn pyjama aan te trekken en hem klaar te maken om zogenaamd naar bed te gaan. Maar dan gebeurt het: hij breekt! Eindelijk lijkt hij zich bewust van zijn daden! Huilend zegt hij dat hij niet wil slapen. Zou mijn ingehouden boosheid dan toch hebben gewerkt? Tot slot vind ik wel dat hij eerst zijn excuses moet maken aan mij en aan opa en oma. Schoorvoetend en met zijn kin op zijn borst zegt hij: soddy (die R wil nog niet vlotten). En om een punt aan het geheel te breien vraagt opa hem nog of hij voortaan zal luisteren naar mama. Zijn antwoord? NEE. Ach, wel lekker consequent.

Zwaaioma

In het holst van de nacht werd vorige week onze 93-jarige onderbuurvrouw per ambulance afgevoerd. We hebben niet een heel hechte band en we lopen de deur niet bij elkaar plat maar er is wel sprake van een gezonde burenrelatie. En zeker een hoogbejaarde dame die nog zelfstandig woont, houd je extra in de gaten.

Toen de ambulance wegreed en ik weer in bed ging liggen, kwam er een levendige jeugdherinnering in me naar boven. Mijn beste vriendinnetje en ik woonden vroeger op 100 meter afstand van elkaar en precies op de helft daarvan stond een huisje. In dit kleine hoekhuis zat altijd een oma in een stoel voor het raam. In mijn beleving zat ze daar van ’s ochtends vroegkinderen_zwaaien tot ’s avonds laat uit het raam te staren. Zolang als ik me kan herinneren zwaaide ik naar haar; een keer bij het eerste raam om me vervolgens om te draaien en bij het hoekraam nog een keer te zwaaien. Een dagelijks ritueel en het leek alsof ze er speciaal voor mij zat. Een vrouw met wie ik nog nooit een woord had gewisseld maar ik kende haar alsof het mijn eigen oma was. Mijn vriendinnetje en ik noemden haar onze zwaaioma. Tot op een dag haar stoel leeg was en deze de dagen daarna ook leeg zou blijven. Ik weet niet meer hoe lang die stoel daar nog zonder zwaaioma bleef staan maar op een dag was het huis leeggehaald. Ik was oprecht verdrietig want zij was toch ook mijn oma!

Een leven later weet ik nog precies hoe ze er bij zat, hoe lief ze lachte en vooral hoe ze zwaaide. En nu de onderbuurvrouw in het ziekenhuis ligt en het onzeker is of ze ooit nog thuiskomt, voel ik me treurig. Ik gun kleine M. namelijk ook zo’n mooie herinnering. Al vraag ik me af of dat ooit zal gebeuren, ongeacht of ze nog een paar jaar onder ons woont. M. vindt haar namelijk eng, hij duikt altijd weg en slaakt een angstig gilletje als hij haar ziet. Ik kan me er wel iets bij voorstellen want het is niet de liefste vrouw die op de wereld rondloopt. Ze is helaas wat verbitterd en moppert over alles, maar wie zegt dat mijn zwaaioma wél de liefste was? Misschien was zij wel onuitstaanbaar, een prinses op de erwt of zat zij hele dagen in haar stoel uit pure luiheid? Eerlijk gezegd zal het me worst zijn wie ze echt was. In mijn herinnering is ze een heldin die het, na jaren zwoegen, verdiende om in die heerlijke zachte stoel achter de geraniums te zitten.

Ik houd dan ook stug vol en hoop dat kleine M. op een dag ziet dat 93 een heel bijzondere leeftijd is. En misschien heeft hij later net zo’n mooie herinnering als ik.

Ah mama mag het?

Zeg Sjors, waar blijft je twijfel? Was er geen twijfel mogelijk, was het een typisch geval van writersblock of misschien simpelweg gewoon geen zin? Ik geloof dat het vooral luiigheid was, een verslapping van de motivatie en van net te weinig tijd. Het jaar moet dan ook maar beginnen met dat ene goede voornemen: meer schrijven. Dus voor iedereen: hier ben ik weer!

De afgelopen maanden heb ik me met regelmaat verwonderd over de creatieve slimheid van een kind. Je kunt het nog geen slinksheid noemen, maar het heeft er verdacht veel van weg. Zelfs die puk van 2,5 weet precies hoe hij je moet bewerken. Als hij dit op zijn 25ste nog doet dan krijgt hij een slechte naam. Kind, je hebt het niet van mij!

mama_mag_hetZodra hij met gebogen hoofd naar me toe loopt, vlak voor mijn neus stopt dan weet je al genoeg. Hij tilt langzaam zijn hoofd omhoog, houdt het wat schuin en kijkt je vervolgens met grote ogen vol onschuld aan…(ik ben al bijna gezwicht). Hierna volgt een stortvloed aan complimenteuze woorden of een lieve (gemeende?) knuffel. De vleiende woorden hebben inmiddels het stadium bereikt van: “mooi mama!” als ik een kledingstuk voor de spiegel pas. Mijn antenne richt zich dan op wat komen gaat, ik ben alert en niet van plan toe te geven aan zijn grillen.

“Mammaaaaaaaa?” Ha, ja daar komt ie…. “Mama mag ik een berenkoek?”. Maar het toppunt is toch wel: “Ah mama mag het?”. Van wie heeft hij dat geleerd? Wie heeft hem geleerd om al paaiend zijn zin te krijgen?
Toch houden wij negen van de tien keer onze rug recht en zijn we niet te vermurwen. Kleine M. is dan diep, diep teleurgesteld. Zijn liefkozingen gaan naadloos over in een Griekse tragedie. Dikke krokodillentranen biggelen over zijn wangen en als het aan hem ligt vergaat de wereld binnen het uur. En wat doe je dan? Ik probeer me in te houden en vooral niet te lachen. Hij denkt blijkbaar nog altijd dat hij ons hiermee op andere gedachten kan brengen.
Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk dat hij alles uit de kast haalt en steeds slimmere trucs uithaalt om zijn doel te bereiken. De vraag is meer: hoe ga je daar mee om?
Blijf je streng en houd je voet bij stuk, geef je hem toch af en toe zijn zin?
Vaak genoeg ben ik streng, misschien wel een beetje te streng… Op het moment dat hij heel hard om zijn vader roept dan weet ik genoeg. Zijn kansen zijn verkeken en hij heeft schoon genoeg van mij. Gelukkig weet ik hem meestal vrij snel op andere gedachten te brengen door een afleidingsmanoeuvre. De berenkoek is dan net zo snel vergeten als dat hij in zijn gedachten is opgekomen.

Dit jaar ga ik vooral genieten van dit gedrag, lachen in mijn vuistje en zo heel af en toe toch eens toegeven. Het blijft tenslotte een spel en hij mag ook best wel eens als winnaar uit de bus komen.

Peuterborrel

Vanmiddag wenste een collega me veel plezier op de peuterborrel. De term op zich klinkt een stuk leuker dan de daadwerkelijke aangelegenheid. Het was vrijdagmiddag vijf uur en ik stond op het punt Kleine M. op te halen van het kinderdagverblijf. Dat gaat elke vrijdag op dezelfde manier: binnen lopen, kort informeren hoe de dag was en met dezelfde snelheid weer naar buiten. Bij de gedachte aan de afscheidsborrel (lees ranja en borrelnootjes) voor M’s favoriete leidster krijg ik nog minder zin om naar binnen te gaan. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk om mijn kleine ventje weer op te halen, maar ik ben gewoon niet goed in koetjes-en-kalfjes-gesprekken met ouders. Alle ouders lijken Kleine M. bij naam te kennen, terwijl ik de mensen niet eens van gezicht herken, laat staan dat ik weet welk kind bij hen hoort.

Het heeft niet zo zeer iets te maken met desinteresse want ik wil best weten welk kind er bij die kakelende moeder hoort en of die wandelende testosteronbom misschien een mini Rambo heeft. Ze weten namelijk allemaal wél dat Kleine M. dat kleine blonde jongetje is dat ’s ochtends altijd groot verdriet heeft als zijn papa hem wegbrengt. Je zou zeggen: zo’n peuterborrel is dé gelegenheid om te laten zien hoe vrolijk je kind eigenlijk is en wat een leuke ouders hij heeft. Toch lukt het me niet om een gesprek aan te knopen, liever gezegd ik ga het uit de weg. Gelegenheidsgesprekken en ik zijn niet elkaars beste vrienden.

Ik stond dus vol tegenzin voor het lokaal stiekem te kijken naar mijn kind. Hij had plezier en rende vrolijk tussen alle kinderen en ouders rond. Toch zag ik aan zijn gezicht dat hij een zware dag had gehad. Reden te meer dus om een kort gesprek met de afscheidnemende leidster aan te knopen en me daarna door Kleine M. naar buiten te laten leiden. En zo geschiede… Totdat we langs een rijtje kinderen kwamen en M. enthousiast begon te wijzen en hun namen noemde. Het waren kindjes die ik niet eerder had gezien maar hun ouders kenden Kleine M. blijkbaar wel. Ik werd geconfronteerd met mijn eigen tekortkoming, want wie waren die mensen en hoe heten die kinderen? Een gevoel van schaamte kwam naar boven en ik besloot dat ik er aan moest geloven. Tijd dus om me ook in de oudergesprekken te mengen, praatjes te houden over de speeltuin om de hoek en op te scheppen over de geweldige bouwkundige inzichten die mijn zoon al heeft (zijn huizen, stations, en andere prachtige bouwwerken mogen er tenslotte zijn). Even aarzelde ik maar Kleine M. nam de beslissing al voor mij en dirigeerde me met zachte hand naar buiten. Bedankt! Over een paar dagen mag ik het nog een keer proberen: ouderavond… Joepie! Ik wil niet maar het moet.

Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper

De kapper is niet mijn beste vriend. Nou heb ik geen spannend of ingewikkeld kapsel, maar een kappersbezoek kan wat mij betreft zo kort mogelijk zijn. De vrolijke nikspraatjes kunnen me gestolen worden evenals die verfoeide spiegels. Hier krijgt zelfs een size zero model met de perfecte huid een complex van. Kappers kijken ook meer naar zichzelf in de spiegel dan naar hun klanten.

Het enige dat mijn haar overigens iets anders maakt dan rechttoe rechtaan, is een pony. Ik heb dit al jaren en ben er blij mee…voor een periode van een week of zes. Dan is het haar van de een op de andere dag te lang. Er is niets meer mee te beginnen en zo dus ook vandaag. Deze week komt het alleen heel slecht uit want het is druk op het werk. We werken toe naar het hoogtepunt van het jaar: een gala waarbij voorname gasten aanwezig zijn, belangrijke sectorprijzen worden uitgereikt en ik representatief voor de dag moet komen. Dé jurk was al een flinke twijfel, maar nu de zekerheid van de pony ook is weggevallen zijn de rapen gaar.

Helaas is er deze week geen moment in de agenda voor een uitgebreide was- en knipbeurt, maar vanmorgen wel een gaatje om even binnen te wippen voor de pony. Het is tenslotte een gratis service die ze bieden en waar ze bovendien op hameren iedere keer als ik weer met een te lange pony binnenkom. Ik mag ‘m niet meer laten bijpunten door mijn moeder. Vaak heb ik geen tijd voor de servicebeurt, maar nu is het hoognodig.

Ik toog vanmorgen naar de kapper. Laat me even de situatie schetsen zoals ik deze aantrof: 10 uur, kapsalon net open, twee kapsters roken buiten een laatste sigaret (prima, geen probleem mee) en binnen twee dames die de planning van de dag doornemen. En het belangrijkste misschien wel: ik ben de enige klant. Een klant bovendien met een probleem dat binnen twee minuten zonder veel extra inspanning verholpen kan worden. Een klant die je in minder dan geen tijd de gelukkigste mens op de aarde kunt maken (voor de komende zes weken dan). Je voelt de bui al hangen: ze hadden nu geen tijd en of ik over drie kwartier even terug kon komen. Ja kijk, een pony is namelijk een dingetje (niet mijn woorden). Dus gaan ze eerst klanten knippen en dan konden ze mij helpen. Pardon? Ik zie geen klanten? Nee, het kon echt niet nu, wel aan het einde van de dag. Mijn klomp was inmiddels verbrijzeld… Dit was de zoveelste keer dat ik mijn pony niet kon laten knippen. De ene keer kom je rond half zes: nee dan moet je vroeg op de dag komen. En nu word ik weggestuurd omdat ik te vroeg ben. Dat hadden ze net weer veranderd… Ik zei dat ik het niet snapte en alleen nú kon, maar ik kreeg een “ja, sorry”. Hiermee dreef ze me recht in de armen van iedere willekeurige kapper in de wijde omtrek. Al loop ik de rest van mijn leven met stekels of de lange vlechten van Rapunzel, nooit meer ga ik naar deze onbehulpzame troela’s. Giftig stapte ik op mijn fiets, misschien nog wel bozer op mezelf dan op die meiden: ik had me weg laten sturen en nu zat ik nog steeds met die vormeloze pony. Toch mijn moeder maar weer lief aankijken. Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper? Mij niet gezien!

Uit die luie stoel!

Twee keer knipperen met je ogen en de zomer is voorbij. Beter nog… twee keer slikken en het jaar is voorbij! Bijna een jaar geleden besloot ik tijdens een heerlijke, maar met regengevulde, vakantie dat het anders moest. Het had al veel eerder anders gemoeten maar er was zoveel tussengekomen. Andere ingrijpende veranderingen die mijn leven rijker hadden gemaakt, maar de glans was er bij mij een beetje af. Volop genoot ik van het nieuwe rustige leven met zijn drieën, het was alleen te rustig, misschien zelfs wel iets te gemakzuchtig.

Als je mij een beetje kent of vervent lezer van mijn blog bent dan weet je dat er meer dan genoeg is veranderd: ik ben gaan schrijven, gaan sporten, heb een hele fijne nieuwe baan gekregen en heb vooral mijn ziel blootgegeven in al mijn op waarheidberuste verhalen. Verandering genoeg dus en regelmatig met de billen bloot. Nu we het einde van de zomer naderen ben ik me opeens bewust van het jaar dat voorbij is gevlogen. Zoveel veranderingen heb ik doorgevoerd en toch voelt het niet zo. Er kriebelt toch nog een soort onrust in mij. Langzaam glijd ik weer onderuit in die luie stoel. Een aangename maar gevaarlijke houding, het betekent namelijk dat het leven gaat kabbelen. Niets heerlijker dan slapen op een boot op een kabbelende zee, maar er is geen tijd om te dutten! Althans ik mag mezelf geen tijd gunnen om te dutten. Dat doe ik wel later als ik te oud ben om achter de geraniums vandaan te komen.

Het is dus TIJD! De hoogste tijd voor een tandje erbij, een versnelling hoger en vooral: tijd voor nieuwe plannen. Een jaar geleden had ik twee speerpunten en nu bijna 365 dagen later heb ik ruimschoots aan mijn belofte voldaan. Ik ga een nieuw partijprogramma schrijven voor mijn eenmansfractie. En net als bij sportieve prestaties: de lat gaat leg ik weer een stukje hoger. Een tipje van de sluier kan ik wel alvast oplichten: een strakker regime. Minder luie stoel en meer ruimte voor mijn zielige hardloopschoenen. (Helaas zijn ze de afgelopen maanden weer weeskindjes geworden.) Minder bijrijder en meer mijn eigen voet op het gaspedaal. Tijd dus voor een aantal rijlessen. Maar naast meer discipline zal ik vooral meer op zoek gaan naar het randje. Meer uit de comfortzone en meer sprongen in het diepe. Soms hilarische mislukkingen en soms succesvolle mijlpalen. Best een aardige partij die ‘Sjors Twijfelt’, al zeg ik het zelf. In ieder geval eerlijk en betrouwbaar, kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Ik ga aan de slag met mijn nieuwe speerpunten, maar houd je natuurlijk op de hoogte tijdens het proces… Spannend!

Het televisieverbod geldt ook voor mij

Geef mij een willekeurige sport op televisie en ik zit aan de buis gekluisterd. Deze zomer is, ondanks de teleurstellende Nederlandse prestaties, een genot voor iedere sportliefhebber. Handenwrijvend zat ik dan ook op deze zomer te wachten. Het weer is perfect voor televisie. Geen tropische temperaturen die je naar buiten drijven, maar lekker regenachtig dus prima voor een lange bergetappe in de Tour.

Ondanks dat mijn eigen sportbeoefening tot een nulpunt is gedaald, vind ik het een feest om te kijken. Ik heb altijd een voorliefde voor de underdog, haal mijn neus op voor een veel te zelfverzekerde Amerikaan en zit met mijn een brok in mijn keel naar een 15 jarige zwemkampioen te kijken. Nogmaals, ik vind het een feest!

Helaas staat de televisie dit jaar niet de hele zomer aan want ik heb Kleine M. een televisie-uurtje per dag gegeven en voor die tijd mag het kastje niet aan. Een strikt beleid en dit geldt tot mijn grote verdriet dus ook voor zijn ouders. Het verbaast me niet dat M. soms met een ontzettende nepglimlach naar me toe komt en zegt: “kijk, kijk”. Hij trekt me vervolgens aan mijn arm mee naar de woonkamer en wijst naar het zwarte beeld. Daarop hoort natuurlijk iets te bewegen en geluid te maken, bij voorkeur op kinderniveau. Nou buig ik niet voor zijn aandoenlijke geslijm, maar dat betekent dat wij dus zelf ook niet voor de verleidingen van dagtelevisie mogen buigen.

Geen lieve kleine turnsters uit China, geen prachtige Afrikanen die pas drie maanden roeien en ook geen kennismaking met onbekende sporten zoals ‘10 meter luchtgeweer’. Op mijn geweldige smartphone zitten vele nieuws- en sportapps, maar naast dat ze lang niet altijd actueel zijn, is het natuurlijk ook geen voorbeeld om als ouder de hele dag naar je telefoon te staren. Ga dan later maar aan je kind uitleggen dat hij op zijn 5e nog echt geen telefoon nodig heeft of op zijn 10e echt geen telefoon met internet. Nee, overdag geen televisie en zo min mogelijk telefoon, ’s avonds haal ik de schade wel in met uitgebreide samenvattingen en live wedstrijden. Hoezo een slechte zomer? Ik geniet volop!

Het regent hier ook altijd!

Van de regen in de drup, zo schetst men de zomer tot nu toe. Het schijnt dat we zelfs al in de herfst zitten, al herinner ik me nog niet veel écht zomerse dagen dit jaar. Terwijl ik dit schrijf is, na een hevige stortbui, de zon weer gaan schijnen. Als je ‘de Nederlander’ moet geloven schijnt hier nooit de zon, speelde het Nederlands elftal als een natte krant en wordt de Raboploeg in de Tour de France afgeschreven als een zelfvernederingmachine. Goed ik geef toe; het EK was niet om aan te zien. En over zelfvernedering gesproken; laat niemand hier een voorbeeld aan nemen!

Hoe komt het toch dat wij zo goed zijn in halflege glazen, in controleren of het gras van de buurman echt niet groener is en beweren dat het hier altijd regent terwijl de boeren 24 uur per dag moeten sproeien? Blijkbaar gunnen we een ander, maar ook onszelf, niets en loeren we op een kans om een ander belachelijk te maken als iets mislukt. Eigenlijk is het nooit goed en lijkt de Nederlander te leven voor gemopper. Chagrijn als zwarte motor. Nederland – Mopperland met als voorlopig dieptepunt? De wens van de recreatiesector om optimistischere weersvoorspellingen, festivals met regengarantie (bij regen volgend jaar een kaartje met korting) en onze weermannen krijgen de schuld van een matige zomer. Het is jammer dat we het weer niet in eigen hand hebben. We doen ons uiterste best, want de temperaturen lopen lekker op dankzij onze ‘liefde’ voor het milieu… Aan de andere kant, als we het wel zelf kunnen bepalen, blijft er niets meer te mopperen over.

Zelf ben ik zeker geen rasoptimist, maar heb me een paar jaar geleden wel voorgenomen om minder naar anderen te kijken en meer te zoeken naar de regenboog tijdens een flinke bui. Je wordt er tenslotte niet gelukkiger van en het is zo makkelijk om te zwartepieten. Dit gaat zeker niet altijd vanzelf en ik betrap mezelf ook wel op gemopper, maar goed dat zit in ons bloed.

Voor nu trotseren wij het Hollandse weer en trekken oostwaarts voor een vakantie in ons eigen kikkerland. De regenpakken en laarzen staan al klaar. Hier in huis is namelijk één iemand die dolgelukkig wordt van regen. Bij de eerste druppels rent kleine M. naar het raam en roept: stampen, stampen, stampen! Waarom zou je naar Spanje waar het 40 graden is, terwijl je hier iemand de tijd van zijn leven kunt geven met een paar flinke plassen? Van de regen in de drup is in ons geval helemaal niet ongewenst!

Vaderdag – de Valentijn voor vaders

Sinds twee jaar maken we hier thuis echt onderdeel uit van opgedrongen tradities zoals Vaderdag. Waar we vakkundig Valentijnsdag omzeilen en kerstmis bij ons geen feest is van cadeaus, kunnen we niet om Vader- en Moederdag heen.

Hoe hartverwarmend het over een paar jaar ook zal zijn, op dit moment vind ik het nog onzin. Natuurlijk zie ik het straks voor me als Kleine M. iets groter is en we in alle vroegte sinaasappels persen voor het Vaderdagontbijt, maar nu is hij bijna twee en snapt zijn eigen verjaardag nog niet eens. Op het kinderdagverblijf zijn ze er natuurlijk al weken druk mee: “zullen we dit jaar een stropdas maken voor vader?” Goed idee, maar wat hadden jullie vorig jaar ook al weer gemaakt? Oh ja, een placemat in de vorm van een stropdas. Ik zal me inhouden, want het is natuurlijk héél schattig dat zo’n klein ventje heeft gekliederd op een vel papier.

Een leuk knutselwerk, ontbijt op bed, uitslapen of misschien een klein cadeau vind ik prima. Helemaal niets is wel erg weinig, maar wat heb je nou nodig om je vader te laten zien hoeveel je om hem geeft? Een thuistap of plasma tv? Als je Googled op ‘vaderdagcadeau’ dan zie je de nieuwste Ipad, een ballonvaart, minstens 4 websites met vaderdag in de naam en godzijdank ook tientallen sites die helemaal gewijd zijn aan cadeaus voor papa. Kun je echt niets verzinnen of ben je te oud voor een knutselwerkje? Zij helpen je op weg, houd je portemonnee maar bij de hand! Zeg het met bloemen? Die tijd ligt achter ons, tegenwoordig zeggen we het met een groot cadeau dat de kassa doet rinkelen.

Goede business die opgedrongen tradities: zit je in januari op de financiële blaren vanwege de decembermaand, geef je vervolgens je zuurverdiende euro’s uit aan peperdure rozen voor Valentijn. Daarna kun je uitkijken naar je vakantiegeld dat je weer naar hartenlust kunt uitgeven aan oranje prularia voor het EK, een te dure vakantie en tot slot klop je nog wat geld uit je zak voor grote cadeaus voor vaders en moeders. In deze sombere economische tijd moet geld inderdaad rollen, maar niet alles hoeft in geld te worden uitgedrukt, toch? Hoe groter het plasmascherm, hoe groter de vaderliefde?

Wij houden de traditie eenvoudig en beginnen dit jaar met een geknutselde stropdas en een uitslaapochtend.

Ik wil (g)een vakantie!

Terwijl kleine M. siësta houdt, zit ik peinzend achter de computer. Het is al weken geleden dat ik iets op mijn blog heb gezet en het is de hoogste tijd. Er is veel gebeurd en meer dan genoeg getwijfeld, maar om onverklaarbare reden wil het niet erg lukken. Zijn mijn twijfels wel het vernoemen waard? Heb ik last van het bekende writersblock? De zomer staat voor de deur en misschien heb ik vakantie nodig? Wat de reden ook is, het frustreert me. Dus zit ik vandaag weer eens piekerend naar buiten te staren op zoek naar inspiratie. Ook buiten brengt me de inhoud vandaag niet, want het regent al 36 uur onafgebroken en het is vreselijk koud voor de tijd van het jaar. Ik bemerk een zeurend gevoel in mijn lijf (én op papier) en voel me een brok chagrijn dat snakt naar zon, energie, warmte en buitenleven. Deze combinatie heet VAKANTIE in hoofdletters, maar ik ben toch net geweest? Dat was natuurlijk maar een week en met kleine M. die 4 dagen nodig had om te wennen, snak je daarna opnieuw naar vakantie. Mijn gevoel is hiermee verklaard dus… toch? Maar het verlangen naar vakantie alleen is niet voldoende om dit ontevreden gevoel te bestempelen. Er zijn tenslotte heel veel mensen die snakken naar vakantie en die kans niet eens krijgen. Ik mag dus niet zeuren.

De vakantieperiode is voor ons dit jaar ongebruikelijk. Jarenlang konden we gaan en staan waar en wanneer we wilden. Geen schoolvakanties of werkplanning die ons aan een vaste periode bonden. Tot nu toe dan, want mijn nieuwe werk dicteert de vakantieperiode. De leukste, grootste klus van het jaar dient zich aan in september en dat betekent (met hoofdletters) GEEN VAKANTIE in die periode. En hier wringt gevoelsmatig de schoen. Ik wil nog niet in het hoogseizoen en ik wil niet gedicteerd worden door werk, maar er valt weinig te kiezen. Ik hoor het je denken: enorm gezeur om niets en je hebt natuurlijk gelijk. Ik had alleen zelf niet door dat de knagende klaagzang langzaam de overhand heeft genomen.

Mijn blog heeft hiermee wel haar nut bewezen: al schrijvend kom ik er achter dat ik de afgelopen weken zwijgend heb zitten mokken. Daar gaan we dus meteen iets aan doen. Ik plaats mijn blog, stop met zeuren en ga aan de slag. Op zoek naar een leuke vakantiebestemming voor weinig. De online speurtocht naar de juiste vakantie is wel dé perfecte voedingsbodem voor twijfel. Avondenlang zoeken, bestemmingen bestuderen en met een kritische blik de foto’s van de vakantiewoningen beoordelen. Ik wens mezelf nu al succes…een vakantiebestemming voor weinig in het hoogseizoen… dat wordt nog wat. Of zullen we gewoon lekker thuis blijven? Twee weken doen en laten waar je zin in hebt met je eigen huis als thuisbasis. Het biedt vele voordelen: kleine M. hoeft niet te wennen, het scheelt aanzienlijk in de portemonnee en je hebt alle vrijheid die je je kunt wensen. Ik zie het wel zitten eigenlijk zo’n thuisvakantie…