Peuterborrel

Vanmiddag wenste een collega me veel plezier op de peuterborrel. De term op zich klinkt een stuk leuker dan de daadwerkelijke aangelegenheid. Het was vrijdagmiddag vijf uur en ik stond op het punt Kleine M. op te halen van het kinderdagverblijf. Dat gaat elke vrijdag op dezelfde manier: binnen lopen, kort informeren hoe de dag was en met dezelfde snelheid weer naar buiten. Bij de gedachte aan de afscheidsborrel (lees ranja en borrelnootjes) voor M’s favoriete leidster krijg ik nog minder zin om naar binnen te gaan. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk om mijn kleine ventje weer op te halen, maar ik ben gewoon niet goed in koetjes-en-kalfjes-gesprekken met ouders. Alle ouders lijken Kleine M. bij naam te kennen, terwijl ik de mensen niet eens van gezicht herken, laat staan dat ik weet welk kind bij hen hoort.

Het heeft niet zo zeer iets te maken met desinteresse want ik wil best weten welk kind er bij die kakelende moeder hoort en of die wandelende testosteronbom misschien een mini Rambo heeft. Ze weten namelijk allemaal wél dat Kleine M. dat kleine blonde jongetje is dat ’s ochtends altijd groot verdriet heeft als zijn papa hem wegbrengt. Je zou zeggen: zo’n peuterborrel is dé gelegenheid om te laten zien hoe vrolijk je kind eigenlijk is en wat een leuke ouders hij heeft. Toch lukt het me niet om een gesprek aan te knopen, liever gezegd ik ga het uit de weg. Gelegenheidsgesprekken en ik zijn niet elkaars beste vrienden.

Ik stond dus vol tegenzin voor het lokaal stiekem te kijken naar mijn kind. Hij had plezier en rende vrolijk tussen alle kinderen en ouders rond. Toch zag ik aan zijn gezicht dat hij een zware dag had gehad. Reden te meer dus om een kort gesprek met de afscheidnemende leidster aan te knopen en me daarna door Kleine M. naar buiten te laten leiden. En zo geschiede… Totdat we langs een rijtje kinderen kwamen en M. enthousiast begon te wijzen en hun namen noemde. Het waren kindjes die ik niet eerder had gezien maar hun ouders kenden Kleine M. blijkbaar wel. Ik werd geconfronteerd met mijn eigen tekortkoming, want wie waren die mensen en hoe heten die kinderen? Een gevoel van schaamte kwam naar boven en ik besloot dat ik er aan moest geloven. Tijd dus om me ook in de oudergesprekken te mengen, praatjes te houden over de speeltuin om de hoek en op te scheppen over de geweldige bouwkundige inzichten die mijn zoon al heeft (zijn huizen, stations, en andere prachtige bouwwerken mogen er tenslotte zijn). Even aarzelde ik maar Kleine M. nam de beslissing al voor mij en dirigeerde me met zachte hand naar buiten. Bedankt! Over een paar dagen mag ik het nog een keer proberen: ouderavond… Joepie! Ik wil niet maar het moet.

Laat een bericht achter!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s