Oom Theo en zijn neven


Sjors wilde weer luchtige en alledaagse twijfels maar voordat ik dat kan, moet me eerst nog iets van het hart.
Twee weken geleden overleed Theo, de jongste broer van mijn vader. De twaalfde schakel in het grote gezin, zoals zijn broers en zussen hem liefdevol noemden.

De twaalfde man was duidelijk niet geboren met een gouden lepel in zijn mond. Zijn leven kende vele tegenslagen waardoor het hem nooit eens een keer meezat. Tot de laatste maanden, hij had eindelijk een vast contract en zijn geldzorgen hadden een eindstreep in het vizier. De zon begon weer te schijnen maar hij was moe, zó moe. Zijn vermoeidheid bleek een duidelijke, vernietigende oorzaak te hebben: uitgezaaide leverkanker en er kon niets meer voor hem worden gedaan.

Voor het waterige zonnetje dat zijn best deed om weer volop te schijnen, dreven opeens toch weer gitzwarte wolken. Het was voorbij. Dag wereld, dag leven dat hij ondanks alles zo lief had.

Zelf had hij geen rode cent en dus sloegen de andere elf kinderen de handen in een en gaven hem een prachtig, memorabel afscheid. Juist doordat geld ontbrak en de familie op elkaar was aangewezen, ontstond er een verenigd front. Voor meningsverschillen en andere, soms slepende, oneindigheid was even geen plaats. Elf broers en zussen, hun wederhelften en alle neven en nichten waren één. Eén in het verdriet en één in de alles overstijgende wens om hem het mooist mogelijke afscheid te geven. Er waren prachtige woorden, er lag een zee van bloemen maar bovenal waren daar zes fantastische neven.

Mijn zes neven hadden hem in een jaar tijd twee keer helpen verhuizen en wilden dat zijn laatste verhuizing ook op rolletjes zou verlopen. Dus droegen zij de kist en haalden herinneringen op aan hun verhuisacties. Hilarische verhalen rechtstreeks uit een jongensboek. Tijdens die verhalen vloeiden de tranen door de lachsalvo’s heen en werd de cirkel rond. Want in die verhalen kwam zijn motto tot bloei: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.

Een van de zussen las een gedicht voor: “breng jij me weg tot aan de brug? Ik ben zo bang om daar alleen te staan”. En zo geschiedde. Mijn zes prachtige, dappere neven brachten Theo tot aan zijn allerlaatste brug. Helden zijn het! Een mooier afscheid bestaat niet.

Dag lieve oom, laat ze boven maar lachen. Oh ja en nog een laatste vraag: laat die duif af en toe nog eens een flats op een van de neven loslaten. Kunnen wij ook weer even met je lachen!

2 reacties

  1. Jan Dekker

    Ja Georgette dit is inderdaad een kippenvel blog geweldig.Ik heb het nu een paar keer gelezen maar de waterlanders en het kippenvel zijn elke keer weer aanwezig.
    Mooier en beter had ik deze dag niet kunnen beschrijven ,helaas een dag die wij niet snel zullen vergeten.De reacties uit de direkte familie zijn ook geweldig ,dank je wel en blijf bloggen .

  2. Marianne

    Wat een mooi verhaal, vol emoties. Bij het lezen ervan krijg je een brok in je keel. Wat kan een goede familieband toch veel betekenen. En wat knap als je dat zo kan verwoorden.

Laat een bericht achter!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s