Category Archives: Twijfel

Een zwaktebod…

Dit blog ben ik ooit gestart met een verhaal over mijn sportieve tegenzin. Het heeft me destijds geholpen want ik heb toch zeker 3 maanden hardgelopen. Ik voelde me beter dan ooit, het gaf een goed gevoel en ergens bracht het ook rust. Toen kwam de klad erin. Het werd herfst in de winter met striemende regenbuien en noordoosten wind. Ook klopte het ritme in huis niet meer. Eerst rende ik mijn rondje om half 6 als kleine M. zijn bordje avondeten kreeg. Inmiddels eten we allemaal gezellig om half 6 en bij sporten na het eten krijg ik last van mijn maag. Vervolgens brak de kerstvakantie aan en was het sportpark waar ik mijn rondjes loop uitgestorven. Dat loopt niet prettig in het donker. Kleine M. werd rond kerst ook nog ziek en daarna volgde ik zelf met een fikse verkoudheid. Tja, veel … heel veel geldige redenen om niet te sporten. Mijn omgeving vroeg een paar keer of ik nog ‘ging’ maar ze kennen me langer dan vandaag en zijn inmiddels gestopt met vragen.

Resultaat van dit alles? Mijn sportschoenen liggen moederziel alleen in de keuken onder de verwarming. De prut zit er nog aan, maar ze hebben al weken geen vriendelijke gezicht gezien.
Toch neem ik me zeker 2 keer in de week opnieuw voor om het weer op te pakken, maar er is altijd wat. Regen, geen oppas, te moe, te koud en te donker. Te donker? Ik loop juist graag in het donker zodat ik niet zo opval. Waarschijnlijk heeft het geen zin om je nog langer om de tuin te leiden, je weet het allang. Ik heb geen ZIN maar probeer mezelf voor te liegen met meer dan genoeg smoesjes.

Vorige week zei mijn ultiem sportieve collega J. dat hij wel weer wilde gaan fietsen in het weekend. Hij voelde dat zijn lichaam te lang niets had gedaan. Ik maakte een afspraak met hem. Als hij zou gaan fietsen, ging ik deze week weer hardlopen. Een goede stok achter de deur, want als je met hem iets afspreekt herinnert hij je hier met veel plezier aan. Het eerste dat hij maandagochtend dan ook triomfantelijk tegen me zei: “Dat wordt sporten vanavond!” Die avond kon ik niet want manlief was niet thuis. Dinsdagavond zou het worden en of ik hem even wilde sms’en als ik mijn rondje had gedaan. Het is inmiddels woensdagavond en ik heb nog niet ge’smst. Ik probeer naar mijn lichaam te luisteren, maar ik hoor niets. Het geeft gewoon niet aan dat het te lang niets heeft gedaan. En zolang ik geen signaal krijg, heeft mijn hoofd genoeg smoezen paraat om thuis te blijven. Een zwaktebod….ik weet het.

Burenherrie

Je kent het vast wel: burenherrie. Zodra het opvalt en het begint te irriteren, hoor je niets anders. Woonachtig in Amsterdam, ben ik dagelijks omringd met burengeluid. Het zachte pianogepingel van onze 92-jarige onderbuurvrouw, de huilende buurjongen en de professioneel trombonespelende bovenbuurman. Tot zover niets om je aan te storen en zonder deze geluiden zou wel erg stil zijn.

Een paar weken geleden hebben we nieuwe onderburen gekregen. Het huis schuin onder ons is door een jong gezin gekocht. Het appartement is sterk verouderd en bovendien te klein voor een gezin van drie. Je voelt de verbouwing al aankomen… En inderdaad, het leuke gezin kwam geen kennismaken, maar wij maakten kennis met de Russische bouwvakkers. GOEDEMORGEN! 7:00 uur in de ochtend en zelfs kleine M. ligt nog te slapen… De bouwvakkers hebben hun eerste mokerslag geslagen en wat voor een. Iedereen zit verschrikt rechtop in bed. Hadden ze niet iets rustiger kunnen beginnen of is dit hun welkomstgroet? We weten wel meteen wat voor vlees we in de kuip hebben. De arme onderbuurvrouw weet al helemaal niet wat haar overkomt. Ze is helemaal in paniek want had deze bui ook niet zien aankomen.

Wij woonden voorheen in een appartement waar, van de 8 jaar dat we er woonden er zeker 6 jaar aan weerskanten is verbouwd. Hele panden werden gestript en tot te dure appartementen omgetoverd. Voor ons is het geluid van een verbouwing meer of minder, dus niet zo erg. Je went er aan, zullen we maar zeggen. Hier is het anders; alle buren klagen en de oude buurvrouw al helemaal, haar hele huis is een groot stof en stuifgebeuren en dat is nou precies waar ze niet tegen kan. Ik heb met haar te doen, dat moge duidelijk zijn. Ik maak me er verder niet zo druk om, dat doen de anderen al voor mij.

Tot vandaag. Kleine M. ligt te slapen en ik hoop dat hij er nog een uur aan vastplakt. Beneden wordt er weer getimmerd, gedrild en gezaagd. Prima, daar slaapt hij wel doorheen. Totdat er een vrachtwagen materialen komt afleveren en er 6 deuren tegen elkaar open staan. De deuren slaan telkens met een keiharde klap dicht en dit herhaalt zich elke 30 seconden. Het echoot door het trappenhuis en de ramen trillen in hun sponningen. Ik voel de woede tintelen in mijn hoofd en mijn knieën knikken van de adrenaline… Nu is het afgelopen! Ik ga er wat van zeggen. Ik zoek mijn schoenen, want op mijn blote voeten naar beneden is in die gore bende geen optie. Waar zijn mijn schoenen…. Ik kan door de gierende adrenaline mijn schoenen niet vinden….******* Vloeken doe ik in stilte, want anders wordt kleine M. misschien wakker. Als ik eenmaal mijn schoenen aanheb en de deur opendoe, zie ik dat de buurvrouw naast ons ook al woest naar beneden loopt. “Laat mij maar, ze spreken Russisch net als ik”. En het werkt, het huis is weer rustig. Alleen ik niet…mijn hart bonkt nog in mijn keel en ik ben de eerste tien minuten niet van mijn adrenalinerush af. En ik maar denken dat ik me nooit zo druk maak om burenherrie.

Deze week eet ik niet!

Kleine M. heeft het op zijn heupen. Op het meest onhandige moment van het jaar wanneer de agenda’s van uur tot uur gevuld zijn, wordt hij ziek. Het arme kind kan er ook niets aan doen, maar het gezellige kerstdiner op kerstavond verliep iets anders dan gepland en ook tijdens de twee kerstdagen werd er verwacht dat wij ons flexibel opstelden. Geen 7-gangen diner bereid door oom en manlief, maar in joggingbroek op de bank bij mijn ouders. Het mannetje had de griep van zijn vader overgenomen en lag met een lelijk hoestje en koorts in bed.

Kerstmis is inmiddels al lang en breed voorbij, zo ook de koorts. Wat rest is de hoest en de verdwenen eetlust. Vorige week at hij als een voorbeeldig kind, maar deze week… niets. Doordat hij niets eet, twijfel ik af en toe aan mijn opvoedkundige kwaliteiten.

Wat ik ook probeer, hoe leuk ik het ook probeer te brengen, hij wil er niets van weten. Het is niet dat hij het niet lust, of te ziek is om te eten maar het lijkt een spel. Wat je ook op tafel zet, hij begint gretig met een hap en soms zelfs twee, maar daarna is het gedaan. Hij draait theatraal zijn hoofd om en kneedt alles in zijn handjes fijn om het vervolgens aan mij terug te geven. Yoghurt dan? Misschien met een banaan erdoor? Geen denken aan! Hij trekt zijn neus op en begint hevig te protesteren. Nog iets anders proberen, een boterham? Ook dit is een slecht idee. Zou het helpen als hij het zelf mag eten? Het wordt een gegarandeerde bende, maar wellicht wil hij net zoals zijn ouders zelf eten? Het resultaat mag er zijn…de inhoud van het bord ligt voor de helft op de grond en de andere helft zit uitgesmeerd op zijn gezicht.

Je hebt door dit anti-eetgedrag binnen een paar dagen een vuilnisbak vol met bananen (geprakte banaan is na een uur echt niet meer lekker), met liefde gekookte maaltijden die al te vaak zijn opgewarmd en kleine boterhammetjes met jam, kaas en pindakaas. Een volle vuilniszak, maar een lege maag. De omgekeerde wereld en zeker niet maatschappelijk verantwoord, groen of duurzaam. Onverantwoord of niet, mij interesseert alleen zijn verdwenen eetlust. Wat te doen? Je vergaat toch van de honger, zou je denken…

Vandaag paste lieve D. op. Een geweldige tante én iemand met een ton aan ervaring door haar werk op een kinderdagverblijf. Stiekem had ik mijn hoop op haar gevestigd. Zij zou ongetwijfeld trucjes of spelletjes toepassen waardoor hij opeens wél die boterham at. Alle pogingen ten spijt, ook bij haar wilde meneer niet eten.

Een laatste poging: de fles met poedermelk. Eigenlijk iets voor baby’s maar wel iets om nu nog even op terug te vallen. En…? Hij wil er in eerste instantie niets van weten, maar het is me al snel duidelijk: “jij geeft mij iets voor baby’s? Dan gedraag ik me ook als een baby!” Hij kon opeens de fles niet zelf vasthouden en wilde op schoot zitten en gevoerd worden. Nou vraag ik je…

2012 kom maar op met je twijfels!

Als je na twee dagen kerstdiner een week nodig hebt om uit te buiken, begint het nadenken over het nieuwe jaar. Ik denk nooit in termen van goede voornemens, omdat ik weet dat ik me er niet aan zal houden. Niet vanwege het gebrek aan discipline, maar eerder omdat het iets opgelegds is. Ik wil niet afvallen omdat het 1 januari is, ik ben niet te vinden in de sportschool omdat ik moet sporten. Nee zeg, er lopen al genoeg anderen met het voornemen om te sporten, dus aan mij al helemaal niet besteed.

Ik doe liever iets als ik denk dat het ‘de tijd’ is. Alleen weet je op voorhand nooit wanneer het ‘de tijd’ is. Zo wilde ik al jaren schrijven, maar durfde nog niet. Je ziel en zaligheid blootstellen aan een ieder die het leest is eng! Na de zomervakantie en een moeilijke periode op het werk, besefte ik me opeens dat dit hét moment was. Het is nu of nooit! Ik startte een blog en onder vrienden en bekenden werd het gretig gelezen. Nu een kwartaal later en met 2012 in zicht heb ik nog altijd genoeg inspiratie om te schrijven en ik merk dat het elke keer minder eng is om gelezen te worden. Ik ga door en terwijl ik dit schrijf betrap ik me toch op een klein goed voornemen: lezers… ik ga op zoek naar een groter publiek. Aan de weg timmeren zoals dat heet.

Nu neem ik al een voorsprong op wat na de kerst gaat komen, terugkijken op het jaar. Niet zo vreemd, want ik ben nog steeds die eeuwige twijfelaar. Wikken en wegen op allerlei gebied. En waar ik besloot over twijfels te schrijven, twijfel ik nooit aan mijn blog.

Waar twijfelde ik dan wel aan dit jaar? Poeh waaraan niet? Zo twijfelde ik vrijdag toen ik kleine M. wegbracht naar het Kinderdagverblijf. Dit was voor M. niet de normale gang van zaken, dus hij was in de war. Niet weggebracht door papa met de auto maar door mama op de fiets in de stromende regen. Hij wilde niet en begon vreselijk te huilen. Kroop in volle vaart achter me aan en stortte zich tegen het raam…mama niet weggaan! Mijn hart brak, was dit zoals het altijd ging? Nee, zie je wel bij mij was het erger. Had ik er goed aan gedaan? Op de fiets naar het werk twijfelde ik continu, maar besloot uiteindelijk dat dit geen zin had, het zou wel goed komen.

Ook twijfel ik elke vrijdag aan mijn huidige levenstijl. Ik ben dol op het kleine ventje en woon in een fijne buurt, maar het is ver van de stad en heel ver van het leven dat ik twee jaar geleden nog had. Toen begon het vrijdag rond de lunch te kriebelen, want het was bijna tijd voor het weekend en dé gezellige vrijdagavond met vrienden. Deze vrijdagavonden zijn zeldzaam geworden, maar de kriebel rond lunchtijd is er nog steeds. Ik kan niet wachten tot het half 6 is en vlieg op mijn fiets….naar het kinderdagverblijf. Want hoe graag ik ook een avond in de kroeg zit, hoe dichter ik in de buurt van kleine M. kom hoe sneller ik ga fietsen. De avonden dat we dan met onze lieve vriend J. afspreken zijn hierdoor wel veel specialer. Want wat eerst vanzelfsprekend was, is nu bijzonder waardoor je beseft wat je hebt.

Goed, een twijfelend jaar verder kan ik terugkijken op een vruchtbaar jaar. 2012 kom maar op met je twijfels!

Word ik dan toch een keukenprinses?

Sinterklaas is vorige week ook bij ons langs geweest en heeft me verblijd met een kookboek. Een boek vol recepten voor cake, taart en andere zoete lekkernijen. Sint had ingefluisterd gekregen dat ik wel eens een taart wilde bakken. Het klinkt misschien gek, maar ik heb nog nooit een cake, laat staan een taart gebakken. Als je echter weet dat ik met een professionele kok in huis woon, snap je het misschien beter.

Het is niet zo dat ik niet kan koken, in tegendeel, ik ben best tevreden over mijn eigen kookkunsten. De aanwezigheid van iemand die voor zijn werk de sterren van de hemel kookt, doet mij echter niet geloven in mijn eigen kwaliteiten. Hij zelf gelooft er niet in dat door hem de druk om te presteren als in een snelkookpan wordt opgevoerd. Alleen het idee dat hij ieder moment de keuken in kan lopen en over mijn schouder in de pannen gluurt, kan ik niet aan. Nooit brandt iets aan, dan wel. Zelden vind ik iets smaakloos, dan wel. Ik geef toe, hij speelt het aardig en heeft weinig commentaar maar die opmerkingen vertrouw ik niet. Natuurlijk vindt hij er iets van…dat kan niet anders.

Dit alles heeft er in geresulteerd dat hij kookt en ik niet, althans niet als hij thuis is. Eigenlijk ook wel een heerlijke positie: ik kom thuis van werk en hij staat in geurende, dampende pannen te roeren. Een luxe!

Er moet echter verandering in komen, nu er sinds anderhalf jaar een klein mannetje rondloopt. Voor hem kook ik met grote regelmaat en we eten gezellig samen om half zes (!). Over het vroege tijdstip kan ik nog een heel ander blog wijden, want jemig wat is dat vroeg! 3 uur later heb ik alweer behoefte aan iets…en neig dan toch snel naar dat koekje. Goed genoeg… terug naar het koken. Naast het avondeten hoort een moeder ook te bakken. De appeltaart van je moeder is altijd het lekkerst en sommige oma’s hebben prachtige geheime recepten. Zo had mijn oma een geheim recept voor een krentenbrood. Haar 12 kinderen kregen dit alleen op hun verjaardag en tot op de dag van vandaag heb ik nooit meer zulk lekker krentenbrood gegeten. Kortom…ik moet letterlijk aan de bak en oefenen op een eigen geheim recept dat nog jaren meegaat en hopelijk als legendarische herinnering achterblijft.

Ik zie mezelf niet fröbelen aan van die moderne taarten. Hele televisieseries worden er over gemaakt. Wil jij een motorfiets van taart? Trek je portemonnee en wij maken hem voor je! Nee, ik ga eerst maar eens beginnen met een eenvoudige cake, dan misschien een appeltaart. Als dit alles mislukt, kan ik altijd overstappen op kant-en-klare browniemix of van die heerlijke, vieze kant-en-klare tompoucen…. Niets mis mee, al verover je daar natuurlijk niet de harten van het thuisfront mee. Ik ga beginnen….al vermoed ik dat mijn kwaliteiten toch echt op een ander vlak liggen…

Korte lontjes

Sommige mensen zijn voor het geluk geboren, anderen lopen in zeven sloten tegelijk. Van beide heb ik net niet genoeg dus ik bevind me meestal ergens veilig in het midden. Totdat ik samen met mijn zus op pad ben. Zonder dat we ons er zelf bewust van zijn, stralen we waarschijnlijk iets uit. En nee, het gaat hier niet om een positieve uitstraling… We trekken ontevreden mensen aan die uit zijn op een potje bekvechten. En bij dit type mens wordt ons lontje héél kort.

Het overkomt ons meestal bij een concert. We staan op een plek, verre van vooraan, in alle rust te luisteren. We wiegen misschien een beetje mee op de maat, maar verder dan dat komt het niet. Toch staan we dan soms in iemands zone. Zo waren we een paar jaar geleden in de Arena bij het concert van Madonna. Ze stond nog niet eens op het podium en we hadden al ruzie. We stonden op iemands plek…Een blonde kakmadam…sorry voor alle blonde vrouwen die dit lezen: ik bedoel jou zeker niet! Volgens haar was ze even drinken gaan halen en bij terugkomst stonden wij op haar plek. Ik weet niet of je ooit voor een concert een veldkaart hebt gekocht, maar deze kaarten zijn niet geplaceerd en vaak eindig je achterin terwijl je ergens vooraan bent begonnen. Kortom…niemand heeft een vaste plek. De kakmadam had hier echter geen boodschap aan en wilde perse op DIE plek staan. Dat moet je niet tegen ons zeggen! We doen geen vlieg kwaad, oefenen ons 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10, maar als onze familie onrecht wordt aangedaan dan zijn de rapen gaar. Ik verloor mijn geduld en er rolde een stortvloed aan woorden uit. Zij begon te briesen en het stoom kwam uit mijn oren. En uit onverwachte hoek kwam ook zuslief nog even langszij. Alstublieft…u krijgt het zoals u het hebben wilt. U lelijk? Wij lelijk!

Nu klinkt het alsof we altijd een kort lontje hebben, maar dit is verre van de waarheid. Toch twijfel ik achteraf altijd of het niet stiekem toch aan ons heeft gelegen… Er leek een kentering te komen in deze traditie: het laatste concert dat we bezochten zijn we ongeschonden doorgekomen. Oké op een dronken man na… maar goed die tel ik voor het gemak niet mee.

Tot afgelopen vrijdag. We gingen samen naar The Voice of Holland. Niet vanwege de kandidaten maar vanwege Lenny Kravitz. Via de contacten van zuslief hadden we een gereserveerde plek. De beste plek…maar dat was blijkbaar voor íedereen de beste plek. Het had al moeite gekost om tussen al stoelen met naamkaartjes onze plek te vinden. Het bleek niet de plek die ons beloofd was, maar deze stoelen kregen we toegewezen. Prima! Lekker een beetje achterin, zodat je niet bij ieder hoogstandje een staande ovatie hoefde te geven. We waren er klaar voor! Het voelde wel té makkelijk…er moest toch iets….misgaan. Ja hoor, je kon er op wachten: zes meiden die vinden dat ze heel wat voorstellen, kwamen aangelopen. “Dit kan niet hoor, dit klopt niet.” “Ze zitten op onze plekken!” En al knippend met hun vingers, wezen ze de hostess er fijntjes op dat WIJ op hun stoelen zaten. Wij, plebs, zomaar op de gereserveerde plaats van hotemetoot en co. Zuslief had haar kookpunt bijna bereikt en stond op. We bleven even van een afstandje kijken hoe de dames nogmaals de arme hostess op haar nummer zetten. Nog even wachten…. Hotemetoot nummero uno had zich blijkbaar verrekend: er was toch nog plek voor twee. Tja, je kan nou eenmaal niet alles. Rekenen én iets voorstellen gaat blijkbaar niet bij iedereen hand in hand. We hebben de avond op de beste stoelen gezeten en ze zaten héérlijk!

Een portie engelengeduld graag…

Wat zou ik graag een portie engelengeduld willen hebben. Het hoeft niet veel te zijn, maar een klein beetje extra geduldigheid zou dezer dagen goed uitkomen. Ken je die reclame waarbij een kind hysterisch op de grond in de supermarkt ligt omdat ze haar zin niet krijgt? Ik voel me soms de moeder die er vervolgens krijsend naast gaat liggen. Onze kleine M. zit in ‘een fase’, althans ik hoop van ganser harte dat we hier slechts met een fase te maken hebben. Hij drijft je tot wanhoop en blijft net zo lang tieren en krokodillentranen plengen tot hij toch zijn zin krijgt. En wat kan ik daar slecht tegen…

Mensen vragen altijd “…en het is natuurlijk het liefste kind van de wereld…” Een vraag zonder vraagteken, net als “hoe gaat het”. Je mag daar geen eerlijk antwoord op geven want het gaat slechts om een vorm van beleefdheid. Toch geef ik graag standaard een onverwacht antwoord op deze vraag: “Nou nu je het zegt: eigenlijk niet”.
Kleine M. is nou eenmaal niet altijd de allerliefste. Hij is anderhalf en heeft een eigen mening, een eigen wil én een eigen agenda. Bovendien zijn die mini’s allesbehalve dom. Waar je gisteren nog net kon doen of hij hetzelfde toetje kreeg als jij, weet hij vandaag donders goed dat jouw bakje iets heel anders bevat.

Terug naar de wens van het engelengeduld. Gisteren loop ik met mijn lief en M. in het park. Hij loopt inmiddels en hoe leuk is het om hem zijn eerste stappen buiten te laten zetten. Het gaat voorspoedig, hij lacht en praat honderduit. Kleine haarscheurtjes in zijn geluk ontstaan op het moment dat we zijn doosje rozijntjes willen afpakken. “NEE, wat denk je wel niet! Die zijn van mij en die kan ik heel goed zelf vasthouden!” Goed, houd jij dat doosje maar lekker op zijn kop vast, zelf weten. We hebben een ruig parcours afgelegd voor zo’n eerste wandeling: over het grasveld, door kuilen en over bulten. Gevolg: een nat pak maar ook veel plezier. Wij ouders vinden het voor M. bij de uitgang echter tijd om weer in de wandelwagen te gaan zitten. Een strijd barst los. Krijsend, spartelend en met dikke tranen probeert hij zich te verzetten. In mijn ooghoek zie ik diverse mensen passeren die dit tafereel gadeslaan. Wat zullen ze denken? Stelletje ontaarde ouders, kunnen dat kind niet eens in bedwang houden.

Heel veel andere opties zijn er toch niet? Als ouder ben jij de baas, moet je consequent zijn en vooral duidelijk. Alleen….die kleine lieve mormeltjes doen er alles om aan te testen hoever zij kunnen gaan en hoever jij het laat komen. Een portie geduld helpt hier wel bij. Vroeger leerde mijn vader me tot tien tellen…misschien wordt het tijd om deze oefeningen weer eens af te stoffen.

De ochtend na de worstelpartij trek ik mijn jas aan om naar het werk te gaan. Voor het eerst in al die tijd staat kleine M. dikke tranen te huilen omdat zijn mama weggaat. Met een brok in mijn keel trek ik de deur achter me dicht. En ja, ik geef het toe: mijn kind is inderdaad de allerliefste.

De Bubbel en ik…

Het lijkt wel of mijn leven alleen maar om wasgoed draait, niets is minder waar. Maar sinds een week staat er een blinkende nieuwe wasmachine in huis: De Bubbel. Dit is in mijn hele zelfstandige leven nog niet voorgekomen. Eerder waren het altijd tweedehandsjes van een oma die naar een verzorgingshuis vertrok. Ik weet dan ook niet wat me overkomt: schone was, een apparaat met een oplichtende display en allerlei pieptoontjes bij het opstarten en het afronden. Bovendien vertelt hij hoe lang het duurt, hoe vaak hij spoelt en centrifugeert.

Man, ik ben compleet gelukkig en draai het liefst meerdere wassen op een dag. Ik voel me huiselijk en dat komt goed uit. De bubbel en ik zijn dikke vrienden, een team en dat kleine M. deze week tanden krijgt, is voor ons dan ook een buitenkansje. We hebben een podium om onze talenten te laten zien: mijn sterkte punten zit ‘m in het voorbereidende werk en De Bubbel kan de klus klaren. Een duo voor het leven, ideaal!

Tot dat… ik de zoveelste was van de week deed met opnieuw vieze rompers, broekjes en ga zo maar door. De chemie tussen De Bubbel en ik was even zoek, een vlaag van verstandsverbijstering? Op het moment zelf voelde het echter niet zo, totdat ik al smsend met mijn zus de was eruit haalde. De Bubbel had me in de steek gelaten of nee, laat me eerlijk zijn:

Ik had hem in de steek gelaten. In een onbewaakt ogenblik had ik een wit t-shirt tussen de spijkerbroeken en rompers gestopt. En nu was het niet meer wit maar licht blauw. Ai, waarom had ik niet opgelet? Schreeuwde ik een paar weken geleden van de daken dat mannen niet kunnen wassen… twijfel ik deze week meer aan mijn eigen waskwaliteiten. K. mijn allerliefste, hierbij bied ik mijn oprechte excuses aan. Sorry, ik zal nooit meer zeggen dat je niet kunt wassen. Alhoewel uitzonderingen daargelaten…

En Bubbel…ik zal weer vrienden met je worden en als we samenwerken heb jij mijn onverdeelde aandacht!

Niet alleen maar vrolijke niemendalletjes…

Sinds kort heb ik een Facebook account. Niet eerder wilde ik iets uit het brede scala van Social Media gebruiken, want ik hoefde niet zo nodig gevonden te worden en mijn ziel en zaligheid met iedereen te delen. Totdat ik dit blog startte en wie blogt wil gelezen worden.
Ik moet nog wennen aan het karakter van het medium. Vrolijke niemendalletjes waar een handvol mensen op reageert. Als je even niet oplet, is je bericht allang uit beeld verdwenen en is de aandacht voor jouw eigen kattenbel tot het nulpunt gedaald.
Het blijft allemaal luchtig en vermakelijk tot iemand een bericht achterlaat dat ze niet meer beter wordt. Het karakter verandert en de twijfel ontstaat. Het is een vaag bericht van een oude, bekende maar het blijft wel in je hoofd rondspoken. Wat zou ze er mee bedoelen en zal ik het vragen…of toch niet? Ze wil er aandacht voor vragen, maar ik twijfel nog. En nu, ruim een week later, twijfel ik nog steeds.

Hoe anders is het bericht dat mijn stoere neef M. achterlaat. Sinds een paar maanden loopt hij de deur van het ziekenhuis plat vanwege kankercellen die in zijn lijf woekeren. Het leek onder controle maar sinds twee weken is het toch goed mis. Hij heeft zijn Facebook niet gebruikt om vage berichten achter te laten. Nee, M. gebruikt het medium om open en duidelijk te zijn over hoe het hem vergaat. Het is geen geheim, iedereen mag het weten … en hoe! Hij blogt over zijn ziekte: recht voor zijn raap, maar ook hilarisch. En het werkt: de drempel is aanzienlijk lager en zijn ziekte hierdoor bespreekbaar. Hij is niet dood, hij leeft! Bijna dagelijks kunnen zijn vrienden lezen hoe het hem vergaat. Niet alleen verhalen over een bezoek aan een voortplantingskliniek (voor later), maar ook over hoe hij verlangt naar het verwezenlijken van zijn dromen. Soms pijnlijk verdrietig, soms vreselijk grappig maar altijd eerlijk. Al zijn verhalen vormen een levendig portret van een jonge patiënt. Het sociale medium krijgt hiermee een warm hart. Ik kijk uit naar zijn verhalen en hoop dat hij blijft schrijven, ook als de chemo hem straks zal verzwakken.

Sjors twijfelt nu eens niet en houdt een pleidooi voor open en eerlijke verhalen! Lees zijn blog ook eens! Ik laat je graag alvast een stukje lezen…

Belangrijke bijzaken als je kanker krijgt. De toekomst. Zaad invriezen omdat mogelijke impotentie om de hoek komt kijken bij het krijgen van chemotherapie.

Nou weet de echte Wiz kenner dat ik een pleuris hekel heb aan kinderen. Ze janken, maken lawaai, schijten je hele huis onder. Eigenlijk doen ze alles enkel en alleen om mij te irriteren. Tenminste dat denk ik.

Maar goed, de kans bestaat natuurlijk dat ik ook een chick tegen kom waarbij ik ineens denk dat ik wel zo’n klein monstertje van mezelf wil. En om te zorgen dat dit geen problemen geeft moest ik even naar het AMC in Amsterdam toe.

Wil je meer lezen? Ik maak graag ongegeneerd reclame voor verhalen die gelezen mogen worden: Wiz is weg!

De logica van wasgoed

Ons huis stond vandaag bol van de rolbevestigende activiteiten. Manlief was druk met zijn klusproject in de berging en ik hield me bezig met kleine M. en zijn te kleine garderobe. (De zomerromper achtervolgt me ook thuis nog.)

Begrijp me niet verkeerd, soms is er niets mis met de ouderwetse rolverdeling. Sommige dingen kunnen vrouwen nu eenmaal beter dan mannen…en andersom. Vooral mannen lijken het heerlijk te vinden om vrouwen te wijzen op hun mindere kwaliteiten. Zo schept een collega er groot genoegen in dat hij zijn bolide in een oogwenk in de kleinste gaatjes parkeert, terwijl zijn vriendin eerst parallel moet staan om te zien of haar autootje past. Deze discussie blijft ons thuis bespaart vanwege het simpele feit dat ik (vooralsnog) niet rijd.

Wel twijfel ik soms aan de logica van de andere sekse. Ik vraag me bijvoorbeeld wel eens af hoe vaak je nog moet uitleggen dat een zwart kledingstuk niet samengaat met een handdoek. Dat begrijpt toch iedereen…zou je denken. Maar daar heb ik het mis. Na onze rolbevestigende ochtend opperde ik dat de was hoognodig gedaan moest worden. Manlief was zo aardig om de was te verzamelen, terwijl ik verder mocht met mijn blog. Ik had nog een paar mislukte pogingen, maar nog geen goed onderwerp. Prima geregeld! Terwijl hij verzamelde liep ik toevallig langs en zag een grote berg gekleurd beddengoed en handdoeken liggen met bovenop mijn zwarte jurkje. “Wat ga je met deze stapel doen?” Ik stelde een zogenaamd neutrale vraag, maar wist natuurlijk allang dat die stapel in de wasmachine dreigde te verdwijnen. Vol ongeloof keek ik manlief aan en vroeg hem waarom hij dat samen wilde wassen. “Ik doe de gekleurde was.” Ergens begreep ik zijn logica wel, maar zag hij dan niet dat hij een denkfout maakte? Of liever gezegd…een logische stap vergat? Kleding was je samen met kleding en inderdaad het liefst op kleur, maar kleding en handdoeken….? Ik zag mijn jurkje alweer vol pluizen uit de wasmachine komen.

In de loop der jaren heb ik geleerd er niet zo’n punt van te maken, maar toch kan ik het niet laten er iets over te zeggen. En juist dat laatste schijnt totaal averechts te werken want dat ik me er over opwind is eerder vermakelijk. Een brede grijns verscheen er op zijn gezicht toen hij zei dat ik het hem nog jaren zou moeten uitleggen. Hoe duidelijk kan het signaal zijn? Het huishouden is niet weggelegd voor een vrouw vanwege de ouderwetse opvatting dat een man brood op de plank brengt maar omdat het in de genen zit. De logica van wasgoed zit in ons vrouwen en is aan weinig mannen uit te leggen. Onze goede vriend J. is de enige man die ik zou vertrouwen met ons wasgoed. Elke man die zich voelt aangesproken en met mij de wascompetitie aandurft is hierbij uitgenodigd!

Een vergeten tasje met reservekleding

Als beginnende moeder twijfel je met grote regelmaat. Handboeken genoeg, maar niet een die aansluit op het karakter van jouw kind. Ik heb ondertussen ruim een jaar ervaring, maar de onzekerheid blijft. Zo vraag ik me al geruime tijd af of kleine M. het wel leuk heeft op het kinderdagverblijf. Hij gaat een keer in de week omdat wij vinden dat het goed is om te leren dat de wereld niet alleen om Koning M. draait. Hij is wat verlegen en kijkt graag de kat uit de boom. Redenen genoeg dus om hem wekelijks bij de bekwame leidsters achter te laten.

Afgelopen vrijdag kwam ik het lokaal in en zag hem zitten. Ik herkende zijn gezicht, maar moest twee keer kijken. Hij had vreemde kleren aan. Niet de kleren die hij ’s ochtends aanhad, maar een vale oude spijkerbroek met getekende apen die bovendien nog eens véél te klein was. Kleine M. had ‘een ongelukje’ gehad. Dit kan van alles betekenen: van overvolle poepluiers tot onverklaarbare nattigheid. In zijn geval had hij alleen drinken gemorst, dus het viel mee. Maar die kleren… waren die van hem? Ah ja natuurlijk… het tasje met reservekleding. Al maanden niet in gekeken, want hij had het niet eerder nodig gehad. Toen ik het meegaf, waren de kleren nog te groot, maar nu dus 2 maten te klein. Wat zielig! Dat arme kind had de hele middag met een veel te kleine, strakke broek rondgelopen. Ik gaf mezelf in gedachten al strafpunten voor zorgzaamheid, want zoals mijn moeder zou zeggen: het is net een kind van de voddenboer. Niets ten nadele van de voddenboeren in Nederland, maar ik ben er niet een van.
Kleine M. leek er ook niet erg vrolijk onder. Hij keek beteuterd toen ik hem optilde en op zoek ging naar zijn natte broek. Een van de leidsters had zijn reservetas gepakt en trok de kledingstukken er een voor een uit. T-shirt…. 2 maten te klein, sokken….te klein, rompertje met lange mouwen…2 maten te klein. Oké de boodschap is duidelijk: ik had iets eerder in die tas moeten kijken. Onderin bleek nog iets te zitten…ha een rompertje in de goede maat! Ik was toch niet zo heel slordig geweest, dacht ik. Ik zei dat ze die wel in de tas kon laten zitten, maar ze wees me er nog even op dat het een zomerromper was. “Ja maar toch de goede maat?” “Jawel, maar het ís voor de zomer…”. Probeerde ze me duidelijk te maken dat je een kind geen rompertje zonder mouwen mag aangeven in de beginnende herfst? Dat beslis ik nog altijd zelf! Al draagt mijn kind een wollen priktrui in juli dan is dat ook mijn keuze. Nou goed, geef maar mee dan draagt hij het toch lekker thuis.

Ergens had ze een punt, maar ik opeens wist ik waarom ik nog steeds twijfel over kleine M. en zijn plezier op het kinderdagverblijf. Een zomerromper…pff…ja dus?

“Kijk haar nou met die tas…”

Als je blogt over twijfels moet je met de billen bloot. Dus ontkom ik er niet aan om ook mijn tenenkrommende kledingtwijfels te delen. Een typische vrouwenkwaal…
Hoe graag je ook zou willen, je kunt ze niet negeren: de opmerkingen van je naasten. Zelfs ‘leuk’ heeft vaak een negatieve ondertoon. Maandag nog, ik haastte me uit werk naar huis om direct door te gaan naar Rotterdam. Ahoy wel te verstaan voor een concert.

24 uur daarvoor waren de twijfels al ontstaan over welke tas ik mee moest. Een schoudertas was niet handig, géén tas is geen optie…dan maar die oude afgetrapte tas. Lelijk maar wel de meest praktisch en van het soort ‘handig’ heb ik geen andere. Wel weer een goede reden om te shoppen, maar dat terzijde.

Oke, tas gekozen, nu de kleding. Nooit een probleem, want ik ben een doorgewinterde concertganger en een spijkerbroek is altijd goed. Ik kwam thuis en vond dat de werkoutfit volstond: een blauwe broek met een vest en stoere zwarte laarzen. Even een snelle blik in de spiegel en heerlijk nog even tijd om met de kleine M. te spelen. Perfect! Snel en zonder twijfel besloten…
Ja, dat had je gedacht. Toch nog even afstemmen met manlief. Er volgde een positieve reactie met zo’n ondertoon. En voor ik het zelf in de gaten had, ontpopte ik me als een stereotype vrouw: “Zeg hoor eens, vind je dat dit niet kan?!” “Jawel, maar ik had verwacht dat je je zou omkleden.” “Dus je vindt het niks?” Natuurlijk was het prima, maar de twijfel sloeg genadeloos toe. Ik had me niet verkleed…niks voor mij.

Het eerste deel van de reis naar Rotterdam ging per trein. Ik was onderweg naar het Gooi om mijn zus op te halen. De trein tijdens spitsuur zat vol met keurige mensen die na een dag hard werken vooral geïnteresseerd waren in hun krant of telefoon. Het was echter ook herfstvakantie dus het stikte van de minzaam kijkende pubermeisjes die openlijk roddelden over iedereen en elkaar. Ik voelde me erg bekeken vanwege die vreselijke tas. Over de kledingkeuze twijfelde ik ondertussen niet meer, maar nu voelde ik me armoedig vanwege dé tas. Houdt het dan nooit op?

Eenmaal (per auto) aangekomen bij Ahoy besloot ik de tas in de auto achter te laten en alleen essentiële benodigdheden in mijn jas te stoppen. Dit had ik toch thuis ook kunnen bedenken? Misschien is het slim als ik bij een volgend concertbezoek dit blog nog eens nalees…Wie weet leer ik dan die eeuwige kledingtwijfel los te laten. Het is tenslotte nergens voor nodig!

Hij kwam, zag en ik overwon mijn kiespijn

Twee nachten hevige kiespijn en een teleurstellend bezoek aan de tandarts verder, werd ik zaterdagochtend gebeld door mijn tante. Mijn lieve, gezellige maar ook extreem doortastende tante en bovendien tandartsassistente. Het kon zo niet langer en wachten tot woensdag was met deze pijn al helemaal geen optie. Haar baas was inmiddels op de hoogte én in de buurt, dus hij zou me aan het einde van de middag bellen.

Ho stop…wacht even…ik ben 35 en geen 13…! Ik hoor dit soort dingen zélf te regelen! Het had geen zin om tegen te stribbelen want tante stond met haar neus in de wind en door de storm verstond ze me niet. Ik gaf me niet direct gewonnen, want haar baas zou ik later nog kunnen afwimpelen. Niet veel later belde mijn vader…er was geen uitweg meer, want tante had hem gebeld en gezegd dat het hoe dan ook ging gebeuren.

Toch gloorde er hoop aan de horizon. Een allerlaatste strohalm om vast te houden aan mijn onafhankelijkheid: manlief was aan het werk dus had ik een oppasprobleem. Aan alles was echter gedacht: mijn ouders waren al onderweg om op te passen. Wauw, binnen enkele minuten hadden die kiespijn én ook mijn familie mijn leven overgenomen.

Goed, eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ze natuurlijk gelijk hadden. Ik had me een dag eerder door mijn eigen tandarts met een kluitje het riet in laten sturen. De charmante, goedlachse endodontoloog had geen tijd om direct iets aan mijn pijn te doen, maar sleep iets van mijn kies af om de druk erop te verminderen. En met wat paracetamol was het best uit te houden tot woensdag.Op de fiets terug stak mijn twijfel al de kop op. Want tot woensdag betekende nog vijf pijnlijke nachten, maar ja hij was de specialist en dus zou hij het toch het beste weten? Mijn twijfel verplaatste zich vervolgens, zoals wel vaker, naar mijzelf. Was ik niet duidelijk genoeg geweest en had ik soms de pijn weer eens gebagatelliseerd? Ik liet het er bij zitten en tijdens het weekend zou ik wel zien.

Die afwachtende houding was duidelijk niet wat me de volgende dag te wachten stond. De actie van mijn tante resulteerde inderdaad in een telefoongesprek met de tandarts. “Wat gaan we er aan doen?” vroeg hij… tja wat zeg je dan? Ik besloot toch nog maar even de 13jarige te zijn. Het was geregeld buiten mij om en geheel tegen mijn principes in, maar hij was wel mijn redder in weekendnood… Hij kwam, zag en ik overwon mijn kiespijn. De held van het weekend en ik? Een fysiek pijnvrij weekend, maar als 35jarige had ik toch ergens gefaald. Ik had duidelijker moeten zijn en me niet met een paracetamol naar huis moeten laten sturen. Hoe vaak moet dit nog voorkomen? Zal ik het ooit leren?

Twijfels en dilemma’s

Je kent ze ongetwijfeld ook: dilemma’s. Thuis, op het werk, in vriendschap… momenten en situaties in overvloed.

In mijn hoofd ratelt het de hele dag. Gedachten wisselen elkaar in rap tempo af, maar ze hangen als los zand aan elkaar. Als ik nou zus…zou het dan zo zijn dat…? Regelmatig overvallen ze me op de fiets. Wikken en wegen en bij elke trap een als of een maar. Eenmaal op mijn bestemming aangekomen, weet ik vaak niet eens meer waarover ik heb gewikt en gewogen.

Er zijn mensen die niet twijfelen. Zij hebben weinig bedenktijd nodig en vragen zich niet af wat er zou zijn gebeurd als ze de andere optie hadden gekozen.
Helaas ben ik niet zo. Ik weeg alles af en niet eens zo zeer om de juiste keuze te maken. Nee, eerder om het keuzemoment zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe langer de twijfel duurt, hoe langer de consequenties worden uitgesteld.
Een nare bijkomstigheid is echter dat de keuze steeds lastiger wordt en de consequenties worden opgeblazen tot buitenproportioneel hoge bergen.

Hier zit ik dan: dé twijfelaar. 35 jaar, gelukkig getrouwd, een prachtige zoon, fijne vrienden en een leuke baan… maar toch voel ik me opgejaagd. Opgejaagd door de dilemma’s en de keuzes die ik níet heb gemaakt.

Tijd voor actie en hopelijk ook reactie! Mijn dilemma’s, hoe klein en onbenullig ook, schrijf ik op en deel ik met jullie via dit blog. Misschien leer ik dan eindelijk eens direct(er) keuzes te maken.