
Deze Sjors Twijfelt is een ode aan de vrienden van onze M. Stuk voor stuk fantastische kinderen met een heel groot hart.
Al een paar weken waren we thuis in de ban van het schoolkamp. Als verse achtstegroeper doorgaans een van de hoogtepunten van het jaar. Onze eigen achtstegroeper zag dat echter anders. Er lagen overal obstakels op de loer en dat daarachter mogelijk een leuk kamp verscholen ging, was voor hem nauwelijks denkbaar.
We probeerden het avontuur luchtig te houden en hem niet te overladen met oplossingen, maar concentreerden ons op één zin: maak het jezelf zo makkelijk mogelijk. Dus vraag jezelf af: vind ik dit fijn? Nee? Bedenk dan ook nog hoe je je voelt als je het niet zou doen en kies dan het makkelijkste.
Woensdagochtend was het zover. Het moment van de waarheid. M. was wat stil maar goed gemutst, tot de bus de hoek om kwam. Toen veranderde het schoolkamp van slechts een angstige gedachte tot de bittere realiteit. De meeste kinderen stonden te trappelen van ongeduld en konden zich eindelijk op het schoolkamp storten. M. niet, zijn wereld stortte in en hij begon hartverscheurend te huilen. Ik had zo met hem te doen, maar wat er vanaf dat moment gebeurde heeft me diep geraakt.
Een voor een kwamen zijn vrienden naar hem toe en begonnen hem bemoedigende woorden in te fluisteren. Een lieve aai van een ander in het voorbij gaan. En tot slot een kwartet dat hem beloofde dat het een super leuk kamp zou worden en ze hem zouden helpen. Een enorme groepsknuffel volgde en ik voelde dat ik het kon loslaten. Het zou allemaal goed komen.
Terwijl ik dit schrijf raak ik weer ontroerd. Wat een geweldige vrienden! Dat hij kan zijn wie hij is zonder zich af te vragen of het wel stoer genoeg is. Dat hij niet bang hoeft te zijn dat zijn introverte, voorzichtige houding hem minder leuk maakt. Deze vrienden zijn goud waard! Als je elf bent en al zo kunt vertrouwen op je vrienden, dan ben je een rijk mens.
En ik ben dankbaar voor hen en voor hun ouders die met deze lieve kinderen de wereld weer een beetje mooier maken.



Vrijdagochtend half 10 stond ik binnen in een must see feestzaal in Berlijn. Eigenlijk een must do feestzaal, maar bij gebrek aan tijd werd het een must see. De geur van verschraald bier en tien jaar oude sigarettenrook walmde me tegemoet. Geen geur waar je te lang in wilt blijven hangen, maar wel een geur die een stroom aan herinneringen op gang bracht. Het zette me terug in de feesttent op het Starteiland tijdens de Sneekweek. Met mijn nieuwe, gele suède gympen aan stond ik daar het leven te vieren met mijn vriendinnen. Die gele gympen werden zwart, maar de herinnering blijkt zo kleurrijk (of aromatisch) te zijn dat ik ‘m aan de geur kan ophalen.
Hoe was jouw jaar? Was 2018 een beetje aardig voor je of heeft het je ook alle hoeken van je hart laten zien?
In de tram, ik zit zelden in de tram, word ik omringd door een groep vrouwen. Vrouwen, oma’s met kleinkinderen op de basisschool, die zo uitgelaten zijn alsof ze zelf op schoolreisje gaan. Gierend van de lach komen ze binnen op weg naar een dagje dierentuin: “zouden de dieren al wakker zijn?” Waahaaahaaaa.

