Category Archives: Twijfel

Dokter, wat mankeer ik?

Op een prachtige doordeweekse herfstdag zat ik op een bankje in het park uit te hijgen als een hoogbejaarde vrouw. Ik was onderweg naar de huisarts in de hoop tijdens een goed gesprek antwoord te krijgen op de eenvoudige vraag: “dokter, wat mankeer ik?”
Voor het weekend was ik langsgekomen met klachten over aanhoudende benauwdheid. Tegen al mijn positieve verwachtingen in werd ik niet weggestuurd met een kluitje in het welbekende riet, maar gingen daarentegen alle alarmbellen af. Of ik nog even wilde sprinten naar het ziekenhuis om bloed te laten prikken (vrijdagmiddag vier uur). Het kon nog net want ze sluiten om half vijf, zei de aardige huisarts in opleiding. “Ja mevrouw, uw hartslag is 110 per minuut en dat is niet goed en voor het weekend krijgt u een paar onschuldige bètablokkers mee. Vermoedelijk is het uw schildklier die te snel werkt.” Huh? Schildklier? Ik dacht dat dat ding bij te goed of te slecht functioneren je dikker of juist dunner maakt, maar dat je hart er ook van op hol kon slaan was mij onbekend. Bloedprikken met een razend hart en gierende stress is niet echt te adviseren. Zo’n bètablokker overigens ook niet… Alhoewel…ik had een vreemdsoortige high van puddingbenen, een dubbele tong en totale rust. Soms best een lekkere staat van zijn misschien.

dokter_wat_mankeer_ikDe rust was op maandag snel verdwenen toen die lieve huisarts in opleiding me vertelde dat het toch echt mijn schildklier niet kon zijn. NIET?? Maar…wat dan? Had ik dan net als sommige familieleden op jonge leeftijd al hartklachten?

Ze maakte een afspraak met een cardioloog voor een paar dagen later. De meters op mijn stressdashboard sloegen echter uit hun meterkastjes en de uren daarna had ik het letterlijk Spaans benauwd. In mijn hoofd zat niets tussen kerngezond en ‘morgen leg ik het loodje’. De afleiding door wat thuis te werken hielp niets en na een paar uur zat ik als een hijgend hert weer bij de huisarts in de spreekkamer. Het kon zo niet langer en na weer eens een overleg met de opperhuisarts werd ik doorgestuurd naar de eerste hulp voor cardiologie.

En daar lag ik dan…een jonge blom tussen een paar oude rochelende mannen. Hartmonitoren piepten alsof het een lieve lust was en bloeddrukmeters knepen met gepaste regelmaat de armen van patiënten fijn. De verpleging had het razend druk en zonder mijn verwijsbrief te lezen of mij iets te vragen werd ik beplakt met een dozijn stickers met bijbehorende draden. Ik kreeg ook zo’n monitor, bloeddrukmeter en een ding aan linker mijn vinger dat nog weer iets anders controleerde. Een zuster verbeterde ondertussen aan mijn rechterarm haar snelheidsrecord infuus aanleggen c.q.. bloedprikken. Wat een geoliede machine, wauw. Eenmaal vastgesnoerd en onder streng toezicht werd me het hemd van het angstige lijf gevraagd. De familiaire hart- en vaatziekten zorgden weer voor de trigger. Deze mevrouw moest goed in de gaten worden gehouden.
Uiteindelijk bleek er met mijn hart en longen niets aan de hand. Wel had ik wat verhoging… Misschien toch gewoon een virus zei de cardioloog. Opgelucht maar met een nieuw groot vraagteken deinend boven mijn hoofd, ging ik naar huis. Wat kon het nou toch zijn? Stress toch zeker niet, want ik zit me juist zo goed in mijn vel de laatste tijd. Pfeiffer? Nee, dat kon ik ook afvinken.

De huisarts dan toch nog maar eens vragen. Dit keer mocht ik bij de opperdokter op bezoek. Een prettig idee, dat scheelde weer onnodig overleg en hij zou nog wel eens hét antwoord kunnen hebben. Na de ingelaste noodstop op het bankje ging ik er piepend van benauwdheid maar overlopend van goede hoop naar toe. Hij sprak minutenlang onophoudelijk zonder mij een keer te vragen hoe het met me ging. En na die monoloog en zijn constatering dat hij wel heel lang aan een stuk had gepraat, kwam hij tot dit prachtige slotakkoord: “tja mevrouw, mensen worden ook wel eens wakker met onverklaarbare pijn aan hun been. Iedereen wil altijd zo graag een verklaring hebben, maar soms is die er gewoon niet.” En bedankt, we zijn van rinkelende alarmbellen, via een griepvirus, uitgekomen op…niets. Het is dus niets. Ja ja, maak dat de kat wijs!

Ps. ondertussen zijn we een week verder en gaat het al weer heel veel beter,  maar nog steeds geloof ik niet dat hij gelijk had!

Angst voor het onbekende

Na een dag werken haalde ik kleine M. op van de naschoolse opvang. Vol verwachting stapte ik van mijn fiets want na een dagenlange verzameling van lege verpakkingen werd er vandaag iets mee geknutseld. M. was die ochtend met een torenhoge tas vertrokken en had ons advies om iets thuis te laten, in de wind geslagen. Hij leek dus veel zin te hebben in de dag.
Terwijl ik met M. op het speelveld een balletje trapte, zag ik kinderen met de grootste kunstwerken naar buiten komen. Ik had de stille hoop ook met een melkpakauto de deur uit te gaan. Niets bleek minder waar… M. had zijn ‘NEE masker’ weer eens opgezet. Hij had die middag niet meegedaan en alle aanmoedigingen ten spijt bleef hij in alle toonaarden weigeren. De leidster keek me met een verontschuldigende blik aan. Ik wist dat zij haar best had gedaan, maar dat mijn kleine weigeraar uit angst voor het onbekende niet te vermurwen was geweest.
Kip en het eiHet is een onzekerheid die hij altijd heeft gehad en het is zo jammer want hij mist daardoor zoveel leuke dingen. Op school lijkt hij die angst richting kinderen niet (meer) te hebben. Hij speelt met Jan en alleman, wordt gevraagd om mee te doen en krijgt hulp als iets niet lukt. Op school zit de angst nog wel in kleine onbekende dingen. Zoals gym in je ondergoed. Al zou ik er niet aan moeten denken om nu in mijn ondergoed te moeten gymen, maar bij M. is het ondergoed niet het probleem.
Zie echter eerst maar eens in je ondergoed te geraken of andersom: krijg na het gymen al je kleren maar weer eens aan. Deze praktische angsten begrijp ik volkomen maar die zijn niet onoverkomelijk en daar kunnen we eenvoudig iets aan doen.

De andere, grotere angst voor het onbekende vind ik lastiger aan te pakken. Ik zoek daarom al lang naar een aansprekend voorbeeld om hem duidelijk te maken dat hij niet bang hoeft te zijn voor nieuwe dingen. Het echte goede verhaal heb ik nog niet gevonden. Tot vandaag…

De dag was voor ons beiden lang geweest en de koelkast vrij leeg, dus besloten we in het restaurant van papa een pannenkoek te eten. Terwijl we de parkeerplaats opfietsen zag ik daar het levende voorbeeld staan, de metafoor voor de onnodig angstige M.! Een voorbeeld in de vorm van… een haan. Een prachtige zwarte met glimmende veren die in eerste instantie trots boven op het kippenhok leek te staan. Maar ook in het land van de kip is niets wat het lijkt. De haan was de nieuwe bewoner tussen een paar kippen en een minuscuul, verschrompelt, vaalwit haantje. En ondanks zijn prachtige pak met veren was hij zo bang dat hij al dagen boven op het kippenhok stond. Hij durfde er niet af uit angst zich te moeten mengen tussen zijn nieuwe medebewoners. “Mama, wat zielig voor die haan” zei M. toen hij het verhaal hoorde. En toen wist ik het; dit is het voorbeeld waarmee we zijn gedrag kunnen spiegelen! M. is tenslotte ook zo’n prachtige haan met glimmende veren die angstig boven op het hok blijft staan.

Onderweg naar huis bracht ik het gesprek nog eens op die arme haan en gaandeweg lardeerde ik daar zijn dag bij de opvang doorheen. Ook al was het een lange dag geweest, hij leek de vergelijking wel te zien. De haan heeft indruk gemaakt en zal hem nog lang bij blijven, hopelijk net zo lang als wij nodig hebben om hem over de drempel naar het onbekende heen te helpen. Nu die arme haan nog… misschien kan M. hem uiteindelijk een handje helpen? Alhoewel… zie M. eerst maar eens dat hok in te krijgen!

Kleutervriendschap en kalverliefde

En daar zat kleine M. opeens stuiterend aan tafel te vertellen over zijn nieuwe beste vriendin Z. Als een verliefde puber vertelde mijn vierjarige over hoe goed Z. kon fietsen, over dat ze samen morgen de hele dag zouden gaan spelen (binnen én buiten!) en dat hij haar de volgende dag zou vertellen dat ze beste vrienden zijn. Het eerste thema op school was overduidelijk ‘vriendschap’. Mooi om een schooljaar mee te beginnen en voor een groentje als M. goed om te leren wat een vriend nou eigenlijk is.

schoolDeze nieuw opgedane kennis bracht echter voor het thuisfront ook een keerzijde met zich mee. Tot de dag dat Z. in beeld kwam, stond ik als moeder namelijk op een voetstuk. Hij vertelde in het weekend dat hij met mij zou trouwen, maar op maandag trouwde hij opeens niet langer met mij maar met haar! Keihard werd ik aan de kant gezet, want “mama, trouwen is toch spelen?” Harteloos bleef hij zijn nieuwe liefde ophemelen terwijl bij elk compliment mijn hart meer en meer verbrijzelde. Na vier jaar moet ik het veld al ruimen voor een leuker, jonger exemplaar. En ik maar denken dat jongens pas in de pubertijd afstand van hun moeder nemen. School leuk? Nou voor moederharten vooral een harde leerschool.

Nee hoor, ik voel me natuurlijk niet echt gepasseerd, maar moet wel erg wennen aan hoe snel hij veranderd. Wij verwachtten maandenlange drama’s want zo was het tot op de laatste dag van de crèche tenslotte ook geweest. Dus hebben we hem in de zomer langzaam en heel bewust voorbereid op het naar school gaan. In dat proces zijn we echter vergeten onszelf voor te bereiden op een mogelijk positief resultaat. Want dat het bijna probleemloos zou verlopen, hadden we niet als optie in ons zorgvuldig uitgestippelde plan opgenomen.
Volgens de juf gaat het goed, al is het moeilijk om haar op haar blauwe ogen te geloven. Het zal echter wel moeten want zelf laat hij bijna niets los. Het gebrek aan informatie en communicatie vanuit M. schijnt er echter bij te horen. “Leg je er bij neer”, luidt het advies van iedereen. Goede raad, maar als je verwacht dat jouw oogappel het zwaar krijgt, dan hoor je het liefst een gedetailleerd verslag van de schooldag.

Is er dan niets leuks voor moeders? Natuurlijk wel!
M. blijkt zijn eigen koers te varen. Doet niets waar hij geen zin in heeft, past zich niet aan om anderen te behagen, maar krijgt door zijn oprechte gedrag wel het vertrouwen van iedereen.
Het muurbloempje van de crèche zal nooit haantje de voorste worden of the leader of the pack maar als hij door zichzelf te zijn toch zijn eigen plek verwerft in de klas dan ben ik een trotse moeder! En sinds hij zijn eerste hart heeft veroverd, vertelt hij opeens honderduit. M. heeft vaste grond onder zijn voeten gekregen en ontdekt langzaam dat hij gezien wordt. Het is een bijzonder proces om van dichtbij mee te maken. Ook al weet je als moeder dat er nog vele hordes komen, vele liefdes zullen volgen en meerdere vriendschappen zullen sneuvelen; de eerste stap als individu heeft hij gezet. Mijn kleine M. staat op de kaart. Al hoop ik natuurlijk nog steeds dat hij later met mij gaat trouwen!

Flessenpost: toeval bestaat niet of toch?

Vanmiddag bij thuiskomst zag ik een ansichtkaart van (zon), zee en strand in onze brievenbus liggen. De kaart intrigeerde me omdat we van alle vakantiegangers toch al een vrolijke zonnige kaart hadden ontvangen.
Ik had de brievenbussleutel niet op zak en was te nieuwsgierig om deze eerst te gaan halen. Onhandig probeerde ik met mijn vingers de kaart uit de bus te peuteren, maar zonder resultaat. Vreemd dat die kaart me zo in zijn greep had, het zag er toch uit als een gewone vakantiekaart. Tot de brievenbus openging…

flessenpostIn een flits zag ik weer dat ontroostbare jongetje voor me die vorig jaar in Noord-Frankrijk zijn fles in zee gooide. In de aanloop naar dat moment hadden we zo veel plezier gehad met de tekening en het briefje. En bij mij waren alle romantische gedachten over flessenpost een eigen leven gaan leiden. Waar zou de fles aanspoelen? Hoe lang zou hij er over doen? En wie zou hem vinden? Kleine M. vond het op het moment suprême echter een stuk minder leuk dan tijdens de voorpret. Het was eind mei aan de kust, maar het voelde eerder als begin november. Koud, nat en het stormde zo hard dat de golven op de kade sloegen. M. was bang geworden door al dat natuurgeweld en de gedachte dat hij zijn kostbare fles in zee achter zou laten was ondragelijk. Samen met opa trotseerde hij de storm en gooiden ze de fles in de kolkende zee. M. was ontroostbaar in de uren daarna. Nooit zou hij zijn fles meer zien! Als troost hebben opa en oma een surrogaat fles gemaakt met tekening én brief, maar gelukkig voor M. zonder het ritueel van de zee.
Het is inmiddels bijna anderhalf jaar later en ik denk er nog wel eens aan. Wat zou het leuk zijn als M. bericht krijgt van de eerlijke vinder! Hij heeft dan een herinnering die hem zijn leven lang zal bij blijven. Tegelijkertijd denk ik dan ook aan al die flessen die dagelijks overal aanspoelen. En hoe toevallig het moet zijn dat degene die hem ziet liggen ook verder kijkt dan de punt van zijn schoen en ziet dat er echt een brief in zit. Nee, zo toevallig zal het niet lopen. Wij zijn te nuchter voor het geloof in wonderen en geluksvogels kun je ons ook niet noemen, dus de flessenpost zal wel nooit ‘boven water komen’.

Tot vandaag…
De kaart intrigeerde me kennelijk niet voor niets. Het bleek een kaart van de eerlijke vinder! Zij had de fles gevonden op het strand van Wijk aan Zee. Vijftien maanden had de fles er over gedaan om van de Noord-Franse kust omhoog de Noordzee op te stromen en veertig kilometer van ons huis aan te spoelen. Vijftien maanden en slechts veertig kilometer van ons vandaan! Dat is al bijzonder te noemen, maar toen ik de kaart verder las, viel mijn mond open van verbazing. Het meisje (ook vier jaar) had de fles met haar vader op het strand gevonden.
Dat de vindster dezelfde leeftijd heeft en op ‘steenworp afstand’ de fles heeft gevonden, lijkt al toeval genoeg. Het kan echter nog net iets gekker, want de vierjarige vindster verhuist over een paar weken niet alleen naar onze stad, maar komt zelfs bij ons in de straat wonen!
Het voelde alsof ik een hoofdprijs had gewonnen, zo’n toeval is toch bizar?! Toeval bestaat niet of misschien toch wel?
Na mijn uitbarsting van euforie stond ik al snel weer met beide benen op de grond. M. zag namelijk helemaal geen toevalligheid in dit toeval. Hij zag maar één voordeel: “ha mama, dan kunnen we mijn fles weer terughalen!”

De eerste schooldag… geen weg meer terug

Weken van geestelijke voorbereiding zijn er aan vooraf gegaan, maar hoe je ook probeert die drempel blijft torenhoog. De eerste schooldag vind ik een mijlpaal met een treurige ondertoon.
Natuurlijk kan ik alleen voor mezelf spreken maar ik vind het maar niks. Ik had Kleine M. nog zo graag klein gehouden. Bijna vier jaar dan zijn ze op hun leukst. Ze hebben humor, zijn gevat, je kunt een gesprek met ze voeren, je hebt vaker je handen vrij en ze zijn zindelijk. En al dat harde werk en al die deksels op je neus worden beloond met een mijlpaal: school. Noem dat maar een mijlpaal!

Nee ik ben natuurlijk niet serieus. Het is belangrijk dat een kind naar school gaat, leert, ziet, beleeft en onderneemt om een zo’n compleet mogelijk mens te worden. Maar afscheid nemen is moeilijk.

first_day_of_schoolVanmorgen was er geen weg meer terug. Zijn nieuwe rugzak gepakt met een banaan en een pakje drinken. Handige schoenen met klittenband aan en een zo goed gemutst humeur als mogelijk op zak. Kleine M. had nog niet gezegd dat hij liever thuis wilde blijven, dus dat was al een kleine overwinning op zich. Eenmaal buiten begon het net te hozen. Niet een paar spetters, nee alle sluizen gingen open. Geen tijd dus om te treuren op de fiets, maar alle zeilen bij en gaan! Kleine M. spoorde de wolken aan om te stoppen met regenen en ik schakelde mijn versnelling een tandje bij. De goede eerste indruk kon ik nu wel vergeten. Als verzopen katten kwamen we de school binnen. Haar als een badmuts om ons hoofd, M.’s bril beslagen en soppend in onze schoenen. Ook goedemorgen! Misschien geen stralende maar we hebben in ieder geval wel een onuitwisbare indruk achtergelaten.

M. liep schoorvoetend door de klas om stilletjes alles in zich op te nemen. Een grote én een kleine bouw hoek, allerhande puzzels, een zandtafel én een keukentje! Ergens achter zijn bedrukte gezicht gloorde nieuwsgierigheid. Het tweede goede teken van de dag.

Hij heeft geen woord gezegd maar door zijn verlegen gedrag (en natuurlijk zijn onmetelijke knapheid), wierpen de meisjes zich al op als kleine moeders. Van top tot teen werd hij bekeken, daar waar ze het andere nieuwe jongetje (een iets te stoere bink) geen blik gunden. Ik zie hier een pluspunt… mocht iets niet lukken: vraag de mini-mama’s. En met de meisjes aan jouw zijde kun je heel ver komen!

Eenmaal thuis leek hij het gesprek over school vakkundig te mijden, al hoorde ik uit zijn kamer vanmiddag opeens een bekend deuntje: “mie ma moetsie, fie fa foetsie…” De extended version van ‘Smakelijk Eten’ was goed blijven hangen.
Dat bleek het laatste goede teken van de dag, want voor het slapen gaan zei M.: “mama, morgen blijf ik liever thuis”. Er volgde een reeks van lukrake redenen om zich uiteindelijk te schikken in zijn lot: morgen moet ik wéér. Lieve M. welkom in de rest van je leven… Geloof me het wordt echt leuk!

Ben ik zelf klaar voor het schoolregime?

Terwijl ik geniet van het weinige fietsverkeer zo vroeg in de ochtend, realiseer ik me dat dit mijn laatste zomervakantie is waarin ik de volle zes weken profiteer van de rust op straat. Na deze vakantie wordt ‘huize Sjors Twijfelt’ ook onderworpen aan het schoolregime. En na deze vakantie zijn ook wij gebonden aan schoolvakantie.

Eén iemand in huis is wel klaar voor school. Kleine M. is namelijk nét vier geworden, gestopt bij het kinderdagverblijf en lijkt vooral veel zin te hebben in een nieuw avontuur. Ik snap het ook wel, want als je hoort dat je elke dag mag spelen, knutselen, gymen en vriendjes gaat maken, dan wil iedereen toch weer naar school?! Wij achterblijvers zien er wel iets meer tegenop. Vijf dagen in de week drukte in de badkamer, boterhammen smeren tegen de klippen op en tijdsdruk, veel tijdsdruk. Ik hoor de schoolbel in mijn herinnering al weer rinkelen…
naarschoolNatuurlijk is het ochtendritueel niet het probleem. Maar de begrenzing van de veilige haven waarin we ons vier jaar lang begaven, wordt opgeheven. Kleine M. zet straks zijn eerste schreden buiten ons pad en wij volgen in zijn kielzog als luizenmoeder, voorleesvader en avondvierdaagsebegeleiders. Dit is het begin van zijn nieuwe leven en hopelijk gaat hij er veel onbezorgd plezier aan beleven. Als moeder van een kleine, verlegen uk maak ik me soms wel zorgen. Want, zal hij vriendjes maken? Zal hij niet worden gepest? Kan hij een beetje meekomen in de les en met gym? M. draagt een bril en zullen die kinderen dat straks tegen hem gebruiken of zullen ze het, net als op de crèche, niet zien?  Kortom ik zie beren op de weg en hoop maar dat het schuchtere eendje uitgroeit tot een mondige zwaan.

En is het erg als ik eigenlijk nog niet zo’n zin heb in de schoolpleinprietpraat? Van die praatjes die nergens over lijken te gaan, maar waarvan ondertussen elk woord op een weegschaal wordt gelegd? We worden beoordeeld, gewogen en te licht, te zwaar of precies goed bevonden. Het lijkt alsof ik zelf weer naar school moet. Met lood in mijn schoenen en knikkende knieën over die metershoge drempel.
Met mijn vriendinnetje L. grappen we vaak over ‘wij sherrymoeders’. Niks geen prietpraat op school, geen taken als luizenmoeder maar ontaarde moeders die hun kind ongewassen de auto uit bonjouren en vervolgens thuis sherry-drinkend de laatste roddels doornemen. Het klinkt als een heerlijke methode om mijn kop in het zand te steken en net te doen alsof het schoolregime niet bestaat. Leuk voor een dag maar zo ontaard zijn we toch ook niet.
Over drie weken moeten we er aan geloven, school begint. Maar eerst nog even genieten van de stilte op straat, het ontbreken van de fietsfiles en genieten van M. nu we hem nog Kleine M. kunnen noemen. Want ook kleine M’etjes worden groot…

Een Griekse bouwput

Daar stond manlief met de wc bril in zijn hand… We waren net aangekomen in ons vakantiehuisje in Griekenland en binnen in het huisje zag het er klaar uit. Binnen was de wc bril het enige incident, maar buiten was het een bouwput.

Bij aankomst maakte de eigenaresse een bijna verloren indruk. Logisch bleek achteraf, toen ze ons met tranen in de ogen vertelde dat we de eerste officiële gasten waren. Maandenlang hadden zij en haar man hun schamele spaarcenten gebruikt om drie vakantiewoningen uit de Griekse grond te stampen. Maanden van onzekerheid waar de overheid maar niet over de brug kwam met de vergunning en nu brak het toeristenseizoen al aan. Ze moesten starten zonder vergunning én zonder zwembad. Want ook een vergunning voor het zwembad had veel te lang op zich laten wachten. Goody, de lieve vrouw des huizes had meteen mijn hart gestolen. Als je in tijden van crisis en corrupte overheid wilt zorgen voor een eigen appeltje voor de dorst, dan verdien je een eerlijke kans. Ondertussen krioelde het van de bouwvakkers die zich 7 dagen in de week in het zweet werkten om alles z.s.m. af te maken. Het leek wel of we in het TROS programma ‘Ik vertrek’ terecht waren gekomen. Een vriendelijke glimlach en een oprecht verhaal zorgden ervoor dat we niet op onze strepen gingen staan. Echter… Er was nog een derde vakantieganger mee: kleine M. En hij bleek niet gevoelig voor dat eerlijke verhaal.

M_zwembadHij had zich zo verheugd op zijn droomvakantie: een zwembad binnen handbereik en het strand op loopafstand. (Bijna) alles wat hij leuk vindt vlak bij elkaar en dat niet één dag maar wel 15 hele dagen! Dat vooruitzicht deed hem stuiteren van blijdschap. Die euforische stemming smolt als sneeuw voor de zon toen hij uit de auto klom. Hij zag alleen maar bouwvakkers. ‘Mama, waar is het zwembad?’ Helaas konden we hem niet een zwembad maar een bouwput laten zien. Een betonnen bak dat alleen de contouren van een zwembad had. Ik kreeg een brok in mijn keel bij het zien van zijn intens teleurgestelde gezicht. Elke ochtend als hij wakker werd, wilde hij direct naar het zwembad om te kijken of het al klaar was. Dat er tijdens zijn slaap niet verder was gewerkt leek hij niet te beseffen. En waarom ook niet? Want als je zo graag iets wilt, dan doet toch iedereen alles om jouw kinderdroom te realiseren? Helaas zou het nog een volle week duren voor het zwembad gereed was. Maar toen het water er eenmaal in zat, was Kleine M. zo blij alsof Sinterklaas spontaan was langsgekomen met een felbegeerd cadeau. Dat M. elke ochtend zich had vastgeklampt aan het hek en met een bedroefd gezicht naar die lege bak had gestaard, had indruk gemaakt op iedereen. Zowel de huiseigenaren als alle mannen die er dagelijks werkten, vonden het zo verdrietig voor de kleine man dat ze graag wilden dat we nog een week bleven. Op hun kosten. Hoe lief was dat?! Helaas konden we niet op hun aanbod ingaan omdat de werkplicht na twee weken riep, maar we hebben ze allemaal wel in ons hart gesloten.

En kleine M? Die heeft niet alleen de vakantie van zijn leven gehad, maar ook nog een wijze les geleerd. Overal waar hij nu iets ziet dat kapot is of waar hij vindt dat een aanpassing nodig is, vraagt hij of we de werkmannen even kunnen vragen. Van een kapotte trein tot een slordig aangelegde stoep. Werkmannen kunnen alles, zij maken dromen waar! Ben je nieuwsgierig? Ga naar de Peleponnesos in Griekenland en laat je verrassen door de vriendelijkheid van de mensen, de prachtige natuur en de eeuwenoude Griekse geschiedenis want Sparta en de eerste Olympische atletiekbaan in Olympia vind je op een uurtje rijden. En natuurlijk logeren bij Goody!

“Kijk, een trein!”

De laatste jaren heb ik een extra zintuig ontwikkeld voor het spotten van treinen, trams en de meest recente aanwinst: brandweerwagens. Waar een andere jongen wild wordt bij de aanblik van een Apache of een Ferrari, gaat M’s hart sneller kloppen van een voertuig op een rails of anders een rood gevaarte met blauw zwaailicht. Leuk om te zien dat hij razend nieuwsgierig is naar kolen, locomotieven en het mechanisme van een ladderwagen. Het is opvallend hoeveel (redelijk) technische kennis er al aanwezig is bij zo’n peuter.

Boy-playing-with-a-train-setEen bezoek aan het Spoorwegmuseum is voor M dan ook fantastisch, een groter feest bestaat niet. Bij binnenkomst was ik nog geïnteresseerd toen we door de oude Koninklijke trein liepen. Juliana en Bernhard hadden beiden een eigen coupé, kamer of hoe dat in treintermen heet.

Smeuïg detail, het voedt de verhalen over huwelijkse ontrouw… of voedt het vooral mijn zucht naar meer boeiende materie dan de techniek achter de stoomlocomotief?
Echt, ik vindt het heerlijk om mijn kind vol vlammend enthousiasme te zien. Uren doolden we door het museum, hij kon er geen genoeg van krijgen. En eerlijk is eerlijk, er waren echt interessante onderdelen. Dus ja, het was een indrukwekkende dag voor zowel ouders als kind maar het blijven treinen.

Zijn passie werkt besmettelijk… Niet dat ik opeens wegloop met de NS maar waar en met wie ik ook ben, mijn vizier staat altijd open voor een blauw geel gevaarte dat in een ogenblik voorbij raast. Enige tijd geleden zat ik met een collega in de auto. Middenin een reuze interessant gesprek riep ik: kijk, een trein! Oeps…enigszins met het schaamrood op de kaken moest ik toegeven dat ik bij wijze van beroepsdeformatie of noem het moederdeformatie, altijd om me heen kijk op zoek naar M’s favoriete voertuig.

Ook in de vakantieplannen worden treinen en brandweerauto’s betrokken. M kreeg pasgeleden van oma een portemonnee met wat geld voor een ijsje en een opblaasbal voor het strand. Op de terugweg in de auto, zei M: “papa luister, ik heb een goed idee. Als ik nou met de centjes van oma een rails koop, dan kan mijn treintje ook mee op vakantie.” Briljant plan, slim bedacht maar de trein moet helaas echt thuisblijven. Gevolg? Een hevig teleurgesteld kind achterin de auto die (gelukkig) nog niet begrijpt dat aan elke overtollige kilo ruimbagage in het vliegtuig tegenwoordig een flink prijskaartje hangt.

Uiteindelijk levert een passie ook iets vruchtbaars op. Ik vroeg hem laatst wat hij wilde worden en hij antwoordde met een overduidelijk: NIKS. Deze week veranderde het weinig spannende NIKS opeens in: brandweerman. Kijk, we boeken vooruitgang!
Mijn zegen heeft hij. Ik zal gaan uitkijken naar ladderwagens, blusheli’s en motorspuitaanhangers.

Peutergym: een opvoedkundige uitdaging

In alle vroegte staan wij op zaterdagochtend tegenwoordig in een gymzaal. Gymles speciaal voor peuters (en hun ouders). Een uur apenkooien en ondertussen kijken wat je kunt en leuk vindt. Je zou denken: een uurtje ontspanning. Nou dan heb je het mis! Ten eerste moeten ouders net zo fanatiek meedoen met voetballen en staarttikkertje. Tijdens het zwaaien aan de ringen en maken van koprollen worden we buiten schot gehouden. Tenzij je een kind hebt dat in alle toonaarden weigert aan de ringen te hangen of aan het touw te slingeren.

Noel Baker gymnasium Hij stort kermend ter aarde en roept: ik wihil dit niehiehiet! Ik probeer hem op alle mogelijke manieren te bewegen om toch even aan de ringen te hangen, maar zonder veel succes. De meeste andere kinderen zwieren er lustig op los, dus als ouder voel ik toch een lichte groepsdruk om mijn kind gemotiveerd te krijgen. En ook al weet ik dat dit niet het gewenste effect zal hebben, ik ben van mening dat je alles een keer moet proberen. 

Dit is de eerste opvoedkundige uitdaging van de zaterdag: op een positieve manier proberen je kind over de drempel te helpen en zijn grenzen te verleggen.
Naast het motiverende aspect van de ochtend is daar ook nog zoiets als ‘de andere ouders’. Terwijl wij Kleine M. uitleggen dat je netjes op je beurt moet wachten, laten sommige ouders hun opvoedkundige taak bij binnenkomst los en stormen kinderen de rij voorbij om als eerste op de trampoline te springen. ‘Concentreer je alleen op jezelf’ is ons motto en laat je niet van de wijs brengen. Maar hoe lastig is dat als andere kinderen wel mogen doen waar ze zin in hebben? M. houdt zich dapper staande en leert elke les beter op zijn beurt te wachten.

Ben ik dan echt de braafste moeder van de klas? Ben ik de enige die vind dat kinderen, hoe jong ook, moeten leren dat ze niet altijd als eerste aan de beurt zijn en niet altijd hun zin kunnen krijgen? Misschien ben ik té streng?

Elke week verbaas ik me weer over de ouders die hun kroost overal en nergens in de gymzaal laten spelen, terwijl de juf net uitlegt wat de bedoeling is van dat specifieke toestellenparcours. Natuurlijk wil Kleine M. ook veel liever met de bal spelen omdat hij die vreselijke ringen vervloekt. Maar als hij over een paar maanden naar school gaat zal hij toch ook dingen moeten doen die hij niet altijd leuk vindt? Moet ik hem dan zijn gang laten gaan? Dan kunnen we net zo goed naar de speeltuin gaan waar hij zelf mag bepalen waar en waarmee hij speelt. Ik betaal niet om rondjes te rennen in een gymzaal, ik betaal in de hoop dat M. zijn schroom overwint en zich zekerder voelt als hij straks naar school gaat. Deze gymles is er juist een van dingen samen doen. Het kan aan mij liggen, maar ik vind dat ik dan als ouder niet mijn kind in de gymzaal mag dumpen om 3 meter verderop me bezig te houden met belangrijker zaken zoals mijn smartphone.

Hulde aan de juf die wekelijks probeert de ouders in plaats van de kinderen het gareel te houden!

Een Schwalbe-koning in de dop

“Papa, gaan we racen?”
Een paar keer per jaar haalt Kleine M. een van zijn favoriete na-het-eten-activiteiten van stal: racen. Lees: door het huis vliegen leunend op een kleine houten auto terwijl papa (of mama) er achteraan banjert leunend op de speelgoedbakfiets. Een tafereel waarbij de pijn je als ouder spontaan in de rug schiet, maar die wel zorgt dat het laatste restje energie bij M. als sneeuw voor de zon verdwijnt.
Het leuke van deze terugkerende raceperiode is dat de ontwikkelingen van Kleine M. zo uitvergroot worden. Eerst kon je er rustig achteraan sjokken want zijn bewegingen waren nog wat instabiel, maar inmiddels moet je als ouder ook flink aan de bak. Een uitputtingsslag voor beide partijen.

racing-carNiet alleen fysiek zie je de veranderingen, ook de mentale ontwikkeling is duidelijk zichtbaar. Met een besmuikte glimlach zag ik hem deze week klaar-voor-de-start roepen. Hij voerde iets in zijn schild. “Papa, ik ga lekker vals spelen!” Hij begon zijn race voordat zijn eigen startschot had geklonken en won natuurlijk met grote voorsprong de eerste omloop. Bij de tweede start gaf ik het startschot, maar ook hier wist hij meerdere centimeters te smokkelen. Gierend van de lach vloog hij het huis door en riep om het hardst dat hij toch wel ging winnen.

Bij de laatste start liet hij zijn vader zowaar voor gaan. Ik snapte niet goed waar deze wending opeens vandaan kwam. Heel erg aardig en ook typerend voor mijn lieve kind, maar in de sfeer van deze wedstrijd paste het totaal niet. Kleine M. leek zelfs enthousiast van start te gaan, maar even later lag hij kermend van de pijn in de gang. Hij moet zich tegen de deurpost gestoten hebben of was hij misschien met zijn hoofd tegen de muur gebotst? Wij, bezorgde ouders, schoten hem te hulp, maar we hadden ons nog niet over hem heen gebogen of hij veerde op, pakte zijn auto, vloog weg en schaterde: “Ik ga winnen”. Zijn tegenstander, papa in dit geval, pakte zijn eigen voertuig en vervolgde de wedstrijd. Ik bleef verbijsterd achter. Kleine M. had ons goed voor de gek gehouden. Een Schwalbe koning in de dop. Natuurlijk, heel erg grappig maar ik vroeg me wel af: hoe verzint hij dit? Een sluwe vos? Of een wolf in schaapskleren? Zelf kan ik niet goed tegen mijn verlies, maar ben niet het type dat slimme listen verzint om te winnen. Ook kijken we met hem niet veel sport op televisie, dus hij is nog niet bekend met de meesters van de schwalbe: Arjen Robben of Luis Suárez. Heeft hij misschien een aangeboren talent voor listige slimheid?

Sinds vandaag is de raceperiode weer voorbij. Ik kan niet wachten tot we over een paar maanden weer een verzoek krijgen om te wedijveren. Welke truc verzint hij dan om te winnen?

Allemaal smoesjes…

De laatste maanden zat mijn hoofd vol door mijn nieuwe baan. Vol met af en toe net een paar druppels over de rand. De zinsnede ‘affiniteit met…’in de vacature tekst bleek zacht uitgedrukt, ‘gespecialiseerd in’ had wellicht meer de lading gedekt.
Ik heb momenten gehad dat het voelde alsof mijn sprong in het diepe van de hoogste duikplank was genomen. Dit wordt overigens geen meelijwekkend verhaal hoor!

exhaustedMeestal als ik dan na zo’n dag ploeteren thuis kom, ben ik uitgeblust. De energie, gezelligheid of creativiteit is ver te zoeken. Dus vind ik dan dat ik het volste recht heb om, na alle avondrituelen (koken, afwas, kind in bad en naar bed), op de bank neer te ploffen met een kopje thee en een koekje. Televisie aan of lekker met de iPad op schoot de, al eens eerder genoemde, digitale winkelwagentjes te vullen. Met andere woorden….er komt niets meer uit. En naar mezelf toe hanteer ik de fluwelen handschoen. Ik zie mezelf in soft focus als ik in de spiegel kijk, nog geen zin om realistisch te zijn. Begrijpelijk maar ook verdovend en zeker niet zaligmakend. Echter heb ik soms helemaal niet in de gaten dat ik in zo’n modus zit. Het moge duidelijk zijn, ’s avonds verkies ik de weg van de minste weerstand omdat het overdag vaak met vallen en opstaan gaat.
Als je jong(er) bent, merk je lichamelijk niet veel van zo’n ‘bank-hang-periode’ maar helaas behoor ik niet langer tot die groep. Mijn lichaam vertoont tekenen van stilstand. Mijn zitspieren zijn zeer goed getraind maar daar heb je helaas zo weinig aan. Toch was het kwartje nog niet gevallen. Mijn gedachten waren nog zo bij het werk en de kilometers die ik dagelijks fiets om daar te komen, vallen toch ook onder de noemer ‘beweging’?

Kortom….smoesjes…heel veel smoesjes. Ik had me al twee weken voorgenomen om de stoute hardloopschoenen weer eens aan te trekken, maar je raadt het al…. Het regende, ik kreeg griep en het kwam met het werkrooster van manlief heel slecht uit. Nog meer uitwijkmanoeuvres dus.

Tot gisteren. Ik probeerde nog wat smoezen maar het was zo’n prachtige zonnige winterdag dat zelfs met mijn rubberen ruggengraat redeneringen elke smoes ongegrond bleek. En na een halfuur fysieke inspanning voelde ik me als nieuw… Althans moe maar voldaan en fris in het hoofd. Vandaag piept en kraakt alles van de stevige spierpijn want ik wilde met iets te veel volle kracht vooruit, maar de kop is er af en over twee dagen ga ik weer. Griep zal ik niet een tweede keer krijgen, manlief is die avond vrij en andere smoezen zijn ongegrond, alhoewel…. misschien sneeuwt het wel.

Leed dat filefietsen heet

Sinds een week of zes leg ik iedere werkdag zestien kilometer af om van huis naar werk en weer terug te komen. En die kilometers maken vind ik geen enkel probleem. Het zorgt voor je dagelijks aanbevolen hoeveelheid bewegingstijd, je bent lekker in de (stadse) buitenlucht en je trapt een frustrerende dag van je af door net iets sneller te fietsen. Een stevige herfststorm of een paar centimeter sneeuw krijgen mij dan ook niet van de fiets. Je kunt me, denk ik, wel bestempelen als een enthousiaste van-en-naar-het-werk-fietser.

fietsfileEchter… over de route die ik dagelijks afleg naar mijn nieuwe werk ben ik minder enthousiast. Tijdens de eerste vijf minuten vanaf huis probeer ik nog optimaal van de rust te genieten, want daarna word ik opgeslokt door een lint van slingerende, te breed en vooral té langzaam fietsende schoolkinderen. Ik schik me niet graag in het tempo van de gemiddelde stadsfietser, laat staan van de gemiddelde puber. Meisjes hebben het veel te druk met geiten en giebelen en jongens hebben doorgaans geen oog voor hun medefietsers.
Het is topsport om mijn eigen snelheid te kunnen fietsen, andere fietsers van me af te schudden en net op tijd uit te wijken voor een niet-oplettende slingeraar.
Filerijden met de auto vergt een wakkere oplettende blik maar filerijden per fiets is misschien wel net zo’n energievreter.
Eerlijk? Het minuscule beetje agressiviteit dat ik in me heb, schakelt ’s ochtends eenvoudig een paar tandjes op.

De meute achter me laten door een rood stoplicht te negeren, vind ik ook te ver gaan. Op mijn fiets prijkt een kinderzitje, dus ergens heb ik het gevoel dat ik het goede voorbeeld moet geven.
Mijn plaats in de wachtruimte voor het stoplicht probeer ik daarom doorgaans heel strategisch te kiezen. Is het een stoplicht waar je bij groen snel door kunt jakkeren en een sliert kunt inhalen? Kies dan links. Volgt er verderop een splitsing met veel links afslaand fietsverkeer? Kies dan zeker niet de linker kant, want je hebt nooit snel genoeg de treuzelende menigte ingehaald die rechts fietst en toch plotseling linksaf slaat.

Zo staat mijn fietstocht ’s ochtends dus bol van de strategische keuzes en doe ik niets anders dan manoeuvreren en slalommen. Vorige week zei een collega: “goh wat zie jij er gesjeesd uit!” Ja joh, ik heb er al een werkdag opzitten!
En ondanks dat ik inmiddels mijn plek heb gevonden binnen mijn nieuwe werk, denk ik ’s ochtends regelmatig met weemoed terug aan die heerlijk ontspannen (korte) fietsritten naar mijn vorige werk. Daar begon de dag uitgerust en in een rustig opstarttempo. Hier is mijn motor al oververhit voordat ik überhaupt mijn PC heb opgestart. Eerst maar eens een kop koffie… Werk ze!

Tussen de sterren op zoek naar Tante

“Morgen gaan we naar een begrafenis” vertelde ik Kleine M. “Gaan we dan naar het strand, mama? En zijn daar dan ook bulldozers?” In mijn naïviteit had ik niet stilgestaan bij de indruk die mijn opmerking zou wekken. Begraven…graven…tja waar doe je dat? Op het strand natuurlijk met speelgoedbulldozers, schepjes en een emmer. Een logische gedachte voor een driejarige die niet bekend is met de dood. Helaas moest ik M. teleurstellen, geen uitstapje naar zon, zee en strand. Ondertussen zocht ik naarstig naar een andere toelichting over de dag van morgen. Het zou overigens ook geen begrafenis zijn maar een crematie, alleen uitleg over dat laatste ging me nog echt een stap te ver. Ik probeerde een versie waarbij Tante niet meer leefde en een fonkelende ster was geworden. Nog steeds niet te bevatten, maar een geruststellender en mooier idee dan een tante met bulldozers onder het zand begraven.

sterren_kijkenMet het beeld van een heldere sterrenhemel op het netvlies togen we naar de uitvaart. Een mooie plechtigheid waar vol eerbied en bewondering herinneringen werden opgehaald aan Tante. Tranen biggelden met regelmaat over mijn wangen en Kleine M. keek me dan met grote angstige ogen aan. Zijn moeder die zo huilde was hij niet gewend. Er moest iets mis zijn, maar wat dan? Afscheid nemen van een tante die nu een ster is, kon toch niet zo erg zijn? Hard je hoofd stoten of vallen met je kin op de stoep, daar moet je van huilen maar van sterren toch niet? Kleine M. gedroeg zich overigens als een voorbeeldige grote jongen. Hij bleef rustig zitten, keek in de kerk zijn ogen uit en was gefascineerd door de klokkentoren en het ‘gelui’. Enorm trots was ik op mijn kleine vriend.

De wonderlijke gedachtegangen van een kind. Waarom denk ik niet meer in overleden dierbaren die als sterren over ons waken? Waarom weten wij als volwassenen dat dit niet waar is? Het is tenslotte een mooie troostende gedachte dat ze vanuit het heelal over je waken. Tante had dit ongetwijfeld prachtig gevonden. Ze werd vandaag nog geroemd om haar advies het kind in jezelf nooit te verliezen. Misschien moet ik de kinderlijke logica vasthouden en toch eens vaker met een onbevangen blik naar de sterren turen?

Kleine M. was Tante nog niet vergeten en vroeg me: “Mama mag ik dan vanavond naar de sterren op zoek naar Tante?” “Hoe ga je dat dan doen want de sterren zijn heel ver weg.” “Ik ga dan met een raket naar de sterren en daar Tante zoeken”.

Lieve schat, hoewel het onmogelijk is, ga ik graag met je mee!

Verlaten winkelwagens

Wat doe jij ter ontspanning ’s avonds als je een dag hard hebt gewerkt? Nadat het huishouden aan kant is en je eventueel je routinematige sportieve plicht hebt gedaan? Er zijn mensen die de hele avond voor de buis hangen. Anderen chatten, Whatsappen of hebben een echt gesprek met vrienden in een café. Er zijn natuurlijk talloze mogelijkheden om je avond te spenderen, maar ik betrapte me laatst op een ietwat vreemde, bijna dwangmatige vorm van vrijetijdsbesteding. Op de avonden dat manlief werkt, struin ik regelmatig het internet af en bezoek ik prachtige online boetieks of heel gewone warenhuizen. Dat is op zich nog geen vreemde bezigheid. Ik heb echter de gewoonte om bij die online winkels winkelwagens te vullen tot ze uitpuilen. Achteloos gooi ik voor honderden euro’s in het karretje, maar als ik uiteindelijk de totale waarde er van zie, sluit ik de website en bezoek met plezier een volgend mooi warenhuis.
verlaten_winkelwagenBij sommige webshops heb ik de neiging om een paar dagen later terug te keren om te zien of het winkelwagentje nog gevuld is met mijn schijnaankopen. Bij een enkele website is dit het geval en ik analyseer aandachtig nogmaals de items. De conclusie na deze analyse? “Gelukkig heb ik bij het vorige bezoek mijn pinpas niet tevoorschijn gehaald.”

Vreemd gedrag toch eigenlijk? In een fysieke winkel ga je met een kritisch oog langs de rekken, pak je er hier en daar iets uit en vertrek je richting pashokje. In een winkel met mensen van vlees en bloed stap je niet met armen vol kleding op de kassa af om vervolgens, als de kleding al opgevouwen in de tas zit, de aankoop te annuleren. De verkopers zien je aankomen!

In webshops denk je dat niemand je ziet en is er in de wijde omtrek geen vriendelijke verkoper te vinden die je met ‘liefde’ vertelt hoe geweldig die net té strakke jurk je staat. Geen reden dus om je in te houden of je te gedragen als waardige klant. Hoeveel mensen zullen er zijn die online ditzelfde gedrag vertonen, hoeveel verlaten winkelwagens zullen er door het wereldwijde web zwerven?

Een paar maanden geleden ontving ik een e-mail van een webshop over een van mijn ‘wees-geworden-winkelwagens’. Er zaten items in die nog maar een dag in de aanbieding zouden zijn. Enorm slim van die winkel maar ik voelde me betrapt. Er zijn dus pientere ondernemers die mijn dwangmatige niet-koop gedrag in de gaten hebben en hier handig mee omspringen. ‘Joehoe bijna-koper! Hallo, je hebt je winkelwagentje in het gangpad laten staan en iemand dreigt er met jouw spullen vandoor te gaan! Zullen we het nog even voor je vasthouden?’  Hoe betrapt ik me ook voelde, ik heb de aanbieding afgeslagen en shop nog altijd vrolijk door zonder mijn pinpas te trekken.

Zo heb je niks, zo heb je alles

De afgelopen zomermaanden stonden in het teken van onzekerheid. Bedrijf ontbonden, baan kwijt, zorgen om huis, hypotheek en thuis. Er bestond een gerede kans dat ik met ‘het product’ mee kon naar de nieuwe stichting maar dit was lang, veel te lang onduidelijk. En in dit soort situaties ben ik niet iemand die een afwachtende houding aanneemt, dus besloot ik toch op zoek te gaan naar een alternatief. Eerlijk gezegd had ik daar weinig zin in want ik had het zo naar mijn zin, zulke fijne collega’s en echt plezier in mijn werk. Die luxe van achterover leunen mocht ik mezelf niet permitteren want als het mis zou lopen dan had ik niets en kon ik thuis achter de geraniums plaatsnemen en vanuit daar uitkijken naar een nieuwe baan. Een reeks van teleurstellende pogingen volgden en net toen ik de handdoek in de ring wilde gooien kwam er een hele leuke baan voorbij. Een functie waar ik nog niet eerder naar had gekeken maar waarom eigenlijk niet? Het was me op het lijf geschreven! Met een CV als de mijne, een lappendeken van taken, vind je niet eenvoudig iets dat je zo past. Dit moest het dus worden en ik was van plan mijn uiterste best te doen. De organisatie is gerenommeerd dus ik verwachtte er niet teveel van. Honderden anderen zouden met mij solliciteren. Ondertussen stond ook de brief naar het mogelijke vervolg van mijn oude baan nog open. Dus ik had twee ijzers in het vuur. Een paar weken later werd ik gebeld, ik mocht op gesprek komen! Dit was mijn kans. Het gesprek verliep goed en het leek me nog steeds geweldig om daar te mogen werken.
Alles liep op dat moment naast en door elkaar, terwijl ik wachtte op uitsluitsel kreeg ik te horen dat ik mijn oude baan mocht voortzetten bij de nieuwe organisatie. Goed nieuws natuurlijk, ik had eindelijk de zekerheid waar ik zolang op had gewacht. Maar ja wat nu?

goodbyeOndertussen brak de laatste week aan, het werk hield op en van collega’s moest afscheid worden genomen. Sommige collega’s hadden inmiddels een nieuwe baan gevonden en anderen werkten door alsof het einde nog lang niet in zicht was. Het schip was zinkende maar evenementen en andere taken liepen gewoon door. Een idiote situatie die ik niemand toewens. We bereikten ploeterend de laatste week, de afscheidsweek. Een bonte avond met geweldige collega’s van ‘de tweede’. Een musical waarin iedereen op eigen hilarische wijze in het zonnetje werd gezet. Van Single ladies via short people naar one love. Het heeft geen zin om het uitvoeriger te vertellen want het is een typisch geval van: daar had je bij moeten zijn. Maar een ding is zeker: je hebt iets gemist!

Jarenlang hadden de organisaties nauw samengewerkt, samen geluncht, geborreld en lief en leed gedeeld. Een familie die na 1 oktober uit elkaar zou vallen. Een treurige wetenschap maar die avond was de familie nog een keer samen. One happy family – one love. Oké ik zal stoppen met het zoetsappige verhaal maar wat hebben we met z’n allen gelachen.
De dag na de bonte avond volgde een rustige avond met een heerlijk afscheidsdiner en genoeg tijd om met iedereen nog eens na te praten. Over wat ooit was en wat nu ging komen. Een mooie avond met elkaar.
Na al die momenten van afscheidnemen was het voor sommigen gewoon weer vrijdagochtend: tijd om te werken. Ik had mijn oude baan weer terug en pakte die ochtend met weemoed de verhuisdozen uit. Het voelde zoals ik me vroeger na de vakantie voelde: heimwee naar mooie tijden met de wetenschap dat het nooit meer terug zou komen. Maar het was ook goed zo, tijd om door te gaan. Uitpakken, mouwen opstropen en niet zeuren. Moe en treurig kwam ik die middag thuis, eindelijk weekend, tijd om het hoofd leeg te maken en de blik weer te verruimen. Heel veel tijd om dit te doen kreeg ik echter niet… Ik werd gebeld door de andere werkgever: ‘het heeft even geduurd maar op de valreep voor het weekend wil ik je toch even feliciteren, we willen je graag hebben. Wanneer kun je beginnen?’
….SORRY? Ik moet geloof ik even gaan zitten…