Category Archives: Moeder twijfel

Een Griekse bouwput

Daar stond manlief met de wc bril in zijn hand… We waren net aangekomen in ons vakantiehuisje in Griekenland en binnen in het huisje zag het er klaar uit. Binnen was de wc bril het enige incident, maar buiten was het een bouwput.

Bij aankomst maakte de eigenaresse een bijna verloren indruk. Logisch bleek achteraf, toen ze ons met tranen in de ogen vertelde dat we de eerste officiële gasten waren. Maandenlang hadden zij en haar man hun schamele spaarcenten gebruikt om drie vakantiewoningen uit de Griekse grond te stampen. Maanden van onzekerheid waar de overheid maar niet over de brug kwam met de vergunning en nu brak het toeristenseizoen al aan. Ze moesten starten zonder vergunning én zonder zwembad. Want ook een vergunning voor het zwembad had veel te lang op zich laten wachten. Goody, de lieve vrouw des huizes had meteen mijn hart gestolen. Als je in tijden van crisis en corrupte overheid wilt zorgen voor een eigen appeltje voor de dorst, dan verdien je een eerlijke kans. Ondertussen krioelde het van de bouwvakkers die zich 7 dagen in de week in het zweet werkten om alles z.s.m. af te maken. Het leek wel of we in het TROS programma ‘Ik vertrek’ terecht waren gekomen. Een vriendelijke glimlach en een oprecht verhaal zorgden ervoor dat we niet op onze strepen gingen staan. Echter… Er was nog een derde vakantieganger mee: kleine M. En hij bleek niet gevoelig voor dat eerlijke verhaal.

M_zwembadHij had zich zo verheugd op zijn droomvakantie: een zwembad binnen handbereik en het strand op loopafstand. (Bijna) alles wat hij leuk vindt vlak bij elkaar en dat niet één dag maar wel 15 hele dagen! Dat vooruitzicht deed hem stuiteren van blijdschap. Die euforische stemming smolt als sneeuw voor de zon toen hij uit de auto klom. Hij zag alleen maar bouwvakkers. ‘Mama, waar is het zwembad?’ Helaas konden we hem niet een zwembad maar een bouwput laten zien. Een betonnen bak dat alleen de contouren van een zwembad had. Ik kreeg een brok in mijn keel bij het zien van zijn intens teleurgestelde gezicht. Elke ochtend als hij wakker werd, wilde hij direct naar het zwembad om te kijken of het al klaar was. Dat er tijdens zijn slaap niet verder was gewerkt leek hij niet te beseffen. En waarom ook niet? Want als je zo graag iets wilt, dan doet toch iedereen alles om jouw kinderdroom te realiseren? Helaas zou het nog een volle week duren voor het zwembad gereed was. Maar toen het water er eenmaal in zat, was Kleine M. zo blij alsof Sinterklaas spontaan was langsgekomen met een felbegeerd cadeau. Dat M. elke ochtend zich had vastgeklampt aan het hek en met een bedroefd gezicht naar die lege bak had gestaard, had indruk gemaakt op iedereen. Zowel de huiseigenaren als alle mannen die er dagelijks werkten, vonden het zo verdrietig voor de kleine man dat ze graag wilden dat we nog een week bleven. Op hun kosten. Hoe lief was dat?! Helaas konden we niet op hun aanbod ingaan omdat de werkplicht na twee weken riep, maar we hebben ze allemaal wel in ons hart gesloten.

En kleine M? Die heeft niet alleen de vakantie van zijn leven gehad, maar ook nog een wijze les geleerd. Overal waar hij nu iets ziet dat kapot is of waar hij vindt dat een aanpassing nodig is, vraagt hij of we de werkmannen even kunnen vragen. Van een kapotte trein tot een slordig aangelegde stoep. Werkmannen kunnen alles, zij maken dromen waar! Ben je nieuwsgierig? Ga naar de Peleponnesos in Griekenland en laat je verrassen door de vriendelijkheid van de mensen, de prachtige natuur en de eeuwenoude Griekse geschiedenis want Sparta en de eerste Olympische atletiekbaan in Olympia vind je op een uurtje rijden. En natuurlijk logeren bij Goody!

“Kijk, een trein!”

De laatste jaren heb ik een extra zintuig ontwikkeld voor het spotten van treinen, trams en de meest recente aanwinst: brandweerwagens. Waar een andere jongen wild wordt bij de aanblik van een Apache of een Ferrari, gaat M’s hart sneller kloppen van een voertuig op een rails of anders een rood gevaarte met blauw zwaailicht. Leuk om te zien dat hij razend nieuwsgierig is naar kolen, locomotieven en het mechanisme van een ladderwagen. Het is opvallend hoeveel (redelijk) technische kennis er al aanwezig is bij zo’n peuter.

Boy-playing-with-a-train-setEen bezoek aan het Spoorwegmuseum is voor M dan ook fantastisch, een groter feest bestaat niet. Bij binnenkomst was ik nog geïnteresseerd toen we door de oude Koninklijke trein liepen. Juliana en Bernhard hadden beiden een eigen coupé, kamer of hoe dat in treintermen heet.

Smeuïg detail, het voedt de verhalen over huwelijkse ontrouw… of voedt het vooral mijn zucht naar meer boeiende materie dan de techniek achter de stoomlocomotief?
Echt, ik vindt het heerlijk om mijn kind vol vlammend enthousiasme te zien. Uren doolden we door het museum, hij kon er geen genoeg van krijgen. En eerlijk is eerlijk, er waren echt interessante onderdelen. Dus ja, het was een indrukwekkende dag voor zowel ouders als kind maar het blijven treinen.

Zijn passie werkt besmettelijk… Niet dat ik opeens wegloop met de NS maar waar en met wie ik ook ben, mijn vizier staat altijd open voor een blauw geel gevaarte dat in een ogenblik voorbij raast. Enige tijd geleden zat ik met een collega in de auto. Middenin een reuze interessant gesprek riep ik: kijk, een trein! Oeps…enigszins met het schaamrood op de kaken moest ik toegeven dat ik bij wijze van beroepsdeformatie of noem het moederdeformatie, altijd om me heen kijk op zoek naar M’s favoriete voertuig.

Ook in de vakantieplannen worden treinen en brandweerauto’s betrokken. M kreeg pasgeleden van oma een portemonnee met wat geld voor een ijsje en een opblaasbal voor het strand. Op de terugweg in de auto, zei M: “papa luister, ik heb een goed idee. Als ik nou met de centjes van oma een rails koop, dan kan mijn treintje ook mee op vakantie.” Briljant plan, slim bedacht maar de trein moet helaas echt thuisblijven. Gevolg? Een hevig teleurgesteld kind achterin de auto die (gelukkig) nog niet begrijpt dat aan elke overtollige kilo ruimbagage in het vliegtuig tegenwoordig een flink prijskaartje hangt.

Uiteindelijk levert een passie ook iets vruchtbaars op. Ik vroeg hem laatst wat hij wilde worden en hij antwoordde met een overduidelijk: NIKS. Deze week veranderde het weinig spannende NIKS opeens in: brandweerman. Kijk, we boeken vooruitgang!
Mijn zegen heeft hij. Ik zal gaan uitkijken naar ladderwagens, blusheli’s en motorspuitaanhangers.

Peutergym: een opvoedkundige uitdaging

In alle vroegte staan wij op zaterdagochtend tegenwoordig in een gymzaal. Gymles speciaal voor peuters (en hun ouders). Een uur apenkooien en ondertussen kijken wat je kunt en leuk vindt. Je zou denken: een uurtje ontspanning. Nou dan heb je het mis! Ten eerste moeten ouders net zo fanatiek meedoen met voetballen en staarttikkertje. Tijdens het zwaaien aan de ringen en maken van koprollen worden we buiten schot gehouden. Tenzij je een kind hebt dat in alle toonaarden weigert aan de ringen te hangen of aan het touw te slingeren.

Noel Baker gymnasium Hij stort kermend ter aarde en roept: ik wihil dit niehiehiet! Ik probeer hem op alle mogelijke manieren te bewegen om toch even aan de ringen te hangen, maar zonder veel succes. De meeste andere kinderen zwieren er lustig op los, dus als ouder voel ik toch een lichte groepsdruk om mijn kind gemotiveerd te krijgen. En ook al weet ik dat dit niet het gewenste effect zal hebben, ik ben van mening dat je alles een keer moet proberen. 

Dit is de eerste opvoedkundige uitdaging van de zaterdag: op een positieve manier proberen je kind over de drempel te helpen en zijn grenzen te verleggen.
Naast het motiverende aspect van de ochtend is daar ook nog zoiets als ‘de andere ouders’. Terwijl wij Kleine M. uitleggen dat je netjes op je beurt moet wachten, laten sommige ouders hun opvoedkundige taak bij binnenkomst los en stormen kinderen de rij voorbij om als eerste op de trampoline te springen. ‘Concentreer je alleen op jezelf’ is ons motto en laat je niet van de wijs brengen. Maar hoe lastig is dat als andere kinderen wel mogen doen waar ze zin in hebben? M. houdt zich dapper staande en leert elke les beter op zijn beurt te wachten.

Ben ik dan echt de braafste moeder van de klas? Ben ik de enige die vind dat kinderen, hoe jong ook, moeten leren dat ze niet altijd als eerste aan de beurt zijn en niet altijd hun zin kunnen krijgen? Misschien ben ik té streng?

Elke week verbaas ik me weer over de ouders die hun kroost overal en nergens in de gymzaal laten spelen, terwijl de juf net uitlegt wat de bedoeling is van dat specifieke toestellenparcours. Natuurlijk wil Kleine M. ook veel liever met de bal spelen omdat hij die vreselijke ringen vervloekt. Maar als hij over een paar maanden naar school gaat zal hij toch ook dingen moeten doen die hij niet altijd leuk vindt? Moet ik hem dan zijn gang laten gaan? Dan kunnen we net zo goed naar de speeltuin gaan waar hij zelf mag bepalen waar en waarmee hij speelt. Ik betaal niet om rondjes te rennen in een gymzaal, ik betaal in de hoop dat M. zijn schroom overwint en zich zekerder voelt als hij straks naar school gaat. Deze gymles is er juist een van dingen samen doen. Het kan aan mij liggen, maar ik vind dat ik dan als ouder niet mijn kind in de gymzaal mag dumpen om 3 meter verderop me bezig te houden met belangrijker zaken zoals mijn smartphone.

Hulde aan de juf die wekelijks probeert de ouders in plaats van de kinderen het gareel te houden!

Een Schwalbe-koning in de dop

“Papa, gaan we racen?”
Een paar keer per jaar haalt Kleine M. een van zijn favoriete na-het-eten-activiteiten van stal: racen. Lees: door het huis vliegen leunend op een kleine houten auto terwijl papa (of mama) er achteraan banjert leunend op de speelgoedbakfiets. Een tafereel waarbij de pijn je als ouder spontaan in de rug schiet, maar die wel zorgt dat het laatste restje energie bij M. als sneeuw voor de zon verdwijnt.
Het leuke van deze terugkerende raceperiode is dat de ontwikkelingen van Kleine M. zo uitvergroot worden. Eerst kon je er rustig achteraan sjokken want zijn bewegingen waren nog wat instabiel, maar inmiddels moet je als ouder ook flink aan de bak. Een uitputtingsslag voor beide partijen.

racing-carNiet alleen fysiek zie je de veranderingen, ook de mentale ontwikkeling is duidelijk zichtbaar. Met een besmuikte glimlach zag ik hem deze week klaar-voor-de-start roepen. Hij voerde iets in zijn schild. “Papa, ik ga lekker vals spelen!” Hij begon zijn race voordat zijn eigen startschot had geklonken en won natuurlijk met grote voorsprong de eerste omloop. Bij de tweede start gaf ik het startschot, maar ook hier wist hij meerdere centimeters te smokkelen. Gierend van de lach vloog hij het huis door en riep om het hardst dat hij toch wel ging winnen.

Bij de laatste start liet hij zijn vader zowaar voor gaan. Ik snapte niet goed waar deze wending opeens vandaan kwam. Heel erg aardig en ook typerend voor mijn lieve kind, maar in de sfeer van deze wedstrijd paste het totaal niet. Kleine M. leek zelfs enthousiast van start te gaan, maar even later lag hij kermend van de pijn in de gang. Hij moet zich tegen de deurpost gestoten hebben of was hij misschien met zijn hoofd tegen de muur gebotst? Wij, bezorgde ouders, schoten hem te hulp, maar we hadden ons nog niet over hem heen gebogen of hij veerde op, pakte zijn auto, vloog weg en schaterde: “Ik ga winnen”. Zijn tegenstander, papa in dit geval, pakte zijn eigen voertuig en vervolgde de wedstrijd. Ik bleef verbijsterd achter. Kleine M. had ons goed voor de gek gehouden. Een Schwalbe koning in de dop. Natuurlijk, heel erg grappig maar ik vroeg me wel af: hoe verzint hij dit? Een sluwe vos? Of een wolf in schaapskleren? Zelf kan ik niet goed tegen mijn verlies, maar ben niet het type dat slimme listen verzint om te winnen. Ook kijken we met hem niet veel sport op televisie, dus hij is nog niet bekend met de meesters van de schwalbe: Arjen Robben of Luis Suárez. Heeft hij misschien een aangeboren talent voor listige slimheid?

Sinds vandaag is de raceperiode weer voorbij. Ik kan niet wachten tot we over een paar maanden weer een verzoek krijgen om te wedijveren. Welke truc verzint hij dan om te winnen?

Allemaal smoesjes…

De laatste maanden zat mijn hoofd vol door mijn nieuwe baan. Vol met af en toe net een paar druppels over de rand. De zinsnede ‘affiniteit met…’in de vacature tekst bleek zacht uitgedrukt, ‘gespecialiseerd in’ had wellicht meer de lading gedekt.
Ik heb momenten gehad dat het voelde alsof mijn sprong in het diepe van de hoogste duikplank was genomen. Dit wordt overigens geen meelijwekkend verhaal hoor!

exhaustedMeestal als ik dan na zo’n dag ploeteren thuis kom, ben ik uitgeblust. De energie, gezelligheid of creativiteit is ver te zoeken. Dus vind ik dan dat ik het volste recht heb om, na alle avondrituelen (koken, afwas, kind in bad en naar bed), op de bank neer te ploffen met een kopje thee en een koekje. Televisie aan of lekker met de iPad op schoot de, al eens eerder genoemde, digitale winkelwagentjes te vullen. Met andere woorden….er komt niets meer uit. En naar mezelf toe hanteer ik de fluwelen handschoen. Ik zie mezelf in soft focus als ik in de spiegel kijk, nog geen zin om realistisch te zijn. Begrijpelijk maar ook verdovend en zeker niet zaligmakend. Echter heb ik soms helemaal niet in de gaten dat ik in zo’n modus zit. Het moge duidelijk zijn, ’s avonds verkies ik de weg van de minste weerstand omdat het overdag vaak met vallen en opstaan gaat.
Als je jong(er) bent, merk je lichamelijk niet veel van zo’n ‘bank-hang-periode’ maar helaas behoor ik niet langer tot die groep. Mijn lichaam vertoont tekenen van stilstand. Mijn zitspieren zijn zeer goed getraind maar daar heb je helaas zo weinig aan. Toch was het kwartje nog niet gevallen. Mijn gedachten waren nog zo bij het werk en de kilometers die ik dagelijks fiets om daar te komen, vallen toch ook onder de noemer ‘beweging’?

Kortom….smoesjes…heel veel smoesjes. Ik had me al twee weken voorgenomen om de stoute hardloopschoenen weer eens aan te trekken, maar je raadt het al…. Het regende, ik kreeg griep en het kwam met het werkrooster van manlief heel slecht uit. Nog meer uitwijkmanoeuvres dus.

Tot gisteren. Ik probeerde nog wat smoezen maar het was zo’n prachtige zonnige winterdag dat zelfs met mijn rubberen ruggengraat redeneringen elke smoes ongegrond bleek. En na een halfuur fysieke inspanning voelde ik me als nieuw… Althans moe maar voldaan en fris in het hoofd. Vandaag piept en kraakt alles van de stevige spierpijn want ik wilde met iets te veel volle kracht vooruit, maar de kop is er af en over twee dagen ga ik weer. Griep zal ik niet een tweede keer krijgen, manlief is die avond vrij en andere smoezen zijn ongegrond, alhoewel…. misschien sneeuwt het wel.

Leed dat filefietsen heet

Sinds een week of zes leg ik iedere werkdag zestien kilometer af om van huis naar werk en weer terug te komen. En die kilometers maken vind ik geen enkel probleem. Het zorgt voor je dagelijks aanbevolen hoeveelheid bewegingstijd, je bent lekker in de (stadse) buitenlucht en je trapt een frustrerende dag van je af door net iets sneller te fietsen. Een stevige herfststorm of een paar centimeter sneeuw krijgen mij dan ook niet van de fiets. Je kunt me, denk ik, wel bestempelen als een enthousiaste van-en-naar-het-werk-fietser.

fietsfileEchter… over de route die ik dagelijks afleg naar mijn nieuwe werk ben ik minder enthousiast. Tijdens de eerste vijf minuten vanaf huis probeer ik nog optimaal van de rust te genieten, want daarna word ik opgeslokt door een lint van slingerende, te breed en vooral té langzaam fietsende schoolkinderen. Ik schik me niet graag in het tempo van de gemiddelde stadsfietser, laat staan van de gemiddelde puber. Meisjes hebben het veel te druk met geiten en giebelen en jongens hebben doorgaans geen oog voor hun medefietsers.
Het is topsport om mijn eigen snelheid te kunnen fietsen, andere fietsers van me af te schudden en net op tijd uit te wijken voor een niet-oplettende slingeraar.
Filerijden met de auto vergt een wakkere oplettende blik maar filerijden per fiets is misschien wel net zo’n energievreter.
Eerlijk? Het minuscule beetje agressiviteit dat ik in me heb, schakelt ’s ochtends eenvoudig een paar tandjes op.

De meute achter me laten door een rood stoplicht te negeren, vind ik ook te ver gaan. Op mijn fiets prijkt een kinderzitje, dus ergens heb ik het gevoel dat ik het goede voorbeeld moet geven.
Mijn plaats in de wachtruimte voor het stoplicht probeer ik daarom doorgaans heel strategisch te kiezen. Is het een stoplicht waar je bij groen snel door kunt jakkeren en een sliert kunt inhalen? Kies dan links. Volgt er verderop een splitsing met veel links afslaand fietsverkeer? Kies dan zeker niet de linker kant, want je hebt nooit snel genoeg de treuzelende menigte ingehaald die rechts fietst en toch plotseling linksaf slaat.

Zo staat mijn fietstocht ’s ochtends dus bol van de strategische keuzes en doe ik niets anders dan manoeuvreren en slalommen. Vorige week zei een collega: “goh wat zie jij er gesjeesd uit!” Ja joh, ik heb er al een werkdag opzitten!
En ondanks dat ik inmiddels mijn plek heb gevonden binnen mijn nieuwe werk, denk ik ’s ochtends regelmatig met weemoed terug aan die heerlijk ontspannen (korte) fietsritten naar mijn vorige werk. Daar begon de dag uitgerust en in een rustig opstarttempo. Hier is mijn motor al oververhit voordat ik überhaupt mijn PC heb opgestart. Eerst maar eens een kop koffie… Werk ze!

Tussen de sterren op zoek naar Tante

“Morgen gaan we naar een begrafenis” vertelde ik Kleine M. “Gaan we dan naar het strand, mama? En zijn daar dan ook bulldozers?” In mijn naïviteit had ik niet stilgestaan bij de indruk die mijn opmerking zou wekken. Begraven…graven…tja waar doe je dat? Op het strand natuurlijk met speelgoedbulldozers, schepjes en een emmer. Een logische gedachte voor een driejarige die niet bekend is met de dood. Helaas moest ik M. teleurstellen, geen uitstapje naar zon, zee en strand. Ondertussen zocht ik naarstig naar een andere toelichting over de dag van morgen. Het zou overigens ook geen begrafenis zijn maar een crematie, alleen uitleg over dat laatste ging me nog echt een stap te ver. Ik probeerde een versie waarbij Tante niet meer leefde en een fonkelende ster was geworden. Nog steeds niet te bevatten, maar een geruststellender en mooier idee dan een tante met bulldozers onder het zand begraven.

sterren_kijkenMet het beeld van een heldere sterrenhemel op het netvlies togen we naar de uitvaart. Een mooie plechtigheid waar vol eerbied en bewondering herinneringen werden opgehaald aan Tante. Tranen biggelden met regelmaat over mijn wangen en Kleine M. keek me dan met grote angstige ogen aan. Zijn moeder die zo huilde was hij niet gewend. Er moest iets mis zijn, maar wat dan? Afscheid nemen van een tante die nu een ster is, kon toch niet zo erg zijn? Hard je hoofd stoten of vallen met je kin op de stoep, daar moet je van huilen maar van sterren toch niet? Kleine M. gedroeg zich overigens als een voorbeeldige grote jongen. Hij bleef rustig zitten, keek in de kerk zijn ogen uit en was gefascineerd door de klokkentoren en het ‘gelui’. Enorm trots was ik op mijn kleine vriend.

De wonderlijke gedachtegangen van een kind. Waarom denk ik niet meer in overleden dierbaren die als sterren over ons waken? Waarom weten wij als volwassenen dat dit niet waar is? Het is tenslotte een mooie troostende gedachte dat ze vanuit het heelal over je waken. Tante had dit ongetwijfeld prachtig gevonden. Ze werd vandaag nog geroemd om haar advies het kind in jezelf nooit te verliezen. Misschien moet ik de kinderlijke logica vasthouden en toch eens vaker met een onbevangen blik naar de sterren turen?

Kleine M. was Tante nog niet vergeten en vroeg me: “Mama mag ik dan vanavond naar de sterren op zoek naar Tante?” “Hoe ga je dat dan doen want de sterren zijn heel ver weg.” “Ik ga dan met een raket naar de sterren en daar Tante zoeken”.

Lieve schat, hoewel het onmogelijk is, ga ik graag met je mee!

De juiste verhouding tussen werk, privé én solliciteren

Oké het nu volgende komt misschien over als een kleine klaagzang….

Zoals je eerder hebt gelezen ben ik naarstig op zoek naar een baan. Het voelt alsof er geen tijd te verliezen is en geen vrij uur onbenut mag blijven, want het is zo 1 oktober en dan heb ik geen werk meer. Maar hoe doe je dat met een man in de horeca, een lopende baan die topdrukte kent, een kind van 3 en een huishouden?

jugglerDe combinatie van een baan in de horeca en een baan tijdens kantooruren is voor ons als ouders doorgaans perfect. We besparen op de kinderopvang en kleine M. heeft in de ochtenduren alle aandacht van papa en ’s avonds de volle aandacht van mama. Ideaal… tot nu. Want die volle aandacht van mama gaat ten koste van mijn kostbare uren om te solliciteren! Als het mopje in bed ligt, de afwas gedaan (ja vaatwasser stuk) en het huis ‘aan kant’ dan is het 21.30 uur. En wil ik niet als een stuiterbal mijn bed in rollen dan kan ik na 23:00 uur beter niets meer doen. Da’s anderhalf uur… en te weinig om een leuke, opvallende en een ‘anders-dan-die-500-andere-briefschrijvers’ brief te schrijven.

Het feit dat we zelden allemaal tegelijk thuis zijn, is nooit leuk maar komt nu helemaal niet goed uit. Als we dan eens in het weekend samen thuis zijn, dan kan ik me toch moeilijk terugtrekken om vacatures te zoeken, mijn CV af te stoffen en aan mijn toekomst te werken? Ik wil niet mijn liefsten de deur uit sturen zodat zij samen iets leuks kunnen gaan doen, zonder mij!
En solliciteren onder werktijd? Nee, dat zit er voorlopig niet in want ik noemde het al: topdrukte… Hoogtijdagen. Eigenlijk altijd de leukste periode van het jaar. Maar nu even niet!

Misschien ben ik een ongelofelijke zeur maar mijn eigen gehaast legt me bijna lam. Een typisch geval van Sjors Twijfelt… waaraan besteed ik wanneer mijn aandacht, hoe houd ik de weegschaal in evenwicht en waarom slaapt die driejarige nou nét niet op mijn vrije maandag? Die tijd zou ik anders goed kunnen gebruiken! Het is ook zo… het is gezeur… maar toch.

Overigens balanceert de weegschaal deze week niet onaardig. In de afgelopen 7 dagen heb ik meerdere sollicitaties verstuurd, dagelijks met een houten treinbaan gespeeld (en mijn gehaastheid aardig kunnen negeren) en ook nog aandacht aan mijn lief kunnen schenken. Wat er bij in schiet? Vriendschappen, familie en het huishouden. Lieve mensen aan tijd wordt hard gewerkt! Stofzuiger en strijkplank, sorry maar jullie zullen echt nog even moeten wachten.

Het waterincident

Kleine M. is een peuter van inmiddels drie en in training om zindelijk te worden. Dat het niet zonder slag of stoot gaat, zal niemand verbazen. Er zijn stoere onderbroeken gekocht om het luierloze bestaan te stimuleren. Er ontstaan ware rituelen en langzaam maar zeker nemen de ongelukjes af. Maar er zijn momenten…
potty trainingVorige week liep M. op een dag al enige tijd in zijn onderbroek rond en het ging zo goed dat ik zijn luierloosheid was vergeten, totdat er opeens een luid: “Mama!!” vanaf het balkon klonk. Ik snelde naar hem toe en heel zachtjes zei hij: “ik heb geplast”. Als  ongelukjesmanager zei ik natuurlijk dat het helemaal niet erg was. Ondertussen volgde ik het natte spoor op het balkon. Het liep tot aan de rand of ging het er ook overheen? Ik kon het niet direct goed zien. “Wat is dat nou?” hoor ik tegelijkertijd van beneden in de tuin. De oude buurvrouw stond blijkbaar in de tuin. Met enige schroom stak ik mijn hoofd over de reling en keek wat er was gebeurd. Misschien was ze net aan komen lopen? Helaas bleek het vele malen erger dan dat. Ik constateerde een grote natte plek op haar rug en ze had haar hand in haar nek gelegd. Oh nee, dit was nog veel erger! Het onschuldige ongelukje had opeens een slachtoffer opgeleverd. Direct kwam er een stroom van excuses uit mijn mond, maar ze verstond me niet. De lieve oude buurvrouw is hoogbejaard en erg slechthorend. Ze bleek haar gehoorapparaat niet in te hebben, dus het had geen enkele zin om een heel verhaal af te steken. Al schreeuwend probeerde ik haar mijn excuses aan te bieden, maar met dit zelfde volume durfde ik haar niet te zeggen wat er werkelijk was gebeurd. Met het schaamrood op de kaken schreeuwde ik dat kleine M. per ongeluk met een gietertje had gespeeld en het water over het balkon had gesproeid. Als het maar geen vies water was, zei ze. “Nee hoor, we hebben er gisteren nog de planten mee water gegeven”, loog ik verder. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen haar de waarheid toe te schreeuwen terwijl de halve buurt buiten zat te genieten van de eerste zonnestralen van de zomer.
De heibel was een beetje gesust en ik snelde me met M. naar binnen, deed alle ramen en deuren dicht en barstte in lachen uit. Die luierloze peuter stond me met grote ogen aan te kijken want hij begreep er werkelijk niets van. Hij had een plas gedaan, de buurvrouw had een hele natte rug en mama lachte tranen met tuiten? “Mama, wat is er met je? Gaat het goed?” De lieve schat had geen idee wat hij had veroorzaakt behalve dan dat hij een ongelukje had gehad. Voor ‘straf’ moest hij een tekening maken voor de buurvrouw en ik schreef als onderschrift: Excuses voor het waterincident!
Misschien moet ik ook mijn excuses maken aan kleine M. Ik heb hem tenslotte zijn eerste leugen geleerd… Al is het een leugentje om bestwil?

Help! Muis is weg…

Koninginnedag 2013, bekend om de komst van Neerlands nieuwe koning. Een historische dag met abdicatie, kroning en verlies. Waarschijnlijk zijn vele bezoekers aan de Amsterdamse Koninginnedag iets kwijtgeraakt; van muntgeld en een haarelastiek tot smartphones, hele dagdelen of erger nog de liefde van je leven. Bij ons gaat deze dag de boeken in als de dag de we Muis verloren.
Muis is de lievelingsknuffel van kleine M. Van alle gekregen speelgoedbeesten was deze vanaf de eerste dag favoriet. Het is zijn kameraad, helpt hem in bange donkere nachten en troost hem bij verdrietig afscheid op de crèche. Maar nu dus even niet want op 30 april zijn we Muis verloren in het drukke Vondelpark.

vermist_muisMeerdere keren hebben we hem gewaarschuwd maar het mocht niet baten, onderweg naar huis bleek de knuffel niet meer in handen van kleine M. Ook een zoektocht terug het park in mocht niet baten, Muis was weg. Onze dappere Dodo blijkt echter een optimist in de dop want hij toverde allerlei mogelijke verblijfplaatsen van Muis uit zijn hoge hoed. De knuffel zou in de vijver liggen, was achtergebleven op de glijbaan in de speeltuin of lag hij misschien gewoon bij opa en oma in de schuur? Helaas tot zijn verdriet was Muis ’s avonds voor het slapen gaan nog altijd niet thuisgekomen. We brachten hem naar bed met de boodschap dat iemand hem misschien wel zou vinden en ons dan meteen zou bellen.

Een sprankje hoop, precies genoeg om te gaan slapen in een bed vol met al veel eerder afgewezen potentiële lievelingsknuffels.

Ondertussen bestelden we online een nieuwe knuffel en deze zou vandaag worden bezorgd. Per e-mail heb ik het zielige verhaal gedaan en ze verzekerden ons dat Muis de tweede donderdag zou worden bezorgd. Met die wetenschap vertelden we kleine M. dat een meneer Muis inderdaad in de vijver had gevonden maar dat hij erg vies en helemaal kapot was. De lieve meneer zou de knuffel hebben gewassen, gerepareerd en met de Pieter Post wagen (lees: PostNL) als een speciaal pakketje versturen. Terwijl we hem vertelden dat Muis terug zou komen, bloeide kleine M. helemaal op. Hij reageerde zo enthousiast en de liefde spatte van zijn gezicht af. Zijn reactie ontroerde me, ondanks zijn dappere optimistische pogingen om Muis allerlei heldendaden toe te dichten, had hij het kleine dier dus vooral vreselijk gemist. Deze kinderhand leek snel gevuld…totdat vandaag de Pieter Post wagen niet voor de deur verscheen. Geen speciaal pakketje, geen Muis bij de post.

Er is geen tijd meer te verliezen want we gaan bijna met vakantie. De hoogste tijd dus voor plan B. Zuslief weet een winkel waar ze precies dezelfde knuffel verkopen en komt deze morgenavond hoogstpersoonlijk brengen. Zij heeft namelijk die aardige meneer gesproken die Muis vond in de vijver en hij heeft de knuffel aan haar gegeven…
We zullen morgen zien of kleine M. met 1 of 2 Muizen op vakantie kan, maar een ding is zeker: Muis gaat mee op reis!

Het Loeder

Onlangs werd ik op straat aangesproken door een moeder van het kinderdagverblijf. ‘Oh wat leuk om te zien dat kleine M. ook kan lachen’ zei ze. Pardon?! Ik beet op mijn tong om haar niet allemaal verwensingen naar het hoofd te slingeren. Hoezo, leuk dat hij ook kan lachen? Mijn kind lacht de hele week minus 15 minuten op vrijdagmorgen tussen 8:45 en 9:00 uur als hij naar het kinderdagverblijf wordt gebracht. Hij heeft duidelijk moeite met afscheid nemen maar roept aan het einde van de dag steevast: ‘het was een leuke dag’.

De moeder in kwestie staat sindsdien bij ons thuis bekend als Het Loeder. Bemoeizuchtig, veeleisend, competitief en duidelijk weinig gevoel voor tact. Kom op mensen, zo spreek je iemand toch niet aan? Alsof het nog niet vervelend genoeg is voor kleine M. en voor ons om hem altijd huilend achter te laten. We weten dat hij het echt naar zijn zin heeft maar het afscheid blijft moeilijk.

pictureperfectmotherHet Loeder heeft een eenjarige dochter op het kinderdagverblijf en mama eist alle aandacht van de leidsters op bij het brengen én halen. Zo gedetailleerd mogelijk wil ze het reilen, zeilen, eet- en drinkgedrag van haar oogappel weten. Dat is haar goed recht maar er staan meerdere ouders te wachten die het hierdoor met een summiere samenvatting van de dag moeten doen. Ze ligt bij andere ouders ook niet lekker dus het is niet helemaal mijn eigen, zure interpretatie. Toch had ik onlangs dankzij haar een ouderwets binnenpretje. Ze werd er bij het ophalen op gewezen dat haar prinses verre van prinsessengedrag vertoonde richting andere kinderen. Het Loeder schrok en keek schichtig om zich heen. Had een andere ouder dit gehoord? Ja ik, die slechte moeder met dat jankende kind. Kleine M. was met zijn vriendjes nog druk met een puzzel dus ik deed alsof ik niets had gehoord. Natuurlijk is het niet leuk om te horen dat je kind zich niet voorbeeldig gedraagt, maar gelukkig overkomt het IEDEREEN. De paniek was echter merkbaar want Loeder begon direct met overcompenseren: ‘kijk eens liefie, doe jij maar zelf je schoentjes aan. Nee lukt het niet? Je sjaaltje dan? Och liefie ben je soms een beetje moedepoe?’ Ja natuurlijk is die arme drommel moe na zo’n dag! En overcompenseren doe je zelf maar, niet via je kind!

Zo…dat is eruit….. of zou ik me moeten inleven in Het Loeder? Zou zij soms ook een onzekere moeder zijn zoals elke moeder? Misschien wel maar dan nog…

Voet bij stuk

En daar zit je dan voor de zoveelste avond op rij aan tafel met een preek over hoe belangrijk het is om goed te eten. Hij is heerlijk koppig en houdt voet bij stuk: zijn nee is nee. Of hij nou een grote jongen zal worden of zo klein blijft als nu, interesseert hem ogenschijnlijk niets. De afspraken die we voor het eten hebben gemaakt, lijkt hij ook spontaan vergeten. Waar hij vorige week alleen maar sperzieboontjes (lees haricots verts want aan gewone sperziebonen zitten halen) wilde eten, moet hij er vandaag niets van weten.

spaghettiIk heb al eens eerder geschreven over het niet willen eten, maar het is nog altijd lastig. Naar aanleiding van de vorige dramatische maaltijdloze week hebben we wat regels opgesteld. Zo hanteren we de regel dat eten geen strijd mag worden, dus als er na lang aandringen nog niets wordt gegeten dan stappen we over op een banaan. Dat lukt aardig maar vandaag natuurlijk niet. Opa en oma eten mee en dan loopt het eten altijd net iets anders. “Eet je de banaan niet op?” Vol overgave schudt hij zijn hoofd. Dat is een duidelijke NEE. “Maar je hebt beloofd goed te eten en je hebt met oma afgesproken dat je goed je best zou doen.” Nog altijd NEE. Van een gesprek is geen sprake. Ik houd een monoloog tegen een kind dat op tactische momenten zijn tong verloren is.

Ik besluit niet vreselijk boos te worden maar in alle rust te vertellen dat dit niet de afspraak is. Ik dat niet lief vind en hij is een stoute jongen, daarom moet hij even in de hoek op de gang staan. Die ene keer dat ik vroeger met mijn bord op schoot in een hoek moest zitten, heeft diepe indruk op me gemaakt. Daarnaast zie je bij opvoedprogramma’s ook altijd ‘the naughty corner’. Het lijkt me dus een prima opvoedkundige actie, maar ook nu is hij standvastig. De straf lijkt hem niet te deren. Na vijf minuten lijkt het me tijd om weer eens te gaan kijken. Ik vraag hem of hij inmiddels weer gaat eten, maar nog altijd NEE. Begrijpt hij mijn vraag misschien niet goed? Moet ik het anders formuleren? Ik stel nog een paar soortgelijke vragen, maar hij blijft consequent. In zijn volwassen leven zullen we hem daar om complimenteren, alleen in deze levensfase is het handig als hij iets gehoorzamer is en gewoon luistert. Hij blijft dus nog maar eens vijf extra minuten in de hoek en krijgt er bovendien nog een milde straf bij: geen spelletjes voor het slapengaan. Er is niets dat indruk maakt dus is het tijd om zijn pyjama aan te trekken en hem klaar te maken om zogenaamd naar bed te gaan. Maar dan gebeurt het: hij breekt! Eindelijk lijkt hij zich bewust van zijn daden! Huilend zegt hij dat hij niet wil slapen. Zou mijn ingehouden boosheid dan toch hebben gewerkt? Tot slot vind ik wel dat hij eerst zijn excuses moet maken aan mij en aan opa en oma. Schoorvoetend en met zijn kin op zijn borst zegt hij: soddy (die R wil nog niet vlotten). En om een punt aan het geheel te breien vraagt opa hem nog of hij voortaan zal luisteren naar mama. Zijn antwoord? NEE. Ach, wel lekker consequent.

Zwaaioma

In het holst van de nacht werd vorige week onze 93-jarige onderbuurvrouw per ambulance afgevoerd. We hebben niet een heel hechte band en we lopen de deur niet bij elkaar plat maar er is wel sprake van een gezonde burenrelatie. En zeker een hoogbejaarde dame die nog zelfstandig woont, houd je extra in de gaten.

Toen de ambulance wegreed en ik weer in bed ging liggen, kwam er een levendige jeugdherinnering in me naar boven. Mijn beste vriendinnetje en ik woonden vroeger op 100 meter afstand van elkaar en precies op de helft daarvan stond een huisje. In dit kleine hoekhuis zat altijd een oma in een stoel voor het raam. In mijn beleving zat ze daar van ’s ochtends vroegkinderen_zwaaien tot ’s avonds laat uit het raam te staren. Zolang als ik me kan herinneren zwaaide ik naar haar; een keer bij het eerste raam om me vervolgens om te draaien en bij het hoekraam nog een keer te zwaaien. Een dagelijks ritueel en het leek alsof ze er speciaal voor mij zat. Een vrouw met wie ik nog nooit een woord had gewisseld maar ik kende haar alsof het mijn eigen oma was. Mijn vriendinnetje en ik noemden haar onze zwaaioma. Tot op een dag haar stoel leeg was en deze de dagen daarna ook leeg zou blijven. Ik weet niet meer hoe lang die stoel daar nog zonder zwaaioma bleef staan maar op een dag was het huis leeggehaald. Ik was oprecht verdrietig want zij was toch ook mijn oma!

Een leven later weet ik nog precies hoe ze er bij zat, hoe lief ze lachte en vooral hoe ze zwaaide. En nu de onderbuurvrouw in het ziekenhuis ligt en het onzeker is of ze ooit nog thuiskomt, voel ik me treurig. Ik gun kleine M. namelijk ook zo’n mooie herinnering. Al vraag ik me af of dat ooit zal gebeuren, ongeacht of ze nog een paar jaar onder ons woont. M. vindt haar namelijk eng, hij duikt altijd weg en slaakt een angstig gilletje als hij haar ziet. Ik kan me er wel iets bij voorstellen want het is niet de liefste vrouw die op de wereld rondloopt. Ze is helaas wat verbitterd en moppert over alles, maar wie zegt dat mijn zwaaioma wél de liefste was? Misschien was zij wel onuitstaanbaar, een prinses op de erwt of zat zij hele dagen in haar stoel uit pure luiheid? Eerlijk gezegd zal het me worst zijn wie ze echt was. In mijn herinnering is ze een heldin die het, na jaren zwoegen, verdiende om in die heerlijke zachte stoel achter de geraniums te zitten.

Ik houd dan ook stug vol en hoop dat kleine M. op een dag ziet dat 93 een heel bijzondere leeftijd is. En misschien heeft hij later net zo’n mooie herinnering als ik.

Ah mama mag het?

Zeg Sjors, waar blijft je twijfel? Was er geen twijfel mogelijk, was het een typisch geval van writersblock of misschien simpelweg gewoon geen zin? Ik geloof dat het vooral luiigheid was, een verslapping van de motivatie en van net te weinig tijd. Het jaar moet dan ook maar beginnen met dat ene goede voornemen: meer schrijven. Dus voor iedereen: hier ben ik weer!

De afgelopen maanden heb ik me met regelmaat verwonderd over de creatieve slimheid van een kind. Je kunt het nog geen slinksheid noemen, maar het heeft er verdacht veel van weg. Zelfs die puk van 2,5 weet precies hoe hij je moet bewerken. Als hij dit op zijn 25ste nog doet dan krijgt hij een slechte naam. Kind, je hebt het niet van mij!

mama_mag_hetZodra hij met gebogen hoofd naar me toe loopt, vlak voor mijn neus stopt dan weet je al genoeg. Hij tilt langzaam zijn hoofd omhoog, houdt het wat schuin en kijkt je vervolgens met grote ogen vol onschuld aan…(ik ben al bijna gezwicht). Hierna volgt een stortvloed aan complimenteuze woorden of een lieve (gemeende?) knuffel. De vleiende woorden hebben inmiddels het stadium bereikt van: “mooi mama!” als ik een kledingstuk voor de spiegel pas. Mijn antenne richt zich dan op wat komen gaat, ik ben alert en niet van plan toe te geven aan zijn grillen.

“Mammaaaaaaaa?” Ha, ja daar komt ie…. “Mama mag ik een berenkoek?”. Maar het toppunt is toch wel: “Ah mama mag het?”. Van wie heeft hij dat geleerd? Wie heeft hem geleerd om al paaiend zijn zin te krijgen?
Toch houden wij negen van de tien keer onze rug recht en zijn we niet te vermurwen. Kleine M. is dan diep, diep teleurgesteld. Zijn liefkozingen gaan naadloos over in een Griekse tragedie. Dikke krokodillentranen biggelen over zijn wangen en als het aan hem ligt vergaat de wereld binnen het uur. En wat doe je dan? Ik probeer me in te houden en vooral niet te lachen. Hij denkt blijkbaar nog altijd dat hij ons hiermee op andere gedachten kan brengen.
Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk dat hij alles uit de kast haalt en steeds slimmere trucs uithaalt om zijn doel te bereiken. De vraag is meer: hoe ga je daar mee om?
Blijf je streng en houd je voet bij stuk, geef je hem toch af en toe zijn zin?
Vaak genoeg ben ik streng, misschien wel een beetje te streng… Op het moment dat hij heel hard om zijn vader roept dan weet ik genoeg. Zijn kansen zijn verkeken en hij heeft schoon genoeg van mij. Gelukkig weet ik hem meestal vrij snel op andere gedachten te brengen door een afleidingsmanoeuvre. De berenkoek is dan net zo snel vergeten als dat hij in zijn gedachten is opgekomen.

Dit jaar ga ik vooral genieten van dit gedrag, lachen in mijn vuistje en zo heel af en toe toch eens toegeven. Het blijft tenslotte een spel en hij mag ook best wel eens als winnaar uit de bus komen.

Peuterborrel

Vanmiddag wenste een collega me veel plezier op de peuterborrel. De term op zich klinkt een stuk leuker dan de daadwerkelijke aangelegenheid. Het was vrijdagmiddag vijf uur en ik stond op het punt Kleine M. op te halen van het kinderdagverblijf. Dat gaat elke vrijdag op dezelfde manier: binnen lopen, kort informeren hoe de dag was en met dezelfde snelheid weer naar buiten. Bij de gedachte aan de afscheidsborrel (lees ranja en borrelnootjes) voor M’s favoriete leidster krijg ik nog minder zin om naar binnen te gaan. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk om mijn kleine ventje weer op te halen, maar ik ben gewoon niet goed in koetjes-en-kalfjes-gesprekken met ouders. Alle ouders lijken Kleine M. bij naam te kennen, terwijl ik de mensen niet eens van gezicht herken, laat staan dat ik weet welk kind bij hen hoort.

Het heeft niet zo zeer iets te maken met desinteresse want ik wil best weten welk kind er bij die kakelende moeder hoort en of die wandelende testosteronbom misschien een mini Rambo heeft. Ze weten namelijk allemaal wél dat Kleine M. dat kleine blonde jongetje is dat ’s ochtends altijd groot verdriet heeft als zijn papa hem wegbrengt. Je zou zeggen: zo’n peuterborrel is dé gelegenheid om te laten zien hoe vrolijk je kind eigenlijk is en wat een leuke ouders hij heeft. Toch lukt het me niet om een gesprek aan te knopen, liever gezegd ik ga het uit de weg. Gelegenheidsgesprekken en ik zijn niet elkaars beste vrienden.

Ik stond dus vol tegenzin voor het lokaal stiekem te kijken naar mijn kind. Hij had plezier en rende vrolijk tussen alle kinderen en ouders rond. Toch zag ik aan zijn gezicht dat hij een zware dag had gehad. Reden te meer dus om een kort gesprek met de afscheidnemende leidster aan te knopen en me daarna door Kleine M. naar buiten te laten leiden. En zo geschiede… Totdat we langs een rijtje kinderen kwamen en M. enthousiast begon te wijzen en hun namen noemde. Het waren kindjes die ik niet eerder had gezien maar hun ouders kenden Kleine M. blijkbaar wel. Ik werd geconfronteerd met mijn eigen tekortkoming, want wie waren die mensen en hoe heten die kinderen? Een gevoel van schaamte kwam naar boven en ik besloot dat ik er aan moest geloven. Tijd dus om me ook in de oudergesprekken te mengen, praatjes te houden over de speeltuin om de hoek en op te scheppen over de geweldige bouwkundige inzichten die mijn zoon al heeft (zijn huizen, stations, en andere prachtige bouwwerken mogen er tenslotte zijn). Even aarzelde ik maar Kleine M. nam de beslissing al voor mij en dirigeerde me met zachte hand naar buiten. Bedankt! Over een paar dagen mag ik het nog een keer proberen: ouderavond… Joepie! Ik wil niet maar het moet.