Category Archives: Moeder twijfel

Uit die luie stoel!

Twee keer knipperen met je ogen en de zomer is voorbij. Beter nog… twee keer slikken en het jaar is voorbij! Bijna een jaar geleden besloot ik tijdens een heerlijke, maar met regengevulde, vakantie dat het anders moest. Het had al veel eerder anders gemoeten maar er was zoveel tussengekomen. Andere ingrijpende veranderingen die mijn leven rijker hadden gemaakt, maar de glans was er bij mij een beetje af. Volop genoot ik van het nieuwe rustige leven met zijn drieën, het was alleen te rustig, misschien zelfs wel iets te gemakzuchtig.

Als je mij een beetje kent of vervent lezer van mijn blog bent dan weet je dat er meer dan genoeg is veranderd: ik ben gaan schrijven, gaan sporten, heb een hele fijne nieuwe baan gekregen en heb vooral mijn ziel blootgegeven in al mijn op waarheidberuste verhalen. Verandering genoeg dus en regelmatig met de billen bloot. Nu we het einde van de zomer naderen ben ik me opeens bewust van het jaar dat voorbij is gevlogen. Zoveel veranderingen heb ik doorgevoerd en toch voelt het niet zo. Er kriebelt toch nog een soort onrust in mij. Langzaam glijd ik weer onderuit in die luie stoel. Een aangename maar gevaarlijke houding, het betekent namelijk dat het leven gaat kabbelen. Niets heerlijker dan slapen op een boot op een kabbelende zee, maar er is geen tijd om te dutten! Althans ik mag mezelf geen tijd gunnen om te dutten. Dat doe ik wel later als ik te oud ben om achter de geraniums vandaan te komen.

Het is dus TIJD! De hoogste tijd voor een tandje erbij, een versnelling hoger en vooral: tijd voor nieuwe plannen. Een jaar geleden had ik twee speerpunten en nu bijna 365 dagen later heb ik ruimschoots aan mijn belofte voldaan. Ik ga een nieuw partijprogramma schrijven voor mijn eenmansfractie. En net als bij sportieve prestaties: de lat gaat leg ik weer een stukje hoger. Een tipje van de sluier kan ik wel alvast oplichten: een strakker regime. Minder luie stoel en meer ruimte voor mijn zielige hardloopschoenen. (Helaas zijn ze de afgelopen maanden weer weeskindjes geworden.) Minder bijrijder en meer mijn eigen voet op het gaspedaal. Tijd dus voor een aantal rijlessen. Maar naast meer discipline zal ik vooral meer op zoek gaan naar het randje. Meer uit de comfortzone en meer sprongen in het diepe. Soms hilarische mislukkingen en soms succesvolle mijlpalen. Best een aardige partij die ‘Sjors Twijfelt’, al zeg ik het zelf. In ieder geval eerlijk en betrouwbaar, kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Ik ga aan de slag met mijn nieuwe speerpunten, maar houd je natuurlijk op de hoogte tijdens het proces… Spannend!

Het televisieverbod geldt ook voor mij

Geef mij een willekeurige sport op televisie en ik zit aan de buis gekluisterd. Deze zomer is, ondanks de teleurstellende Nederlandse prestaties, een genot voor iedere sportliefhebber. Handenwrijvend zat ik dan ook op deze zomer te wachten. Het weer is perfect voor televisie. Geen tropische temperaturen die je naar buiten drijven, maar lekker regenachtig dus prima voor een lange bergetappe in de Tour.

Ondanks dat mijn eigen sportbeoefening tot een nulpunt is gedaald, vind ik het een feest om te kijken. Ik heb altijd een voorliefde voor de underdog, haal mijn neus op voor een veel te zelfverzekerde Amerikaan en zit met mijn een brok in mijn keel naar een 15 jarige zwemkampioen te kijken. Nogmaals, ik vind het een feest!

Helaas staat de televisie dit jaar niet de hele zomer aan want ik heb Kleine M. een televisie-uurtje per dag gegeven en voor die tijd mag het kastje niet aan. Een strikt beleid en dit geldt tot mijn grote verdriet dus ook voor zijn ouders. Het verbaast me niet dat M. soms met een ontzettende nepglimlach naar me toe komt en zegt: “kijk, kijk”. Hij trekt me vervolgens aan mijn arm mee naar de woonkamer en wijst naar het zwarte beeld. Daarop hoort natuurlijk iets te bewegen en geluid te maken, bij voorkeur op kinderniveau. Nou buig ik niet voor zijn aandoenlijke geslijm, maar dat betekent dat wij dus zelf ook niet voor de verleidingen van dagtelevisie mogen buigen.

Geen lieve kleine turnsters uit China, geen prachtige Afrikanen die pas drie maanden roeien en ook geen kennismaking met onbekende sporten zoals ‘10 meter luchtgeweer’. Op mijn geweldige smartphone zitten vele nieuws- en sportapps, maar naast dat ze lang niet altijd actueel zijn, is het natuurlijk ook geen voorbeeld om als ouder de hele dag naar je telefoon te staren. Ga dan later maar aan je kind uitleggen dat hij op zijn 5e nog echt geen telefoon nodig heeft of op zijn 10e echt geen telefoon met internet. Nee, overdag geen televisie en zo min mogelijk telefoon, ’s avonds haal ik de schade wel in met uitgebreide samenvattingen en live wedstrijden. Hoezo een slechte zomer? Ik geniet volop!

Ik wil (g)een vakantie!

Terwijl kleine M. siësta houdt, zit ik peinzend achter de computer. Het is al weken geleden dat ik iets op mijn blog heb gezet en het is de hoogste tijd. Er is veel gebeurd en meer dan genoeg getwijfeld, maar om onverklaarbare reden wil het niet erg lukken. Zijn mijn twijfels wel het vernoemen waard? Heb ik last van het bekende writersblock? De zomer staat voor de deur en misschien heb ik vakantie nodig? Wat de reden ook is, het frustreert me. Dus zit ik vandaag weer eens piekerend naar buiten te staren op zoek naar inspiratie. Ook buiten brengt me de inhoud vandaag niet, want het regent al 36 uur onafgebroken en het is vreselijk koud voor de tijd van het jaar. Ik bemerk een zeurend gevoel in mijn lijf (én op papier) en voel me een brok chagrijn dat snakt naar zon, energie, warmte en buitenleven. Deze combinatie heet VAKANTIE in hoofdletters, maar ik ben toch net geweest? Dat was natuurlijk maar een week en met kleine M. die 4 dagen nodig had om te wennen, snak je daarna opnieuw naar vakantie. Mijn gevoel is hiermee verklaard dus… toch? Maar het verlangen naar vakantie alleen is niet voldoende om dit ontevreden gevoel te bestempelen. Er zijn tenslotte heel veel mensen die snakken naar vakantie en die kans niet eens krijgen. Ik mag dus niet zeuren.

De vakantieperiode is voor ons dit jaar ongebruikelijk. Jarenlang konden we gaan en staan waar en wanneer we wilden. Geen schoolvakanties of werkplanning die ons aan een vaste periode bonden. Tot nu toe dan, want mijn nieuwe werk dicteert de vakantieperiode. De leukste, grootste klus van het jaar dient zich aan in september en dat betekent (met hoofdletters) GEEN VAKANTIE in die periode. En hier wringt gevoelsmatig de schoen. Ik wil nog niet in het hoogseizoen en ik wil niet gedicteerd worden door werk, maar er valt weinig te kiezen. Ik hoor het je denken: enorm gezeur om niets en je hebt natuurlijk gelijk. Ik had alleen zelf niet door dat de knagende klaagzang langzaam de overhand heeft genomen.

Mijn blog heeft hiermee wel haar nut bewezen: al schrijvend kom ik er achter dat ik de afgelopen weken zwijgend heb zitten mokken. Daar gaan we dus meteen iets aan doen. Ik plaats mijn blog, stop met zeuren en ga aan de slag. Op zoek naar een leuke vakantiebestemming voor weinig. De online speurtocht naar de juiste vakantie is wel dé perfecte voedingsbodem voor twijfel. Avondenlang zoeken, bestemmingen bestuderen en met een kritische blik de foto’s van de vakantiewoningen beoordelen. Ik wens mezelf nu al succes…een vakantiebestemming voor weinig in het hoogseizoen… dat wordt nog wat. Of zullen we gewoon lekker thuis blijven? Twee weken doen en laten waar je zin in hebt met je eigen huis als thuisbasis. Het biedt vele voordelen: kleine M. hoeft niet te wennen, het scheelt aanzienlijk in de portemonnee en je hebt alle vrijheid die je je kunt wensen. Ik zie het wel zitten eigenlijk zo’n thuisvakantie…

Waar zouden we zijn zonder de … auto?

Vorige week ben ik de hele dag onderweg geweest naar Leeuwarden, per trein welteverstaan. Een lange rit voor een werkbezoek maar dankzij de smartphone heb je onderweg een klein mobiel kantoor, dus ik kon in de trein wat werk doen.

De trip was leerzaam en niet alleen op werkgebied. Het hield me weer eens een spiegel voor. Ik heb tenslotte járen geleden mijn rijbewijs gehaald. Met veel pijn, moeite en achteraf bezien behoorlijk wat desinteresse. Eenmaal het felbegeerde roze (toen nog) papiertje op zak, ben ik nooit veel verder gekomen dan een ritje naar mijn oma een aantal kilometer verder op. Ik herinner me het nog als de dag van gisteren. Mijn moeder zat naast mij en vond het maar wat spannend…lees ENG… om met deze kersverse automobilist in de auto te zitten. De motor sloeg af voor het stoplicht en achter mij stond een ronkende volkswagen met een broekie van 18 te loeren op zijn ‘toetermoment’. Natuurlijk had ik me van dit alles niets moeten aantrekken, maar het voelde als een bevestiging. Ik was onzeker achter het stuur en dit was het bewijs.

In totaal heb ik met mijn rijbewijs op zak hooguit 35 kilometer gereden. Eeuwig zonde vind ik nu, maar ja al die jaren daarvoor interesseerde het me nog steeds niets. Een typisch geval van: je weet niet wat je mist als je het niet hebt. De komst van kleine M. heeft echter wel het een en ander veranderd. Er staat inmiddels een auto voor de deur en sindsdien verzamel ik moed om aan de bestuurderskant in te stappen. Daarnaast zijn de onhandige situaties ook niet meer op een hand te tellen. Zo moest en zou ik een tram nemen om de aansluiting met de trein te halen, maar dit model bleek niet geschikt voor een kinderwagen. Ik trok me er niets van aan en kreeg met een beetje hulp de wagen horizontaal de tram in. Een donderpreek van een linke conductrice was mijn deel. Of ik wel helemaal lekker in mijn hoofd was en ze was toch zeker niet van plan om mij te helpen als het in mijn eentje niet lukte. Wat was de auto handig geweest op dat moment… Of die lift die niet werkt als je met je kinderwagen naar het bovenliggende spoor moet. Een immens hoge trap en op die vroege zondagochtend geen hulp in zicht. Wat doe je dan? Eerst het kind (toen nog te klein om te lopen) naar boven en dan het onderstel van de wagen of eerst de wagen en dan het kind? Beide keuzes niet geschikt voor publicatie in het handboek voor voorbeeldige ouders. Of het moment dat je zus in het holst van de nacht landt op Schiphol en je haar héél graag wilt ophalen. Hoe doe je dat zonder auto? Met een peperdure taxi? En dan? Zij met de taxi naar huis en jij ook? Of die trip naar Leeuwarden toen je goed voorbereid de deur uit ging met een reeds kaartje op zak, maar je in Hilversum op het strafbankje moet zitten vanwege te vroeg reizen met je kortingskaart.

Oke, ik geef toe: wat is een auto toch handig… en oh wat ben ik toch al die jaren dom geweest. De drempel is heel hoog maar de deur naar een (auto)mobiel leven staat op een kier. Nog even moed verzamelen en dan ga ik.

De eerste klap is een daalder waard

Kleine M. is een echt kat-uit-de-boom-kijkertje en hij moet duidelijk nog leren om voor zichzelf op te komen. Tijdens onze vakantie had hij een rode postauto gekregen. Een leuk ding maar helaas voor ons mét geluid. Het geluid bleek een magneet voor kleine kinderen. Op het vliegveld kwamen kinderen uit alle hoeken en gaten als ware het een lokroep. Ik vond het een perfect leermoment en vertelde Kleine M. dat hij moest samen spelen. Dus het lieve, kleine meisje met die mooie grote ogen mocht toch ook wel even met de auto? Haar poppengezichtje bleek een façade, want zo lief was ze helemaal niet. Ze rende er met de auto vandoor en was niet van plan het terug te geven. Ons schuchtere ventje rende achter haar aan, bleef op anderhalve meter afstand staan en rende vervolgens in blinde paniek naar mij. Het bleef niet bij de postauto, want het meisje deed ook een greep in zijn rugzak met speelgoed. Opnieuw vloog hij er achteraan, deinsde weer achteruit en kwam onverrichter zaken terug. Op dit soort momenten heb ik met hem te doen. Het is zo zielig dat hij zich het kaas van zijn brood laat eten, maar toch bemoei ik me er niet te veel mee in de hoop dat hij wat meer van zich afbijt.

Ik was dan ook zo trots als een pauw toen manlief me deze week sms’te vanuit de speeltuin. Van de een op de andere dag was onze Kleine M. omgeslagen als een blad aan een boom. Hij speelde temidden van andere, vreemde kinderen en probeerde zelfs even samen te spelen. Een geweldige stap naar peuterdom. Maar er was meer… Een jongetje vertoonde bezitterig gedrag en betichte hem van landje pik. Er werd wat heen en weer geduwd, maar M. liet zich niet verjagen. Nog trotser was ik, maar het hoogtepunt zou nog komen. De beoogde grootgrondbezitter gaf hem een klap, Kleine M. deinsde niet achteruit maar deed juist een stap naar voren en sloeg terug! Na het lezen van de sms betrapte ik mezelf op een glimlach van oor tot oor. Wat was ik hier graag bij geweest. Met eigen ogen had ik willen zien hoe hij voor zichzelf was opgekomen! Natuurlijk sprong papa meteen tussen beide en gaf ze een standje, maar M’s eerste klap was een daalder waard!

Slaan mag niet en natuurlijk nooit meer, maar voor deze keer was ik trots op de kleine vechtersbaas. Alle ouders hebben wensen voor hun kind: iets liever, beter luisteren of minder hysterisch. Voor nu is mijn belangrijkste wens uitgekomen: Kleine M. is klaar om peuter te worden.

Ik wil HELLO geen GOODBYE

Even was ik in de keuken en bij terugkomst bleek ‘Hello Goodbye’ te zijn begonnen. Ik moet daar niet naar kijken want de tranen biggelen geheid over mijn wangen. Snikkend kijk ik naar hoe geliefden elkaar in de armen vallen of hoe ouders afscheid nemen van hun wereldreiziger. Afscheid nemen is iets dat ik niet kan. Zo huil ik bij ieder nieuw jaar dat wordt ingeluid of beter gezegd: ieder oud jaar dat wordt uitgeluid. Ook minder symbolische vormen van afscheid brengen waterlanders naar boven. Zelfs tijdens het afscheid van een vakantie houd ik het niet droog. Tranen, dikke tranen zelfs met een onderdrukte snik. Je kunt wel stellen dat mijn emoties aardig aan de oppervlakte liggen. Ik ben een sentimentele tuttenbel.

Het afscheid tijdens deze vakantie bleek achteraf niet alleen maar goedkoop sentiment, maar ook het afscheid van een tijdperk. Door de komst van Kleine M. bijna twee jaar geleden is er een heleboel veranderd. We kunnen het niet langer negeren en het probleem moet met kop en staart worden aangepakt. Het was namelijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Er verschenen wolken aan de strak blauwe hemel, wolken die het zicht vertroebelden. Alles veranderde en niet alleen voor ons als nieuwbakken ouders. Sommige verhoudingen werden op scherp gezet en alles wat voorheen als vanzelfsprekend werd ervaren, veranderde vanaf de eerste seconden dat zijn komst wereldkundig werd gemaakt. Als een kleine prins werd hij het stralende middelpunt.

Ik wist dat het mis zou gaan, want van diverse kanten kreeg ik hints. Kleine M. dreigde in zijn naakte onschuld een wig te drijven tussen sommige mensen. Iets wat ik krampachtig probeerde te voorkomen, maar toen de ergste stormen waren gaan liggen, leken de nieuwe verhoudingen allemaal zijn plek te vinden. Achteraf gezien, wilde ik waarschijnlijk graag zien dat het goed zat en we in de luwte zaten. Nu is niet de bom gebarsten maar de luchtbel waarin ik zat is met een harde knal geknapt.

Toch houd ik van de luchtbel. Het is de wereld door een roze bril waar nooit een zuchtje wind staat. En tegen beter weten in, ga ik proberen de luchtbel na te bootsen maar dan realistisch met beide benen op de grond. Ik heb geen vaste hand, maar doe mijn uiterste best om alle stukjes te verzamelen en tot een evenwichtig geheel te lijmen. Niet de grote scherven, maar juist die kleine splinters maken het verschil. Ik maak een replica van de luchtbel maar dit keer met de juiste verhoudingen.

Baby on board: kan dat kind zijn klep houden?

Ken je dat? Je bent onderweg naar je vakantiebestemming en in het vliegtuig, de bus of de trein zit er één: zo’n blèrend kind. Het krijst en het lijkt de hele reis te duren. Natuurlijk overkomt jou dat ALTIJD. Ik herken mezelf in deze grote ergernis. Totdat je gedwongen wordt van Portugal naar Schiphol te reizen per bus omdat er een fijne vulkaan is uitgebarsten en je als bijkomend pluspunt ook nog eens 20 weken zwanger bent. Ja, dan piep je wel anders en is een blèrend kind een peulenschil. Ik zou zeker drie weken een blog kunnen wijden aan het busdrama. Van mensen die mijn zwangerschap in twijfel trokken (“Ja ja, mevrouwtje als u zwanger bent, dan ben ik het ook!”) tot een dochter van een keurige man in ruitjesbroek die de bus werd uitgezet. Kortom, mocht ik ooit nog smeuïg willen bloggen over dit avontuur, dan heb ik aan inspiratie geen gebrek.

Het gaat dit keer echter over iets anders. De eerste ergernis: die vreselijk irritante baby in het vliegtuig. Het is namelijk zo ver…we staan aan de vooravond van een groot vliegavontuur. En sinds het moment dat we de knoop doorhakten om te gaan, probeer ik een gedachte keihard te negeren. Natuurlijk tegen beter weten in… De kans bestaat namelijk dat we deze week zelf zo’n bloedirritant kind meenemen. En dan ben jij opeens de oorzaak van de frustratie bij je medepassagiers. Op voorhand voel ik de priemende ogen al en hoor ik het gesmoes om me heen.

Toch hoop ik vurig dat kleine M. het geweldig vindt. Langzaam bereiden we hem voor op de vliegreis. Hij weet inmiddels dat het voertuig door de lucht vliegt en lijkt het fenomeen wel te kunnen waarderen. Dit zijn dan ook de enige positieve factoren. We vliegen bij het krieken van de dag en moeten om half drie ’s nachts ons bed uit. Meneertje lijkt op zijn ouders en houdt niet zo van (te) vroeg opstaan. Een ochtendhumeur is hem niet vreemd en ik verwacht dan ook weinig enthousiasme om half drie. Toch denk ik dat we het vroege opstaan nog wel kunnen maskeren met een paar geweldige afleidingsmanoeuvres. Een paar grappen en grollen, iets lekkers in zijn tas en eenmaal op Schiphol is er genoeg te zien.

Het leek allemaal nog steeds goed te komen, totdat hij vanmorgen wakker werd met een enorm verkouden snoetje. De zakdoeken waren de hele dag niet aan te slepen en ook een vervelend hoestje lijkt in aantocht. Ik houd nu echt mijn hart vast, maar zal voor mezelf ook een paar afleidingsmanoeuvres moeten bedenken. Want als hij merkt dat ik er aan twijfel dan gaat het zeker mis. Ik haal een paar keer diep adem en zet mijn clownsneus op. Achter die neus is een clown tenslotte ook niet die vrolijke grappenmaker waar alle kinderen zo mee weglopen. We maken er het beste van.

Ik zit in de lucht, maar ben vanaf nu even twee weken uit de lucht. Tot later!

Een portie engelengeduld – deel twee

Een weekend om snel te vergeten.

Mag je medelijden met jezelf hebben als je kind ziek is? Die vraag heb ik me de afgelopen dagen vaak gesteld. Kleine M. was ziek en niet zo’n beetje ook. Heel zielig voor een uk die niet kan vertellen waar hij last van heeft. Ik betrapte me echter ook vrij snel op een bijna egoïstische gedachte: hoe moet dat met werk? Ik ben net een maand bij mijn nieuwe werkgever en kan niet aankomen met de mededeling dat mijn kind ziek is. Gelukkig zijn er heel lieve opa’s en oma’s die niet alleen verknocht zijn aan hun kleinkind, maar ook hun hand niet omdraaien voor een dagje ziek en zeer.

Twee dagen was Kleine M. in de veilige handen van zijn grootouders geweest en ze zeiden allemaal hetzelfde: een zielig vogeltje dat niets liever deed dan tegen je aan kruipen op de bank. Goed ziek dat wel, maar je had er verder geen kind aan. Dat stemde me gerust. Ik zou het hele weekend alleen zijn omdat manlief alle dagen moest werken, dus als het ziek zijn dan van een klein leien dakje kon gaan….graag! Helaas was ik voor het gemak vergeten dat die kleine boef bij zijn opa’s en oma’s altijd lief is, extreem goed luistert en vooral niet moeilijk doet. Een verdacht voorbeeldig kind…

Het werd een weekend om heel snel te vergeten. Zaterdag begon de ochtend vroeg maar nog zonder al te veel zorgen. Niet heel veel later begon de ellende. Huilen op het hysterische af en het leek eindeloos. Opeens was ik de moeder van een huilbaby of liever gezegd een huildreumes. Niets wat ik deed leek te helpen en vaak maakte ik het alleen maar erger. Waar ik de avond ervoor nog gniffelde bij de reclame van BOL: ”hebben wij weer…een lachbaby”, had ik nu maar wat graag een lachbaby gehad. Als het gekrijs zijn hoogtepunt bereikte, liep af en toe mijn geduldige emmertje over. Hij huilde namelijk niet alleen omdat hij ziek van ellende was, maar ook nog eens omdat hij zijn zin niet kreeg. Dubbel drama dus. Helaas ben ik niet gezegend met een onuitputtelijke dosis geduld en de ‘tel-tot-tien-oefeningen’ die mijn vader mij vroeger leerde, hielpen die dag ook niet. Door het oorverdovende gebrul kon ik geen contact meer krijgen met mijn eigen gedachten. Het bewijst maar weer eens dat ik niet gemaakt ben voor dit soort situaties. Het staat lijnrecht tegenover wat een moeder zou moeten zijn, maar hoe zielig Kleine M. ook was, ik vond mezelf bijna net zo zielig. Opeens begreep ik wel waarom ouders soms doorslaan. Zover is het godzijdank niet gekomen, maar ik had heel graag een rol behang gehad om hem die dag achter te plakken.

Inmiddels zijn we weer een paar dagen verder en is het grootste leed geleden. Even waren we bang dat het negatieve temperament niet met de koorts zou verdwijnen. Gelukkig lijkt dat niet het geval en knapt hij weer op.
Wel heb ik dit weekend twee wijze lessen geleerd. Les 1: vertrouw nooit op de in liefde gedompelde woorden van opa’s en oma’s. Zij zien alles door een roze bril.
Les 2: het is de hoogste tijd om op zoek te gaan naar dat extra portie engelengeduld, waar ik al eens eerder om vroeg.

Zindelijk of toch nog niet?

Kleine M. kwam laatst naast me staan en tikte op zijn luier. Eerst dacht ik dat de luier te vol was en hij bedelde om een schone. Het gebeurde vervolgens dagelijks en blijkbaar had hij in de gaten dat hij plaste. Was hij daarvoor nog niet een beetje te klein? In mijn beleving zou dat pas rond zijn derde verjaardag aan de orde zijn, maar goed er zijn wel meer ontwikkelingen die ik niet goed in de tijd kan plaatsen.

Tijd voor zindelijkheidstraining dus… De vraag is: hoe pak je dat aan? Belangrijker nog: hoe doe je het op een SPEELSE manier zodat het voor iedereen leuk is? Ik pakte maar weer eens dat afschuwelijke boek: ‘Oei ik groei’ want daar zou het ongetwijfeld in staan. Niets stond erin want kleine M. was het boek ontgroeid. Waardeloos, wat heb je aan een boek dat deze enorme stap in een mensenleven niet op de valreep nog even meeneemt. De schrijvers van het boek zijn meesters in het creëren van ongelukkige onzekerheid, want mijn kind heeft nog nooit gekund wat volgens het boek op die leeftijd ALLEMAAL zou moeten. Hadden ze na al die onzekerheid het boek niet kunnen afsluiten met een aantal heilige tips voor plassen op een potje? Het wiel zullen we dus zelf moeten uitvinden. Opa had hem al eens op de WC gezet. Een heel avontuur, maar waarschijnlijk vooral omdat hij nog nooit in dat vertrek(je) was geweest. Opa was iets te enthousiast begonnen met de zindelijkheidstraining. Dus begonnen wij met de aanschaf van een potje. Een kleurig ding waar je leuk op kan trommelen en ook nog op kan zitten. Kleine M. vond het prachtig nieuw speelgoed en sleepte het potje achter zich aan door het hele huis. Met blote billen erop zitten was echter een brug te ver. Gillend liet hij zich opzij vallen, zodat hij niet langer dat rot gevoel hoefde te hebben. Ik begreep hem wel, zijn kleine derrière verdween compleet ìn de pot. Ook onder de douche was geen succes en dat terwijl hij juist vaak vol verbazing kijkt naar het kleine straaltje dat hij produceert.

Dan maar eens een tijdje in zijn blote gat. Wie weet heeft hij dan door dat er ook echt iets gebeurt. Ik had hem uitgekleed voordat hij in bad ging en hij rende een rondje door het huis. Teruggekomen in de slaapkamer, keek hij me met een ondeugende blik aan. Had hij iets gedaan in huis? Misschien in zijn favoriete hoekje in de woonkamer? Ik stond op van het bed en zag tot mijn grote schrik dat hij vol trots tegen het bed stond te plassen. Snel rende ik naar het toilet om het potje te pakken en het onder zijn billen te schuiven. Dit was het moment en we hadden geen tijd te verliezen! Maar zelfs nu ten tijde van hoge nood, wilde hij pertinent niet op het potje. Ik haalde hem eraf maar kreeg opnieuw de brutale blik toegeworpen. Hij zou toch niet nog eens…. En ja hoor, hij stond weer met een grote glimlach tegen het bed te plassen. Sindsdien is er geen ruimte meer voor twijfel: het is de hoogste tijd voor het grote zindelijkheidsfeest… joepie…

Mevrouw, mag ik de baby optillen…?

Voor kleine M. is er niets leuker dan de speeltuin. Even een half uurtje glijbaan, schommel, glijbaan, wip, glijbaan en als toetje nog een keer de glijbaan. Met dank aan zijn opa en oma kun je geen park doorlopen zonder te stoppen bij een glijbaan.
Deze zondag waren we er even, maar het was met dit mooie weer natuurlijk veel te druk. Overal kinderen die over elkaar buitelden in de zandbak en met vijf man tegelijk in het huisje van de glijbaan stonden. Slechte timing dus, maar geen probleem want de volgende dag zou het ongetwijfeld rustig(er) zijn.

ImageVol goede moed vertrokken we maandagmiddag naar het park. Eenmaal in de buurt maakte ik het liefste rechtsomkeer want het wemelde van de kinderen. De basisschool in de buurt had bezit genomen van de speeltuin. Ik twijfelde geen moment en draaide met mijn fiets een ander pad op. Enige probleem is dat je kleine M. niets kunt wijsmaken als het om speeltuinen gaat, dus hij had het allang al gezien. Hij begon tegen te stribbelen en piepte “uit, uit, uit!” Hij moest van de fiets af en naar de speeltuin. Ik kon hem geen ongelijk geven, want het was me niet gelukt om hem op tijd af te leiden.

In de speeltuin hoorde ik overal: “Oh kijk, een baby”. Een baby? Het ging toch echt over mijn kind, want ondanks dat hij de babyfase voorbij is, heeft hij blijkbaar nog wel de aantrekkingskracht van een baby. In een mum van tijd hadden we een zwerm kinderen om ons heen. Allemaal meisjes van een jaar of vier/vijf. “Mevrouw, mevrouw mag ik de baby optillen?” Ik kwam smoezen te kort, want op alles hadden ze een weerwoord. Uiteindelijk had ik een verhaal wat wel indruk maakte; kleine M. moet huilen als hij door een vreemde wordt opgetild. En hier is niet veel aan gelogen, want hij is dol op dieren maar heeft minder met mensen. De meisjes dropen af en gingen, hoe rolbevestigend weer, verder met het bakken van hun zandtaartjes.

Toch werden we in de gaten gehouden. Overal waar we gingen, waren die meisjes plotseling ook. En daar was ze weer, het meisje in de roze legging. Ze gaf kleine M. een aai over zijn wang en hij huilde niet. “Kijk mevrouw, hij moet niet huilen. Hij vindt me leuk hoor”. Ook mijn laatste argument aan gruzelementen. Ik probeerde nog wat verstandigs te verzinnen, maar er kwam niets in me op. Dus zag ik nog maar een uitweg: oppakken en naar de schommels. Als hij in het schommelzitje zat, kon ze er niet bij.

Ondertussen verzamelden de schoolkinderen zich en vertrokken weer naar school. Eindelijk was de rust terug in de speeltuin, maar niet in mijn hoofd. De kinderen bezaten namelijk mijn brein, want ik brak mijn hoofd over de juiste aanpak. Als ik in deze situatie met mijn spreekwoordelijke bek vol tanden sta, wat doe ik dan straks als mijn eigen kind 4 jaar is en vragen op me af blijft vuren? Oppakken en op de schommel zetten is dan geen optie. Ik heb nog even de tijd, maar er is nog veel te leren…

Voor vrijdag een carnavalsoutfit graag

Dinsdagochtend kregen we een nieuwsbrief van het kinderdagverblijf met het verzoek om de kinderen vrijdag verkleed te brengen in verband met carnaval. Ontzettend leuk idee, want ik ben gek op (kinder-)carnaval, maar deze mededeling is wel een beetje aan de late kant. De reden om je kind naar het kinderdagverblijf te brengen is je werk. En de meeste ouders (lees: moeders) werken in ieder geval 3 dagen in de week. Dat betekent al snel dat je op dinsdagavond deze mail pas leest, woensdag en donderdag moet werken en het arme kind op vrijdag dus NIET verkleed gaat omdat mama geen tijd had om iets te verzinnen. Gelukkig ben ik in de aanloop naar mijn nieuwe werk vrij en zou ik dus tijd genoeg hebben om iets in elkaar te knutselen. De creativiteit van mijn moeder zit bij mij helaas niet de genen, dus een creatie even snel in elkaar draaien zie ik niet gebeuren.

Goede herinneringen heb ik aan carnaval tijdens de basisschooljaren. Altijd een leuke outfit door mijn moeder gemaakt, een school die enthousiast een praalwagen maakte en optochten in de vrieskou. Ik zou het daarom leuk vinden als kleine M. ook later met zoveel plezier aan deze traditie terugdenkt. Er is echter een probleem…die zelfgemaakte outfit zit er voorlopig niet in. Ik kan knopen aannaaien en een sok stoppen, maar van een lap stof een kek tenue maken is echt een brug te ver. Jaloers ben ik op mijn moeder met haar talent en creatieve oog. Ze ziet iets, slaat het op en kan het vervolgens zonder patroon namaken. Om een beetje in haar voetsporen te kunnen treden, kregen mijn zus en ik een naaimachine. Blij ben ik er zeker mee, maar hij staat nog onaangeroerd in de kast. Deze week ben ik vrij, komt er een verkleedpartijtje aan én staat er een naaimachine op me te wachten. Alle ingrediënten zijn er, op een na: mijn talent.

Goed, er komt dus geen zelfgemaakt pak. Iets kopen dan maar? Eigenlijk vind ik dat te makkelijk. Maar ja, als hard werkende moeder is dat wel het snelste. Ik heb online hier en daar gekeken en zag de leukste outfits: een lief aapje of een stoere leeuw, maar manlief vond dat zielig. Als Robin Hood? Heel schattig pakje maar gezien het drukke tijdstip, niet meer op tijd leverbaar. Voor alle andere dingen is hij nog veel te klein en als roze prinses verkleed gaan is pas écht zielig. Ook niets kant-en-klaars dus. Dan komt mijn lieve zus met een briljant plan: een timmerman. Hij heeft een fantastische toolbelt, een jeans tuinbroek en een geruit overhemd. Ergens heb ik nog een helmpje liggen, dus de timmermansoutfit is compleet. Super idee, zus bedankt! Nu alleen hopen dat hij de hamer niet demonstreert op een vriendje, want dan wordt de carnavalsherinnering een stuk minder leuk!

Toch zint het me niet dat ik niet zelf iets heb gemaakt. De warme herinneringen die ik aan carnaval heb, komen juist doordat mijn moeder me altijd zo geweldig optooide. En nu ik mijn eigen hummel mag optooien, staakt mijn brein met creatief denken. Misschien kan ik alvast iets verzinnen voor volgend jaar, dan heb ik daarna nog tijd genoeg om de naaimachine te leren kennen.

Nee is nee… toch?

Eerder heb ik al eens geblogd over mijn vurige wens om engelengeduld te hebben. De wens is er nog altijd, want deze is tot op heden niet uitgekomen. Het ‘tot tien tellen’ beheers ik tegenwoordig als geen ander, maar tien is vaak niet genoeg. En wie ooit beweert geen NEE te kunnen zeggen, moet vooral eens oefenen met een kind want NEE zeggen wordt dan tot een kunst verheven.

Kleine M. is zijn grenzen aan het verkennen en hoe! De hele dag door stelt hij je op de proef. Niet alleen je geduld, maar vooral ook je consequentheid wordt getest. Vreemd genoeg snapt een puber van 18 maanden (!) maar al te goed dat je als ouder eenduidig moet zijn, want je hoeft maar even te verslappen en hij heeft zijn zin.

Het begon met niet meer in de kinderwagen willen en inmiddels kunnen we niet meer door het park zonder te stoppen bij de glijbaan en daar minstens 20 keer van af te glijden. Niet alleen buiten, maar vooral ook binnen loopt hij de hele dag langs de zwaar bewaakte grens. Zijn kleine teen over de streep laat ik oogluikend toe, maar het blijft natuurlijk niet bij die teen. Haarfijn weet hij je te bespelen met een vertederende lach of een uitdagende blik. Een keer knipperen met je ogen en hij begeeft zich al op verboden terrein. Zo beukt hij met zijn bakfietsje tegen de pas beschilderde muren en na een zoveelste NEE vliegen de verfsplinters van de wand. Ook zal hij binnenkort wel een viervingerige hand hebben want hoe vaak zijn vingers al tussen de deur hebben gezeten. En toch blijven proberen… echte pijn schijn je je nooit meer helemaal te kunnen herinneren, dat zal bij hem dan ook wel het geval zijn.

Niet alles is negatief want vorige week ontdekte ik een nieuwe sociale vaardigheid: delen. Hij deelt graag alles met zijn vriendjes. De knuffel deelt mee in het avondeten en de auto drinkt vrolijk een glaasje melk mee. ‘NEE, kleine M. doe dat maar niet, de auto lust geen melk’. Helaas ik ben een schreeuwende in de woestijn want er ligt weer een plasje melk onder de auto. M. oogt tevreden, want hij heeft gedeeld met zijn vriendjes. Een groot hart, daar hou ik wel van. Het is alleen erg jammer dat hij hiervoor toch weer mijn NEE’s heeft genegeerd.

Ik begrijp ouders wel die het laten verslappen, want consequent blijven voelt soms als een onmogelijke taak. Als je kind niet eet, op de grond ligt en hysterisch begint te krijsen of alles door de kamer smijt dan overschrijd jij je eigen grens en geeft het toch maar zijn zin. Toch houd ik zo lang mogelijk mijn poot stijf en ben ik niet van plan te buigen voor zijn nukken. Al geef ik toe dat ik soms verslap omdat het ook heel aandoenlijk is hoe hij zijn knuffeltje mee laat eten. Delen, is ook een mooie eigenschap en dat maakt me dan weer trots. Het prinsengedrag mag hij echter achterwege laten, dat is voor als hij ‘s avonds prinsheerlijk in zijn bedje ligt.

Burenherrie

Je kent het vast wel: burenherrie. Zodra het opvalt en het begint te irriteren, hoor je niets anders. Woonachtig in Amsterdam, ben ik dagelijks omringd met burengeluid. Het zachte pianogepingel van onze 92-jarige onderbuurvrouw, de huilende buurjongen en de professioneel trombonespelende bovenbuurman. Tot zover niets om je aan te storen en zonder deze geluiden zou wel erg stil zijn.

Een paar weken geleden hebben we nieuwe onderburen gekregen. Het huis schuin onder ons is door een jong gezin gekocht. Het appartement is sterk verouderd en bovendien te klein voor een gezin van drie. Je voelt de verbouwing al aankomen… En inderdaad, het leuke gezin kwam geen kennismaken, maar wij maakten kennis met de Russische bouwvakkers. GOEDEMORGEN! 7:00 uur in de ochtend en zelfs kleine M. ligt nog te slapen… De bouwvakkers hebben hun eerste mokerslag geslagen en wat voor een. Iedereen zit verschrikt rechtop in bed. Hadden ze niet iets rustiger kunnen beginnen of is dit hun welkomstgroet? We weten wel meteen wat voor vlees we in de kuip hebben. De arme onderbuurvrouw weet al helemaal niet wat haar overkomt. Ze is helemaal in paniek want had deze bui ook niet zien aankomen.

Wij woonden voorheen in een appartement waar, van de 8 jaar dat we er woonden er zeker 6 jaar aan weerskanten is verbouwd. Hele panden werden gestript en tot te dure appartementen omgetoverd. Voor ons is het geluid van een verbouwing meer of minder, dus niet zo erg. Je went er aan, zullen we maar zeggen. Hier is het anders; alle buren klagen en de oude buurvrouw al helemaal, haar hele huis is een groot stof en stuifgebeuren en dat is nou precies waar ze niet tegen kan. Ik heb met haar te doen, dat moge duidelijk zijn. Ik maak me er verder niet zo druk om, dat doen de anderen al voor mij.

Tot vandaag. Kleine M. ligt te slapen en ik hoop dat hij er nog een uur aan vastplakt. Beneden wordt er weer getimmerd, gedrild en gezaagd. Prima, daar slaapt hij wel doorheen. Totdat er een vrachtwagen materialen komt afleveren en er 6 deuren tegen elkaar open staan. De deuren slaan telkens met een keiharde klap dicht en dit herhaalt zich elke 30 seconden. Het echoot door het trappenhuis en de ramen trillen in hun sponningen. Ik voel de woede tintelen in mijn hoofd en mijn knieën knikken van de adrenaline… Nu is het afgelopen! Ik ga er wat van zeggen. Ik zoek mijn schoenen, want op mijn blote voeten naar beneden is in die gore bende geen optie. Waar zijn mijn schoenen…. Ik kan door de gierende adrenaline mijn schoenen niet vinden….******* Vloeken doe ik in stilte, want anders wordt kleine M. misschien wakker. Als ik eenmaal mijn schoenen aanheb en de deur opendoe, zie ik dat de buurvrouw naast ons ook al woest naar beneden loopt. “Laat mij maar, ze spreken Russisch net als ik”. En het werkt, het huis is weer rustig. Alleen ik niet…mijn hart bonkt nog in mijn keel en ik ben de eerste tien minuten niet van mijn adrenalinerush af. En ik maar denken dat ik me nooit zo druk maak om burenherrie.

Deze week eet ik niet!

Kleine M. heeft het op zijn heupen. Op het meest onhandige moment van het jaar wanneer de agenda’s van uur tot uur gevuld zijn, wordt hij ziek. Het arme kind kan er ook niets aan doen, maar het gezellige kerstdiner op kerstavond verliep iets anders dan gepland en ook tijdens de twee kerstdagen werd er verwacht dat wij ons flexibel opstelden. Geen 7-gangen diner bereid door oom en manlief, maar in joggingbroek op de bank bij mijn ouders. Het mannetje had de griep van zijn vader overgenomen en lag met een lelijk hoestje en koorts in bed.

Kerstmis is inmiddels al lang en breed voorbij, zo ook de koorts. Wat rest is de hoest en de verdwenen eetlust. Vorige week at hij als een voorbeeldig kind, maar deze week… niets. Doordat hij niets eet, twijfel ik af en toe aan mijn opvoedkundige kwaliteiten.

Wat ik ook probeer, hoe leuk ik het ook probeer te brengen, hij wil er niets van weten. Het is niet dat hij het niet lust, of te ziek is om te eten maar het lijkt een spel. Wat je ook op tafel zet, hij begint gretig met een hap en soms zelfs twee, maar daarna is het gedaan. Hij draait theatraal zijn hoofd om en kneedt alles in zijn handjes fijn om het vervolgens aan mij terug te geven. Yoghurt dan? Misschien met een banaan erdoor? Geen denken aan! Hij trekt zijn neus op en begint hevig te protesteren. Nog iets anders proberen, een boterham? Ook dit is een slecht idee. Zou het helpen als hij het zelf mag eten? Het wordt een gegarandeerde bende, maar wellicht wil hij net zoals zijn ouders zelf eten? Het resultaat mag er zijn…de inhoud van het bord ligt voor de helft op de grond en de andere helft zit uitgesmeerd op zijn gezicht.

Je hebt door dit anti-eetgedrag binnen een paar dagen een vuilnisbak vol met bananen (geprakte banaan is na een uur echt niet meer lekker), met liefde gekookte maaltijden die al te vaak zijn opgewarmd en kleine boterhammetjes met jam, kaas en pindakaas. Een volle vuilniszak, maar een lege maag. De omgekeerde wereld en zeker niet maatschappelijk verantwoord, groen of duurzaam. Onverantwoord of niet, mij interesseert alleen zijn verdwenen eetlust. Wat te doen? Je vergaat toch van de honger, zou je denken…

Vandaag paste lieve D. op. Een geweldige tante én iemand met een ton aan ervaring door haar werk op een kinderdagverblijf. Stiekem had ik mijn hoop op haar gevestigd. Zij zou ongetwijfeld trucjes of spelletjes toepassen waardoor hij opeens wél die boterham at. Alle pogingen ten spijt, ook bij haar wilde meneer niet eten.

Een laatste poging: de fles met poedermelk. Eigenlijk iets voor baby’s maar wel iets om nu nog even op terug te vallen. En…? Hij wil er in eerste instantie niets van weten, maar het is me al snel duidelijk: “jij geeft mij iets voor baby’s? Dan gedraag ik me ook als een baby!” Hij kon opeens de fles niet zelf vasthouden en wilde op schoot zitten en gevoerd worden. Nou vraag ik je…

2012 kom maar op met je twijfels!

Als je na twee dagen kerstdiner een week nodig hebt om uit te buiken, begint het nadenken over het nieuwe jaar. Ik denk nooit in termen van goede voornemens, omdat ik weet dat ik me er niet aan zal houden. Niet vanwege het gebrek aan discipline, maar eerder omdat het iets opgelegds is. Ik wil niet afvallen omdat het 1 januari is, ik ben niet te vinden in de sportschool omdat ik moet sporten. Nee zeg, er lopen al genoeg anderen met het voornemen om te sporten, dus aan mij al helemaal niet besteed.

Ik doe liever iets als ik denk dat het ‘de tijd’ is. Alleen weet je op voorhand nooit wanneer het ‘de tijd’ is. Zo wilde ik al jaren schrijven, maar durfde nog niet. Je ziel en zaligheid blootstellen aan een ieder die het leest is eng! Na de zomervakantie en een moeilijke periode op het werk, besefte ik me opeens dat dit hét moment was. Het is nu of nooit! Ik startte een blog en onder vrienden en bekenden werd het gretig gelezen. Nu een kwartaal later en met 2012 in zicht heb ik nog altijd genoeg inspiratie om te schrijven en ik merk dat het elke keer minder eng is om gelezen te worden. Ik ga door en terwijl ik dit schrijf betrap ik me toch op een klein goed voornemen: lezers… ik ga op zoek naar een groter publiek. Aan de weg timmeren zoals dat heet.

Nu neem ik al een voorsprong op wat na de kerst gaat komen, terugkijken op het jaar. Niet zo vreemd, want ik ben nog steeds die eeuwige twijfelaar. Wikken en wegen op allerlei gebied. En waar ik besloot over twijfels te schrijven, twijfel ik nooit aan mijn blog.

Waar twijfelde ik dan wel aan dit jaar? Poeh waaraan niet? Zo twijfelde ik vrijdag toen ik kleine M. wegbracht naar het Kinderdagverblijf. Dit was voor M. niet de normale gang van zaken, dus hij was in de war. Niet weggebracht door papa met de auto maar door mama op de fiets in de stromende regen. Hij wilde niet en begon vreselijk te huilen. Kroop in volle vaart achter me aan en stortte zich tegen het raam…mama niet weggaan! Mijn hart brak, was dit zoals het altijd ging? Nee, zie je wel bij mij was het erger. Had ik er goed aan gedaan? Op de fiets naar het werk twijfelde ik continu, maar besloot uiteindelijk dat dit geen zin had, het zou wel goed komen.

Ook twijfel ik elke vrijdag aan mijn huidige levenstijl. Ik ben dol op het kleine ventje en woon in een fijne buurt, maar het is ver van de stad en heel ver van het leven dat ik twee jaar geleden nog had. Toen begon het vrijdag rond de lunch te kriebelen, want het was bijna tijd voor het weekend en dé gezellige vrijdagavond met vrienden. Deze vrijdagavonden zijn zeldzaam geworden, maar de kriebel rond lunchtijd is er nog steeds. Ik kan niet wachten tot het half 6 is en vlieg op mijn fiets….naar het kinderdagverblijf. Want hoe graag ik ook een avond in de kroeg zit, hoe dichter ik in de buurt van kleine M. kom hoe sneller ik ga fietsen. De avonden dat we dan met onze lieve vriend J. afspreken zijn hierdoor wel veel specialer. Want wat eerst vanzelfsprekend was, is nu bijzonder waardoor je beseft wat je hebt.

Goed, een twijfelend jaar verder kan ik terugkijken op een vruchtbaar jaar. 2012 kom maar op met je twijfels!