
“Hoi M., je hebt twee foutjes in je werkschrift.” Met net een voet in het klaslokaal werd M. door zijn beste schoolmaatje liefdevol geconfronteerd met twee fouten in het rekenwerk dat hij gisteren had gemaakt. Liefdevol, ik benoem het expliciet want er zat geen enkel kwaad achter deze opmerking.
In mijn hoofd rezen echter direct allerlei vragen, want wat zou M. hier van vinden, doet het hem iets of laat het hem koud? Ik gunde hem het laatste maar het bleek het eerste. Zijn lichaamstaal verraadde hem, terwijl hij met man en macht probeerde te doen alsof er niets aan de hand was. Na wat aandringen gaf hij uiteindelijk toe dat hij toch wel ergens verdrietig over was. En ja, het ging natuurlijk over het werkschrift. En dan niet over de fouten, maar dat iemand in zijn schrift had gekeken, nota bene zijn beste vriend!
Lees verder!


Onderweg naar onze Zweedse meubelvrienden valt mijn oog op een kleine zwarte auto, type koekblik. Achterop prijkt trots een knalroze sticker met het woord kanjer. Kanjer…wat zou de bestuurster daar toch mee bedoelen? Begroet ze ons met een ‘hé kanjer!’? In mijn hoofd popt meteen een emoticon op als ik ‘hé kanjer’ in gedachten uitspreek. Nee, kanjer voor medeweggebruikers voelt een beetje gek. Iets te intiem of zo.
“Voel eens aan deze tand mama!” Vol trots staat M. voor me met een grijns van oor tot oor en zijn mond wagenwijd open. Het is alsof hij zojuist een prijs gewonnen heeft. Yes, weer (bijna) een tand eruit!
Och mensen, het einde van het schooljaar is alweer in zicht. Wat kan er veel gebeuren in zo’n jaar! Al
Voor de tweede dag op rij zit ik op de rand van de hoogslaper. Een voet slaapt inmiddels maar de reden waarom ik op het bed zit, is zelf helaas nog lang niet in dromenland. Hij woelt en zucht want hij maakt zich grote zorgen. Een kind van zeven dat zich zorgen maakt, het zou niet moeten.
Tijdens zijn atletiektraining staarde M. droevig voor zich uit en die blik zei me genoeg. Er was duidelijk iets niet in de haak. Toen hij vervolgens langs me liep, bleek hij zichtbaar ontdaan maar zei niets. Na toch even goed aandringen kwam het hoge woord eruit: ze hadden hem gepest.


