Category Archives: Twijfel

Waar zouden we zijn zonder de … auto?

Vorige week ben ik de hele dag onderweg geweest naar Leeuwarden, per trein welteverstaan. Een lange rit voor een werkbezoek maar dankzij de smartphone heb je onderweg een klein mobiel kantoor, dus ik kon in de trein wat werk doen.

De trip was leerzaam en niet alleen op werkgebied. Het hield me weer eens een spiegel voor. Ik heb tenslotte járen geleden mijn rijbewijs gehaald. Met veel pijn, moeite en achteraf bezien behoorlijk wat desinteresse. Eenmaal het felbegeerde roze (toen nog) papiertje op zak, ben ik nooit veel verder gekomen dan een ritje naar mijn oma een aantal kilometer verder op. Ik herinner me het nog als de dag van gisteren. Mijn moeder zat naast mij en vond het maar wat spannend…lees ENG… om met deze kersverse automobilist in de auto te zitten. De motor sloeg af voor het stoplicht en achter mij stond een ronkende volkswagen met een broekie van 18 te loeren op zijn ‘toetermoment’. Natuurlijk had ik me van dit alles niets moeten aantrekken, maar het voelde als een bevestiging. Ik was onzeker achter het stuur en dit was het bewijs.

In totaal heb ik met mijn rijbewijs op zak hooguit 35 kilometer gereden. Eeuwig zonde vind ik nu, maar ja al die jaren daarvoor interesseerde het me nog steeds niets. Een typisch geval van: je weet niet wat je mist als je het niet hebt. De komst van kleine M. heeft echter wel het een en ander veranderd. Er staat inmiddels een auto voor de deur en sindsdien verzamel ik moed om aan de bestuurderskant in te stappen. Daarnaast zijn de onhandige situaties ook niet meer op een hand te tellen. Zo moest en zou ik een tram nemen om de aansluiting met de trein te halen, maar dit model bleek niet geschikt voor een kinderwagen. Ik trok me er niets van aan en kreeg met een beetje hulp de wagen horizontaal de tram in. Een donderpreek van een linke conductrice was mijn deel. Of ik wel helemaal lekker in mijn hoofd was en ze was toch zeker niet van plan om mij te helpen als het in mijn eentje niet lukte. Wat was de auto handig geweest op dat moment… Of die lift die niet werkt als je met je kinderwagen naar het bovenliggende spoor moet. Een immens hoge trap en op die vroege zondagochtend geen hulp in zicht. Wat doe je dan? Eerst het kind (toen nog te klein om te lopen) naar boven en dan het onderstel van de wagen of eerst de wagen en dan het kind? Beide keuzes niet geschikt voor publicatie in het handboek voor voorbeeldige ouders. Of het moment dat je zus in het holst van de nacht landt op Schiphol en je haar héél graag wilt ophalen. Hoe doe je dat zonder auto? Met een peperdure taxi? En dan? Zij met de taxi naar huis en jij ook? Of die trip naar Leeuwarden toen je goed voorbereid de deur uit ging met een reeds kaartje op zak, maar je in Hilversum op het strafbankje moet zitten vanwege te vroeg reizen met je kortingskaart.

Oke, ik geef toe: wat is een auto toch handig… en oh wat ben ik toch al die jaren dom geweest. De drempel is heel hoog maar de deur naar een (auto)mobiel leven staat op een kier. Nog even moed verzamelen en dan ga ik.

De eerste klap is een daalder waard

Kleine M. is een echt kat-uit-de-boom-kijkertje en hij moet duidelijk nog leren om voor zichzelf op te komen. Tijdens onze vakantie had hij een rode postauto gekregen. Een leuk ding maar helaas voor ons mét geluid. Het geluid bleek een magneet voor kleine kinderen. Op het vliegveld kwamen kinderen uit alle hoeken en gaten als ware het een lokroep. Ik vond het een perfect leermoment en vertelde Kleine M. dat hij moest samen spelen. Dus het lieve, kleine meisje met die mooie grote ogen mocht toch ook wel even met de auto? Haar poppengezichtje bleek een façade, want zo lief was ze helemaal niet. Ze rende er met de auto vandoor en was niet van plan het terug te geven. Ons schuchtere ventje rende achter haar aan, bleef op anderhalve meter afstand staan en rende vervolgens in blinde paniek naar mij. Het bleef niet bij de postauto, want het meisje deed ook een greep in zijn rugzak met speelgoed. Opnieuw vloog hij er achteraan, deinsde weer achteruit en kwam onverrichter zaken terug. Op dit soort momenten heb ik met hem te doen. Het is zo zielig dat hij zich het kaas van zijn brood laat eten, maar toch bemoei ik me er niet te veel mee in de hoop dat hij wat meer van zich afbijt.

Ik was dan ook zo trots als een pauw toen manlief me deze week sms’te vanuit de speeltuin. Van de een op de andere dag was onze Kleine M. omgeslagen als een blad aan een boom. Hij speelde temidden van andere, vreemde kinderen en probeerde zelfs even samen te spelen. Een geweldige stap naar peuterdom. Maar er was meer… Een jongetje vertoonde bezitterig gedrag en betichte hem van landje pik. Er werd wat heen en weer geduwd, maar M. liet zich niet verjagen. Nog trotser was ik, maar het hoogtepunt zou nog komen. De beoogde grootgrondbezitter gaf hem een klap, Kleine M. deinsde niet achteruit maar deed juist een stap naar voren en sloeg terug! Na het lezen van de sms betrapte ik mezelf op een glimlach van oor tot oor. Wat was ik hier graag bij geweest. Met eigen ogen had ik willen zien hoe hij voor zichzelf was opgekomen! Natuurlijk sprong papa meteen tussen beide en gaf ze een standje, maar M’s eerste klap was een daalder waard!

Slaan mag niet en natuurlijk nooit meer, maar voor deze keer was ik trots op de kleine vechtersbaas. Alle ouders hebben wensen voor hun kind: iets liever, beter luisteren of minder hysterisch. Voor nu is mijn belangrijkste wens uitgekomen: Kleine M. is klaar om peuter te worden.

Ik wil HELLO geen GOODBYE

Even was ik in de keuken en bij terugkomst bleek ‘Hello Goodbye’ te zijn begonnen. Ik moet daar niet naar kijken want de tranen biggelen geheid over mijn wangen. Snikkend kijk ik naar hoe geliefden elkaar in de armen vallen of hoe ouders afscheid nemen van hun wereldreiziger. Afscheid nemen is iets dat ik niet kan. Zo huil ik bij ieder nieuw jaar dat wordt ingeluid of beter gezegd: ieder oud jaar dat wordt uitgeluid. Ook minder symbolische vormen van afscheid brengen waterlanders naar boven. Zelfs tijdens het afscheid van een vakantie houd ik het niet droog. Tranen, dikke tranen zelfs met een onderdrukte snik. Je kunt wel stellen dat mijn emoties aardig aan de oppervlakte liggen. Ik ben een sentimentele tuttenbel.

Het afscheid tijdens deze vakantie bleek achteraf niet alleen maar goedkoop sentiment, maar ook het afscheid van een tijdperk. Door de komst van Kleine M. bijna twee jaar geleden is er een heleboel veranderd. We kunnen het niet langer negeren en het probleem moet met kop en staart worden aangepakt. Het was namelijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Er verschenen wolken aan de strak blauwe hemel, wolken die het zicht vertroebelden. Alles veranderde en niet alleen voor ons als nieuwbakken ouders. Sommige verhoudingen werden op scherp gezet en alles wat voorheen als vanzelfsprekend werd ervaren, veranderde vanaf de eerste seconden dat zijn komst wereldkundig werd gemaakt. Als een kleine prins werd hij het stralende middelpunt.

Ik wist dat het mis zou gaan, want van diverse kanten kreeg ik hints. Kleine M. dreigde in zijn naakte onschuld een wig te drijven tussen sommige mensen. Iets wat ik krampachtig probeerde te voorkomen, maar toen de ergste stormen waren gaan liggen, leken de nieuwe verhoudingen allemaal zijn plek te vinden. Achteraf gezien, wilde ik waarschijnlijk graag zien dat het goed zat en we in de luwte zaten. Nu is niet de bom gebarsten maar de luchtbel waarin ik zat is met een harde knal geknapt.

Toch houd ik van de luchtbel. Het is de wereld door een roze bril waar nooit een zuchtje wind staat. En tegen beter weten in, ga ik proberen de luchtbel na te bootsen maar dan realistisch met beide benen op de grond. Ik heb geen vaste hand, maar doe mijn uiterste best om alle stukjes te verzamelen en tot een evenwichtig geheel te lijmen. Niet de grote scherven, maar juist die kleine splinters maken het verschil. Ik maak een replica van de luchtbel maar dit keer met de juiste verhoudingen.

Baby on board: kan dat kind zijn klep houden?

Ken je dat? Je bent onderweg naar je vakantiebestemming en in het vliegtuig, de bus of de trein zit er één: zo’n blèrend kind. Het krijst en het lijkt de hele reis te duren. Natuurlijk overkomt jou dat ALTIJD. Ik herken mezelf in deze grote ergernis. Totdat je gedwongen wordt van Portugal naar Schiphol te reizen per bus omdat er een fijne vulkaan is uitgebarsten en je als bijkomend pluspunt ook nog eens 20 weken zwanger bent. Ja, dan piep je wel anders en is een blèrend kind een peulenschil. Ik zou zeker drie weken een blog kunnen wijden aan het busdrama. Van mensen die mijn zwangerschap in twijfel trokken (“Ja ja, mevrouwtje als u zwanger bent, dan ben ik het ook!”) tot een dochter van een keurige man in ruitjesbroek die de bus werd uitgezet. Kortom, mocht ik ooit nog smeuïg willen bloggen over dit avontuur, dan heb ik aan inspiratie geen gebrek.

Het gaat dit keer echter over iets anders. De eerste ergernis: die vreselijk irritante baby in het vliegtuig. Het is namelijk zo ver…we staan aan de vooravond van een groot vliegavontuur. En sinds het moment dat we de knoop doorhakten om te gaan, probeer ik een gedachte keihard te negeren. Natuurlijk tegen beter weten in… De kans bestaat namelijk dat we deze week zelf zo’n bloedirritant kind meenemen. En dan ben jij opeens de oorzaak van de frustratie bij je medepassagiers. Op voorhand voel ik de priemende ogen al en hoor ik het gesmoes om me heen.

Toch hoop ik vurig dat kleine M. het geweldig vindt. Langzaam bereiden we hem voor op de vliegreis. Hij weet inmiddels dat het voertuig door de lucht vliegt en lijkt het fenomeen wel te kunnen waarderen. Dit zijn dan ook de enige positieve factoren. We vliegen bij het krieken van de dag en moeten om half drie ’s nachts ons bed uit. Meneertje lijkt op zijn ouders en houdt niet zo van (te) vroeg opstaan. Een ochtendhumeur is hem niet vreemd en ik verwacht dan ook weinig enthousiasme om half drie. Toch denk ik dat we het vroege opstaan nog wel kunnen maskeren met een paar geweldige afleidingsmanoeuvres. Een paar grappen en grollen, iets lekkers in zijn tas en eenmaal op Schiphol is er genoeg te zien.

Het leek allemaal nog steeds goed te komen, totdat hij vanmorgen wakker werd met een enorm verkouden snoetje. De zakdoeken waren de hele dag niet aan te slepen en ook een vervelend hoestje lijkt in aantocht. Ik houd nu echt mijn hart vast, maar zal voor mezelf ook een paar afleidingsmanoeuvres moeten bedenken. Want als hij merkt dat ik er aan twijfel dan gaat het zeker mis. Ik haal een paar keer diep adem en zet mijn clownsneus op. Achter die neus is een clown tenslotte ook niet die vrolijke grappenmaker waar alle kinderen zo mee weglopen. We maken er het beste van.

Ik zit in de lucht, maar ben vanaf nu even twee weken uit de lucht. Tot later!

Een portie engelengeduld – deel twee

Een weekend om snel te vergeten.

Mag je medelijden met jezelf hebben als je kind ziek is? Die vraag heb ik me de afgelopen dagen vaak gesteld. Kleine M. was ziek en niet zo’n beetje ook. Heel zielig voor een uk die niet kan vertellen waar hij last van heeft. Ik betrapte me echter ook vrij snel op een bijna egoïstische gedachte: hoe moet dat met werk? Ik ben net een maand bij mijn nieuwe werkgever en kan niet aankomen met de mededeling dat mijn kind ziek is. Gelukkig zijn er heel lieve opa’s en oma’s die niet alleen verknocht zijn aan hun kleinkind, maar ook hun hand niet omdraaien voor een dagje ziek en zeer.

Twee dagen was Kleine M. in de veilige handen van zijn grootouders geweest en ze zeiden allemaal hetzelfde: een zielig vogeltje dat niets liever deed dan tegen je aan kruipen op de bank. Goed ziek dat wel, maar je had er verder geen kind aan. Dat stemde me gerust. Ik zou het hele weekend alleen zijn omdat manlief alle dagen moest werken, dus als het ziek zijn dan van een klein leien dakje kon gaan….graag! Helaas was ik voor het gemak vergeten dat die kleine boef bij zijn opa’s en oma’s altijd lief is, extreem goed luistert en vooral niet moeilijk doet. Een verdacht voorbeeldig kind…

Het werd een weekend om heel snel te vergeten. Zaterdag begon de ochtend vroeg maar nog zonder al te veel zorgen. Niet heel veel later begon de ellende. Huilen op het hysterische af en het leek eindeloos. Opeens was ik de moeder van een huilbaby of liever gezegd een huildreumes. Niets wat ik deed leek te helpen en vaak maakte ik het alleen maar erger. Waar ik de avond ervoor nog gniffelde bij de reclame van BOL: ”hebben wij weer…een lachbaby”, had ik nu maar wat graag een lachbaby gehad. Als het gekrijs zijn hoogtepunt bereikte, liep af en toe mijn geduldige emmertje over. Hij huilde namelijk niet alleen omdat hij ziek van ellende was, maar ook nog eens omdat hij zijn zin niet kreeg. Dubbel drama dus. Helaas ben ik niet gezegend met een onuitputtelijke dosis geduld en de ‘tel-tot-tien-oefeningen’ die mijn vader mij vroeger leerde, hielpen die dag ook niet. Door het oorverdovende gebrul kon ik geen contact meer krijgen met mijn eigen gedachten. Het bewijst maar weer eens dat ik niet gemaakt ben voor dit soort situaties. Het staat lijnrecht tegenover wat een moeder zou moeten zijn, maar hoe zielig Kleine M. ook was, ik vond mezelf bijna net zo zielig. Opeens begreep ik wel waarom ouders soms doorslaan. Zover is het godzijdank niet gekomen, maar ik had heel graag een rol behang gehad om hem die dag achter te plakken.

Inmiddels zijn we weer een paar dagen verder en is het grootste leed geleden. Even waren we bang dat het negatieve temperament niet met de koorts zou verdwijnen. Gelukkig lijkt dat niet het geval en knapt hij weer op.
Wel heb ik dit weekend twee wijze lessen geleerd. Les 1: vertrouw nooit op de in liefde gedompelde woorden van opa’s en oma’s. Zij zien alles door een roze bril.
Les 2: het is de hoogste tijd om op zoek te gaan naar dat extra portie engelengeduld, waar ik al eens eerder om vroeg.

Belastingaangifte? Vandaag even niet…

Enige tijd geleden las ik dat een van mijn Facebook-vrienden last heeft van procrastinatie. Nou bezit ik een aardige woordenschat, maar deze ‘medische term’ was mij niet bekend. Even opzoeken en wat bleek? Ik lijd ook aan deze aandoening! Ziekelijk chronisch kan het zijn en helaas moet je ook (te) vaak op de blaren zitten. Je hebt jezelf ermee en in het ergste geval ook anderen, maar bij dit laatste loopt het echt uit de hand.

Heb je het ondertussen al gegoogled? Ik zal je uit je lijden verlossen: het is pathologisch uitstelgedrag. En als je de Wikipedia pagina wat verder leest, dan zie je dat het ook wel het studentensyndroom wordt genoemd. Herkenbaar in je studententijd, maar helaas heb ik het járen na dato nog steeds. Die wilde haren ben ik blijkbaar nog altijd niet kwijtgeraakt. Het gaat vaak over zaken waaraan ik twijfel.

Neem nu de jaarlijkse belastingaangifte. “Leuker kunnen we het niet maken…” Nee inderdaad, het wordt pas leuk als je de aangifte afrondt en ziet wat je hopelijk terugkrijgt. Ik vind het een drama, elk jaar opnieuw. Helaas kan ik alleen mijzelf de schuld geven, want ik ben hardleers als het aankomt op archiveren in keurige ordners en niet in stapels in de kast. Als een berg zie ik er ieder jaar weer tegenop en die berg is, zoals je kunt lezen, ook nog eens letterlijk te nemen. En juist op die momenten komt het uitstelgedrag om de hoek kijken. De datum van 1 april hangt als het zwaard van Damocles boven mijn hoofd, maar ik weiger om hoog te kijken. Zo ook vanavond. Ik zou hardlopen en daarna de paparassen verzamelen, maar er kwam….hoe kan het ook anders…een geweldig excuus voorbij. Mijn zus komt pas morgen hardlopen, maar dat is mijn blogdag. Een lang verhaal iets korter? Ik zie mijn kans schoon en blog vanavond. Met een piepklein beetje geluk houd ik nog tijd over voor de papierwinkel. Hoera, weer een reden om het niet te hoeven doen.

Hoe dichter de datum van 1 april nadert (over 4 dagen), hoe vaker het door mijn hoofd spookt. Ik zet het in mijn agenda en krijg ’s avonds een herinnering via mijn telefoon. Meerdere keren per dag spookt het woord belasting door mijn hoofd, maar daad bij woord voegen doe ik tot dit moment nog niet. Eigenlijk is het raar dat ik er zo tegenop zie, want als ik het eenmaal doe dan valt het alles mee. En is dat niet met alles zo? Veel van wat je voor je uitschuift is achteraf bezien lang niet zo erg als je vooraf bedacht.

Oke, genoeg! Ik heb bovenstaande nog een keer nagelezen en concludeer dat ik inderdaad lijd aan pathologisch uitstelgedrag. Mezelf kennende zal dit niet snel veranderen, maar voor vanavond ben ik vastbesloten. Ik duik NU in mijn papierberg om alle stukken voor de belastingaangifte te verzamelen. Zo zie je maar: jezelf een spiegel voorhouden werkt en als je dat dan ook nog via een blog wereldkundig maakt, dan kun je niet meer terug…

Ik ga aan de slag.

Zindelijk of toch nog niet?

Kleine M. kwam laatst naast me staan en tikte op zijn luier. Eerst dacht ik dat de luier te vol was en hij bedelde om een schone. Het gebeurde vervolgens dagelijks en blijkbaar had hij in de gaten dat hij plaste. Was hij daarvoor nog niet een beetje te klein? In mijn beleving zou dat pas rond zijn derde verjaardag aan de orde zijn, maar goed er zijn wel meer ontwikkelingen die ik niet goed in de tijd kan plaatsen.

Tijd voor zindelijkheidstraining dus… De vraag is: hoe pak je dat aan? Belangrijker nog: hoe doe je het op een SPEELSE manier zodat het voor iedereen leuk is? Ik pakte maar weer eens dat afschuwelijke boek: ‘Oei ik groei’ want daar zou het ongetwijfeld in staan. Niets stond erin want kleine M. was het boek ontgroeid. Waardeloos, wat heb je aan een boek dat deze enorme stap in een mensenleven niet op de valreep nog even meeneemt. De schrijvers van het boek zijn meesters in het creëren van ongelukkige onzekerheid, want mijn kind heeft nog nooit gekund wat volgens het boek op die leeftijd ALLEMAAL zou moeten. Hadden ze na al die onzekerheid het boek niet kunnen afsluiten met een aantal heilige tips voor plassen op een potje? Het wiel zullen we dus zelf moeten uitvinden. Opa had hem al eens op de WC gezet. Een heel avontuur, maar waarschijnlijk vooral omdat hij nog nooit in dat vertrek(je) was geweest. Opa was iets te enthousiast begonnen met de zindelijkheidstraining. Dus begonnen wij met de aanschaf van een potje. Een kleurig ding waar je leuk op kan trommelen en ook nog op kan zitten. Kleine M. vond het prachtig nieuw speelgoed en sleepte het potje achter zich aan door het hele huis. Met blote billen erop zitten was echter een brug te ver. Gillend liet hij zich opzij vallen, zodat hij niet langer dat rot gevoel hoefde te hebben. Ik begreep hem wel, zijn kleine derrière verdween compleet ìn de pot. Ook onder de douche was geen succes en dat terwijl hij juist vaak vol verbazing kijkt naar het kleine straaltje dat hij produceert.

Dan maar eens een tijdje in zijn blote gat. Wie weet heeft hij dan door dat er ook echt iets gebeurt. Ik had hem uitgekleed voordat hij in bad ging en hij rende een rondje door het huis. Teruggekomen in de slaapkamer, keek hij me met een ondeugende blik aan. Had hij iets gedaan in huis? Misschien in zijn favoriete hoekje in de woonkamer? Ik stond op van het bed en zag tot mijn grote schrik dat hij vol trots tegen het bed stond te plassen. Snel rende ik naar het toilet om het potje te pakken en het onder zijn billen te schuiven. Dit was het moment en we hadden geen tijd te verliezen! Maar zelfs nu ten tijde van hoge nood, wilde hij pertinent niet op het potje. Ik haalde hem eraf maar kreeg opnieuw de brutale blik toegeworpen. Hij zou toch niet nog eens…. En ja hoor, hij stond weer met een grote glimlach tegen het bed te plassen. Sindsdien is er geen ruimte meer voor twijfel: het is de hoogste tijd voor het grote zindelijkheidsfeest… joepie…

Mevrouw, mag ik de baby optillen…?

Voor kleine M. is er niets leuker dan de speeltuin. Even een half uurtje glijbaan, schommel, glijbaan, wip, glijbaan en als toetje nog een keer de glijbaan. Met dank aan zijn opa en oma kun je geen park doorlopen zonder te stoppen bij een glijbaan.
Deze zondag waren we er even, maar het was met dit mooie weer natuurlijk veel te druk. Overal kinderen die over elkaar buitelden in de zandbak en met vijf man tegelijk in het huisje van de glijbaan stonden. Slechte timing dus, maar geen probleem want de volgende dag zou het ongetwijfeld rustig(er) zijn.

ImageVol goede moed vertrokken we maandagmiddag naar het park. Eenmaal in de buurt maakte ik het liefste rechtsomkeer want het wemelde van de kinderen. De basisschool in de buurt had bezit genomen van de speeltuin. Ik twijfelde geen moment en draaide met mijn fiets een ander pad op. Enige probleem is dat je kleine M. niets kunt wijsmaken als het om speeltuinen gaat, dus hij had het allang al gezien. Hij begon tegen te stribbelen en piepte “uit, uit, uit!” Hij moest van de fiets af en naar de speeltuin. Ik kon hem geen ongelijk geven, want het was me niet gelukt om hem op tijd af te leiden.

In de speeltuin hoorde ik overal: “Oh kijk, een baby”. Een baby? Het ging toch echt over mijn kind, want ondanks dat hij de babyfase voorbij is, heeft hij blijkbaar nog wel de aantrekkingskracht van een baby. In een mum van tijd hadden we een zwerm kinderen om ons heen. Allemaal meisjes van een jaar of vier/vijf. “Mevrouw, mevrouw mag ik de baby optillen?” Ik kwam smoezen te kort, want op alles hadden ze een weerwoord. Uiteindelijk had ik een verhaal wat wel indruk maakte; kleine M. moet huilen als hij door een vreemde wordt opgetild. En hier is niet veel aan gelogen, want hij is dol op dieren maar heeft minder met mensen. De meisjes dropen af en gingen, hoe rolbevestigend weer, verder met het bakken van hun zandtaartjes.

Toch werden we in de gaten gehouden. Overal waar we gingen, waren die meisjes plotseling ook. En daar was ze weer, het meisje in de roze legging. Ze gaf kleine M. een aai over zijn wang en hij huilde niet. “Kijk mevrouw, hij moet niet huilen. Hij vindt me leuk hoor”. Ook mijn laatste argument aan gruzelementen. Ik probeerde nog wat verstandigs te verzinnen, maar er kwam niets in me op. Dus zag ik nog maar een uitweg: oppakken en naar de schommels. Als hij in het schommelzitje zat, kon ze er niet bij.

Ondertussen verzamelden de schoolkinderen zich en vertrokken weer naar school. Eindelijk was de rust terug in de speeltuin, maar niet in mijn hoofd. De kinderen bezaten namelijk mijn brein, want ik brak mijn hoofd over de juiste aanpak. Als ik in deze situatie met mijn spreekwoordelijke bek vol tanden sta, wat doe ik dan straks als mijn eigen kind 4 jaar is en vragen op me af blijft vuren? Oppakken en op de schommel zetten is dan geen optie. Ik heb nog even de tijd, maar er is nog veel te leren…

Een draak van een outfit

Mannelijke aanstelleritis blijkt een GEWELDIG prikkelend onderwerp. Nog nooit heb ik zoveel reacties gekregen. Mannen voelden zich in de kuif gepikt en vrouwen waren het volmondig met me eens. Nou is het natuurlijk niet alleen de man die typerend gedrag vertoont. De dag nadat ik het blog online plaatste, betrapte ik mezelf op stereotype vrouwengedoe: ik twijfelde aan mijn kleding. De combinatie had ik al vaker gedragen maar opeens bood mijn spiegelbeeld me niet dezelfde voldoening als de keer daarvoor. Ik stond voor de spiegel en draaide me nog maar eens om. Zag ik er vorige week ook zo uit? Ik kon me haast niet voorstellen want het was echt een draak van een outfit.

Toch nog maar iets anders proberen. Terwijl ik voor de kledingkast stond te twijfelen, zag ik in mijn ooghoek een klein ventje voor de spiegel staan. Hij stond ‘en profile’ naar zichzelf te kijken en draaide net als ik. Zijn gedrag was identiek aan dat van mij…ik moest lachen en voelde me tegelijkertijd betrapt, want zo stond ik dus blijkbaar zelf ook. Kleine M. vond het geweldig om zichzelf in de spiegel te zien en deed zijn trui omhoog om ook daar eens een kijkje te nemen. Deze laatste actie herhaalde hij vervolgens de hele week. Te pas en te onpas ging even de trui omhoog. Mocht je je afvragen of ook dit kopieergedrag is…nee, zijn moeder doet dit NIET.

Ik trok een ander gegarandeerd succesnummer aan, maar ook dat stond me die dag niet. Het zal wel weer zo’n dag zijn geweest. Een typische dag in het leven van een vrouw wanneer niets je staat, je nog niet eerder zo’n onuitgeslapen kop hebt gehad of je haar maar niet fatsoenlijk in model zit. Geen idee waarom we dit hebben en wanneer het de kop opsteekt. Wat ik wel weet is dat ik die dag nog meer bevestiging nodig heb. Wat dan natuurlijk niet helpt, is een nuchtere man die zonder emotie in zijn stem zegt dat het ‘wel leuk staat’. Dat klinkt als: het staat wel aardig of het kan er mee door. Wel aardig is op zo’n dag niet goed genoeg. Ik wil die dag een vlammend betoog, een oprecht enthousiaste mening of in het uiterste geval een liefdesverklaring. Een ‘het kan er mee door’ is de ergste ongeïnteresseerde opmerking die je als man kunt maken.

Heerlijk om ook de verantwoordelijkheid voor mijn gemoed neer te leggen bij een ander, maar helaas werkt het natuurlijk niet zo. Ik weet ook wel dat het die dag geheel mijn eigen schuld is, maar ik kan de oorzaak ervan niet achterhalen. Ook is het mij een totaal raadsel waarom we onszelf dit altijd maar weer aandoen. Blijkbaar wordt ons feitelijk geheugen ook geïnfecteerd met hormonale emotie? Want waarom is mijn favoriete outfit van gisteren, vandaag de meest ongelukkige keuze ooit?

Hoe schattig ik het kopieergedrag van kleine M. ook vind, ik gun hem deze twijfel niet. Gelukkig is hij van het andere geslacht, dus dit eeuwige getut zal met een beetje geluk aan zijn deur voorbij gaan.

Mannelijke aanstelleritis zit in het DNA

Gisteren kwam manlief thuis na een bezoek aan de tandarts. Er was een uur lang in zijn mond gestaard en men was tot de conclusie gekomen dat er onder andere twee verstandskiezen uit moeten. Tot mijn verbazing hoorde ik hem de rest van de dag er eigenlijk niet over, dus ik besloot ‘s avonds er toch nog even naar te vragen. En inderdaad, die kiezen waren de hele dag wel behoorlijk aanwezig geweest. Hoe kon het ook anders…. Wij vrouwen weten inmiddels dat mannen altijd meer pijn lijden dan wij. Het maakt niet uit hoeveel kinderen we nog baren of hoe vaak we met griep toch naar het werk gaan, een man heeft het altijd zwaarder. Het lijkt dus wel of het in het DNA van de man is vastgelegd. Nu wil ik natuurlijk niet alle mannen over een kam scheren, maar er zijn toch wel verdacht veel mannen die dit gedrag vertonen.

Toen ik gisteren hoorde dat die verstandskiezen wel nadrukkelijk aanwezig waren, had ik een déjà vu. Een half jaar daarvoor was manlief naar de mondhygiëniste geweest en was daar stevig aangepakt. In zijn gemopper kon ik hem geen ongelijk geven, want ik vind het ook verre van prettig. Ook toen had hij “last van zijn tanden”. Niet, zoals gebruikelijk een dag, maar wel een paar weken. Sinds hij wist dat hij beter moest stoken, had hij ineens last van zijn gebit. Je meent het…. echt waar? En gisteren na het bezoek aan de tandarts werd dus de ‘repeat knop’ ingedrukt. Ik hoorde weer eenzelfde verhaal. Ik herinnerde hem fijntjes aan het gesprek dat we destijds hadden, maar hij kon zich niet herinneren dat hij eerder zo’n last had gehad. Viel hij hier ter plekke door de mand? Voor de zekerheid vroeg ik het nogmaals en probeerde zijn woorden van toen letterlijk te herhalen. Nee, hij wist niets meer van die pijn. Ha, daar had ik hem te pakken! Zie je wel, het is dus toch aanstelleritis!

“Jij zou een goed proefkonijn zijn voor test met placebo’s” zei ik. Hij vond het lang niet zo grappig als ik. Of ik een oude kwetsbare man niet zo wilde aanpakken. Ai ai, hij had me hier ter plekke het blogonderwerp voor deze week in de schoot geworpen. Zou er al eens onderzoek zijn gedaan naar dergelijk gedrag van mannen? En hoe doen mannen dat dan als ze alleen zijn? Dan is er geen partner die ze verzorgt en lief naar ze luistert. Ik vermoed dat ze dan lang niet zo vaak kwaaltjes hebben.

Wel vrees ik dat ik na dit blog op de blaren moet zitten. Dit wordt me natuurlijk niet in dank afgenomen en ik kan hem geen ongelijk geven. De verstandskiezen zullen voorlopig nog wel pijnlijk aanwezig zijn. Ik zet me schrap voor als ze er straks allebei tegelijk uitgaan. Het zorgverlof zal ik alvast aanvragen…

Ps. Dit blog is geschreven met toestemming van het leidend of in dit geval ‘lijdend’ onderwerp.

Een heimelijk afspraakje met vrijheid

Heb je weleens het ultieme gevoel van vrijdheid ervaren? Het is niet de vrijheid die je voelt als je op vakantie bent, want dat is je onttrekken aan de dagelijkse gang van zaken. Niet een luchtbel van een paar weken, maar ik bedoel hét moment dat je opeens beseft: ik hoef niets en ik heb de tijd aan mezelf. Je denkt misschien van wel, maar als je eerlijk bent moet je altijd wel iets, al zijn het de dagelijkse boodschappen. Gehaast, dat is wat we zijn. We kunnen, of liever gezegd, willen niet wachten tot morgen.

Deze maand ben ik thuis. Ik had nog aardig wat vakantiedagen meegenomen van vorig jaar en zo kwam het opeens dat ik tweeënhalve week voor aanvang van mijn nieuwe baan al kon stoppen. Veel mensen vroegen me of ik die periode dan ook met vakantie zou gaan, maar dat kon niet worden gecombineerd met het werk van manlief. Zo erg vond ik dat ook niet, want op deze manier kon ik eindelijk eens koffie drinken met die vriendin, op vrijdagmiddag in de kroeg zitten en daarna naar het kinderdagverblijf alsof het een gewone werkdag was.

Nu ik niet ben vertrokken voor op zijn minst een stedentrip, vraagt iedereen me of ik me nog niet verveel. Je bent tenslotte thuis. En thuis….daar beleef je toch niets, daar staat de wereld stil. En inderdaad thuis staat de wereld stil maar weet je hoe heerlijk dat is? Na al die jaren ben ik thuis zonder me druk te maken over het werk en heb ik geen verantwoordelijkheden op dat gebied. Ik realiseerde me pas toen ik vorige week met kleine M. een wandeling maakte. Hij bepaalde het tempo en de afstand. Tergend langzaam liepen we van lantaarnpaal naar lantaarnpaal. Bij elke paal stopten want de paal moest worden aangezet, of in zijn taal: UIT. Terwijl we langzaam liepen overviel me het ultieme gevoel van vrijheid: bijna gewichtloos zonder zorgen met écht alle tijd van de wereld. Ik hoefde die middag helemaal niets behalve het aan/uit zetten van de lantaarnpalen. Het gevoel was als een warme winterjas en hij zat me als gegoten!

Ik realiseer me dat dit gevoel zeldzaam is, want je moet altijd iets. Het weekend is voor familiebezoek, lekker eten met vrienden of heel saai boodschappen en het huis aan kant. Heb je een snipperdag, dan is dat ook vaak met een reden. En vakantie? Dan zijn we vrij maar hoe vaak ervaar je dan het gevoel van echte vrijheid? Je hebt de stress onderweg, de spanning van het opzetten van je tent of de ergernis van je naaste buren die ‘s avonds luidruchtig zijn. Vakantie is het verplaatsen van je dagelijkse leven met het verschil dat je werk fysiek thuisblijft, maar wel meereist in je hoofd. Geen vrijheid dus.

Ik heb deze tweeënhalve week dagelijks een heimelijk afspraakje met echte vrijheid. Het voelt namelijk soms echt alsof je stiekem spijbelt, want zo hoort het eigenlijk niet. Wij Nederlanders zijn harde werkers en aan spijbelen hebben we een broertje dood. Toch is het elke dag weer een (h)eerlijke ontmoeting, ik kan het je aanraden. Nog een week….

Voor vrijdag een carnavalsoutfit graag

Dinsdagochtend kregen we een nieuwsbrief van het kinderdagverblijf met het verzoek om de kinderen vrijdag verkleed te brengen in verband met carnaval. Ontzettend leuk idee, want ik ben gek op (kinder-)carnaval, maar deze mededeling is wel een beetje aan de late kant. De reden om je kind naar het kinderdagverblijf te brengen is je werk. En de meeste ouders (lees: moeders) werken in ieder geval 3 dagen in de week. Dat betekent al snel dat je op dinsdagavond deze mail pas leest, woensdag en donderdag moet werken en het arme kind op vrijdag dus NIET verkleed gaat omdat mama geen tijd had om iets te verzinnen. Gelukkig ben ik in de aanloop naar mijn nieuwe werk vrij en zou ik dus tijd genoeg hebben om iets in elkaar te knutselen. De creativiteit van mijn moeder zit bij mij helaas niet de genen, dus een creatie even snel in elkaar draaien zie ik niet gebeuren.

Goede herinneringen heb ik aan carnaval tijdens de basisschooljaren. Altijd een leuke outfit door mijn moeder gemaakt, een school die enthousiast een praalwagen maakte en optochten in de vrieskou. Ik zou het daarom leuk vinden als kleine M. ook later met zoveel plezier aan deze traditie terugdenkt. Er is echter een probleem…die zelfgemaakte outfit zit er voorlopig niet in. Ik kan knopen aannaaien en een sok stoppen, maar van een lap stof een kek tenue maken is echt een brug te ver. Jaloers ben ik op mijn moeder met haar talent en creatieve oog. Ze ziet iets, slaat het op en kan het vervolgens zonder patroon namaken. Om een beetje in haar voetsporen te kunnen treden, kregen mijn zus en ik een naaimachine. Blij ben ik er zeker mee, maar hij staat nog onaangeroerd in de kast. Deze week ben ik vrij, komt er een verkleedpartijtje aan én staat er een naaimachine op me te wachten. Alle ingrediënten zijn er, op een na: mijn talent.

Goed, er komt dus geen zelfgemaakt pak. Iets kopen dan maar? Eigenlijk vind ik dat te makkelijk. Maar ja, als hard werkende moeder is dat wel het snelste. Ik heb online hier en daar gekeken en zag de leukste outfits: een lief aapje of een stoere leeuw, maar manlief vond dat zielig. Als Robin Hood? Heel schattig pakje maar gezien het drukke tijdstip, niet meer op tijd leverbaar. Voor alle andere dingen is hij nog veel te klein en als roze prinses verkleed gaan is pas écht zielig. Ook niets kant-en-klaars dus. Dan komt mijn lieve zus met een briljant plan: een timmerman. Hij heeft een fantastische toolbelt, een jeans tuinbroek en een geruit overhemd. Ergens heb ik nog een helmpje liggen, dus de timmermansoutfit is compleet. Super idee, zus bedankt! Nu alleen hopen dat hij de hamer niet demonstreert op een vriendje, want dan wordt de carnavalsherinnering een stuk minder leuk!

Toch zint het me niet dat ik niet zelf iets heb gemaakt. De warme herinneringen die ik aan carnaval heb, komen juist doordat mijn moeder me altijd zo geweldig optooide. En nu ik mijn eigen hummel mag optooien, staakt mijn brein met creatief denken. Misschien kan ik alvast iets verzinnen voor volgend jaar, dan heb ik daarna nog tijd genoeg om de naaimachine te leren kennen.

Van uitstel komt zeker geen afstel!

Anderhalve week geleden kondigde ik op het werk mijn vertrek aan. Ik wist dat ik nog wat vakantiedagen van vorig jaar had maar had me niet gerealiseerd dat ik hierdoor nog slechts 6 dagen hoefde te werken. Mijn ToDo lijst besloeg meerdere pagina’s en waar ik dacht iets weg te werkten, kwam er net zo veel werk voor terug. Mijn laatste werkdag zat me op de hielen. Een fijn gevoel natuurlijk, want het is het begin van een nieuw avontuur, maar het zinde me niet. Waarom had ik nog zóveel werk liggen? Het waren klussen die ik niet kon of wilde overdragen aan een collega en ik kon mijn opvolger toch niet met een berg werk laten beginnen?

De eerste week vloog voorbij en de lijst was nog net zo lang. Dan maar eerst weekend vieren en maandag met een schone lei beginnen, wie weet kon ik dan orde in de chaos scheppen. Maandag begon echter al net zo ongeordend als de dagen ervoor. Even knipperen met je ogen en het was lunchtijd, weer niets opgeschoten. Zo haastte de week zich naar donderdag, mijn laatste dag.

Het voede al die tijd alsof op vakantie ging, dus ik wilde mijn werk klaar hebben en mijn bureau opgeruimd. Het was echter alles behalve een vakantie, het was afscheid, een streep eronder en mijn sleutel inleveren. Had ik me dit echt niet gerealiseerd of was het uitstel van executie? Het is tenslotte niet niks om na 10 jaar te vertrekken.
Donderdagmiddag half 5 kon ik eindelijk beginnen met opruimen. Mijn vader leerde me vroeger: “wie wat bewaart die heeft wat”, maar hij doelde hier mee op het zuinig zijn met snoep. Ik heb zijn woorden iets te ver doorgevoerd in het dagelijkse leven waardoor ik nu stapels papieren door moest. Een verzameling van al die jaren, waarbij ik bij elke print heb gedacht dat het nog wel eens van pas zou komen. Klopt ook, maar ik heb het na gebruik niet weggegooid of keurig gearchiveerd. Stapels interessante artikelen voor mijn nieuwsbrieven, notulen van oude MT vergaderingen en een stuk of tien opzetten van projectplannen. Inmiddels uitgevoerd, verouderd of nooit van toepassing geweest. Weg ermee!

De grote opruiming ging gestaag en om 19:00 uur gooide ik de handdoek in de ring. De papierhandel was opgeruimd, maar de digitale documenten en mijn overvolle mailbox lagen nog op me te wachten. Hoe had ik ooit kunnen denken dat ik dit klusje in een uurtje kon klaren? Ik had hier duidelijk niet over nagedacht, want in gedachten was ik helemaal niet bezig met vertrekken.

De laatste stap in dit proces bleek een ware horde. Afscheid nemen van je werkfamilie valt niet mee en door mijn niet goed gearchiveerde lades en mappen kon ik het afscheid nog even uitstellen… Van uitstel komt zeker geen afstel, maar maandag ben ik er gewoon weer (voor een paar uurtjes).

De grootste twijfel aangepakt?

“Heb je straks even 10 minuten?” Ik vraag mijn baas met knikkende knieën en een misselijk gevoel van zenuwen, want ik moet hem iets vertellen. Al langere tijd ben ik er mee bezig, maar sinds twee weken heeft het serieuze vormen aangenomen. Het was wikken en wegen; een echte Sjors Twijfelt dus. En gisteren was het moment daar: de laatste twijfel werd weggenomen en de weg lag open. Een opluchting? Bijna…ik moest het nog vertellen.

Vanmorgen was daar dan het moment van de waarheid: na tien jaar (in wisselende samenstelling) trouwe dienst heb ik mijn baan opgezegd. Maar ja, hoe breng je dat? De avond ervoor had ik me daar aardig het hoofd over gebroken: “Ik moet je iets vertellen, ik ga (bij je) weg” Nee, dat klinkt teveel als een echtscheiding. “Ik dien hierbij mijn ontslag in” klinkt veel te formeel. “Sorry, maar ik stop ermee”. Niks geen sorry want het is toch juist leuk (voor mij)! Uiteindelijk weet ik niet eens meer wat ik heb gezegd want ik was te nerveus. De timing om op te zeggen is namelijk ronduit slecht, dus ik verwachtte het ergste. Boos, teleurgesteld, woest omdat ik op een cruciaal moment vertrek. Ieder denkbaar scenario had ik de revue laten passeren en ik was overal op voorbereid. Ieder denkbaar negatief scenario welteverstaan. Tot mijn verbazing reageerde hij echter heel positief, maar daar had ik helemaal geen rekening meegehouden! Het werd een prettig gesprek en ik kon bijna echt blij zijn met mijn nieuwe baan.

Eén horde genomen…. Nu de rest nog. Tijdens onze wekelijkse vergadering kondigde ik het aan. Ook zij reageerden positief. Fijn!
Bijna… de zwaarste hindernis kwam nu. Mijn fijne collega J. Hij wist nog van niets en was niet aangeschoven bij het overleg. Hier zag ik als een berg tegenop. Al 5 jaar werken we nauw samen en we zijn vrienden geworden. Ik wachtte tot hij achter zijn bureau zat en vroeg hem of hij even naar me wilde luisteren. In gebaren (hij is doof) legde ik hem uit dat ik een andere baan had gevonden. Verschrikt keek hij me aan. Hij begreep me niet helemaal, want dit was het laatste wat hij verwachtte. Daar waar ik zo tegenop had gezien gebeurde… Ik kon mijn tranen niet bedwingen en zei niets anders dan “sorry, sorry sorry”.

Hoe vastbesloten ik ook ben, opeens zag ik vandaag weer waarom ik daar 10 jaar lang toch met plezier heb gewerkt. Van je collega’s moet je het echt hebben. En juist op zo’n dag weet je ook weer wat of in dit geval wie je mist. Mijn lieve vriendinnetje en collega M. was er niet vandaag. Ziek thuis, voor haar heel vervelend en vandaag voor mij een groot gemis. Aan een blik hebben we altijd genoeg, maar vandaag moest het op afstand.

Nu de dag erop zit, het ei gelegd is en iedereen het weet kan ik eindelijk echt blij zijn met deze nieuwe stap. Mijn grootste twijfel heb ik aangepakt. Dit varkentje heb ik gewassen!
Blij ben ik met de nieuwe stap, maar de tranen biggelen over mijn wangen. Ik neem alvast een klein beetje afscheid van tien jaar….het einde van een tijdperk.

Nee is nee… toch?

Eerder heb ik al eens geblogd over mijn vurige wens om engelengeduld te hebben. De wens is er nog altijd, want deze is tot op heden niet uitgekomen. Het ‘tot tien tellen’ beheers ik tegenwoordig als geen ander, maar tien is vaak niet genoeg. En wie ooit beweert geen NEE te kunnen zeggen, moet vooral eens oefenen met een kind want NEE zeggen wordt dan tot een kunst verheven.

Kleine M. is zijn grenzen aan het verkennen en hoe! De hele dag door stelt hij je op de proef. Niet alleen je geduld, maar vooral ook je consequentheid wordt getest. Vreemd genoeg snapt een puber van 18 maanden (!) maar al te goed dat je als ouder eenduidig moet zijn, want je hoeft maar even te verslappen en hij heeft zijn zin.

Het begon met niet meer in de kinderwagen willen en inmiddels kunnen we niet meer door het park zonder te stoppen bij de glijbaan en daar minstens 20 keer van af te glijden. Niet alleen buiten, maar vooral ook binnen loopt hij de hele dag langs de zwaar bewaakte grens. Zijn kleine teen over de streep laat ik oogluikend toe, maar het blijft natuurlijk niet bij die teen. Haarfijn weet hij je te bespelen met een vertederende lach of een uitdagende blik. Een keer knipperen met je ogen en hij begeeft zich al op verboden terrein. Zo beukt hij met zijn bakfietsje tegen de pas beschilderde muren en na een zoveelste NEE vliegen de verfsplinters van de wand. Ook zal hij binnenkort wel een viervingerige hand hebben want hoe vaak zijn vingers al tussen de deur hebben gezeten. En toch blijven proberen… echte pijn schijn je je nooit meer helemaal te kunnen herinneren, dat zal bij hem dan ook wel het geval zijn.

Niet alles is negatief want vorige week ontdekte ik een nieuwe sociale vaardigheid: delen. Hij deelt graag alles met zijn vriendjes. De knuffel deelt mee in het avondeten en de auto drinkt vrolijk een glaasje melk mee. ‘NEE, kleine M. doe dat maar niet, de auto lust geen melk’. Helaas ik ben een schreeuwende in de woestijn want er ligt weer een plasje melk onder de auto. M. oogt tevreden, want hij heeft gedeeld met zijn vriendjes. Een groot hart, daar hou ik wel van. Het is alleen erg jammer dat hij hiervoor toch weer mijn NEE’s heeft genegeerd.

Ik begrijp ouders wel die het laten verslappen, want consequent blijven voelt soms als een onmogelijke taak. Als je kind niet eet, op de grond ligt en hysterisch begint te krijsen of alles door de kamer smijt dan overschrijd jij je eigen grens en geeft het toch maar zijn zin. Toch houd ik zo lang mogelijk mijn poot stijf en ben ik niet van plan te buigen voor zijn nukken. Al geef ik toe dat ik soms verslap omdat het ook heel aandoenlijk is hoe hij zijn knuffeltje mee laat eten. Delen, is ook een mooie eigenschap en dat maakt me dan weer trots. Het prinsengedrag mag hij echter achterwege laten, dat is voor als hij ‘s avonds prinsheerlijk in zijn bedje ligt.