Tag Archives: kinderen

Een wolf in het bos


Onrustig waren de laatste maanden. Zo op het eerste oog zou je dat niet zeggen maar het piepte en kraakte op meerdere fronten. We vergaten met z’n drieën om ons heen te kijken en te genieten van al het moois dat tegelijkertijd ook gebeurde. Moeten, moeten, moeten. We moesten van alles. Oh ja en mijn goede voornemen voor 2019? We moeten meer genieten. Daar ga je al….moeten… Genieten en moeten zijn twee werkwoorden die niet te rijmen zijn. Want moeten genieten wordt krampachtig en krampachtig genieten bestaat niet.
Lees verder!

Met een zuidwester en een windjack

Heel langzaam gaat de slaapkamerdeur open. Een slaperig hoofd steekt om de hoek en kijkt niet blij. Het is de laatste avond van de vakantie en de onrust voor de eerste schooldag giert door het kleine lijf.

Gaandeweg de zondag werd M. al stiller en veranderde zijn humeur in, op zijn zachtst gezegd, mopperig. “Ik wil niet, ik moet morgen uitslapen (nog nooit gedaan!), ik heb geen zin en ik vind school echt het stomste om te doen.” Ha, de eerste-schooldag-drempel heeft zich weer eens als horde opgeworpen.
Lees verder!

De grote boze wereld

“Mama, het Jeugdjournaal begint!” Vol enthousiasme zitten we elke dag klaar voor het Jeugdjournaal, maar hoe langer ik er naar kijk hoe meer ik me afvraag waar dat enthousiasme op gebaseerd is.

Dat de wereld niet harmonieus is en dat we niet allemaal verhalen kunnen zien over dartelende veulens of pasgeboren lammetjes, begrijp ik best. En het is goed dat een kind ziet hoe het er ergens anders op de wereld aan toe gaat, want het is natuurlijk niet overal zo vredig en ‘rijk’ als thuis. Maar hoe leg ik een hooggevoelig kind uit dat je in Amerika gewoon wapens kunt kopen en dat er te vaak schietpartijen op scholen plaatsvinden? Hoe leg ik uit dat er een heftige discussie over het Sinterklaasfeest is en dat dit tot vechtpartijen leidt?
Lees verder!

Twee foutjes


“Hoi M., je hebt twee foutjes in je werkschrift.” Met net een voet in het klaslokaal werd M. door zijn beste schoolmaatje liefdevol geconfronteerd met twee fouten in het rekenwerk dat hij gisteren had gemaakt. Liefdevol, ik benoem het expliciet want er zat geen enkel kwaad achter deze opmerking.

In mijn hoofd rezen echter direct allerlei vragen, want wat zou M. hier van vinden, doet het hem iets of laat het hem koud? Ik gunde hem het laatste maar het bleek het eerste. Zijn lichaamstaal verraadde hem, terwijl hij met man en macht probeerde te doen alsof er niets aan de hand was. Na wat aandringen gaf hij uiteindelijk toe dat hij toch wel ergens verdrietig over was. En ja, het ging natuurlijk over het werkschrift. En dan niet over de fouten, maar dat iemand in zijn schrift had gekeken, nota bene zijn beste vriend!
Lees verder!

Kijk eens goed


“Mama, je hoeft niet te blijven lezen hoor.” M’s opmerking brengt me even van mijn stuk. We lopen de trap op naar het klaslokaal en onderweg naar school heeft hij blijkbaar bedacht dat hij het verder wel alleen af kan. Deze nieuwe stap richting zelfstandigheid brengt me van mijn stuk op een positieve manier, want hoe anders was dit een jaar geleden. En wat is hij ontzettend ver gekomen! Verbazing maakt plaats voor trots, maar toch vraag ik voor de zekerheid of het echt niet nodig is.
“Nee mama, ga nou maar” en hij wendt zich tot zijn vriendjes.
Lees verder!

Onze dappere dodo

Och mensen, het einde van het schooljaar is alweer in zicht. Wat kan er veel gebeuren in zo’n jaar! Al vaker heb ik er iets over geschreven maar toch moet het nu nog een keer…

Vandaag kreeg M. zijn rapport uitgereikt en hij glom van trots! De juffen schreven louter lovende woorden over zijn doorzettingsvermogen, hoe dapper hij is (ook al denkt hij zelf van niet) en over de sprongen die hij heeft gemaakt. En daarmee raakten ze precies de kern. Want wat heeft hij hard gewerkt aan zijn zelfvertrouwen!
Lees verder!

Slapen zonder filter

Voor de tweede dag op rij zit ik op de rand van de hoogslaper. Een voet slaapt inmiddels maar de reden waarom ik op het bed zit, is zelf helaas nog lang niet in dromenland. Hij woelt en zucht want hij maakt zich grote zorgen. Een kind van zeven dat zich zorgen maakt, het zou niet moeten.
Lees verder!

Dag mama, ik ben weg!


“….en ik eet ook niet thuis!” Daar ging hij voor de tweede zondag op rij. Om tien uur ’s ochtends rende M. de deur uit voor een potje tennis met aansluitend een middag spelen. En met manlief die vaak in het weekend werkt, was het opeens akelig stil in huis. Wat was er gebeurd met onze pyjama-ochtenden en de (soms mateloos vervelende) stroom aan ‘zullen-we-samen-iets-doen-vragen’?
Lees verder!

Een beetje stuk


Noot van de schrijver: als ik onderstaande teruglees, dan leest het niet als Sjors Twijfelt. Dan mis ik een knipoog, een kwinkslag en mijn eigen schrijfstijl. Het zal je vanzelf duidelijk worden waarom ik nu zo ver van Sjors afsta.

Sjors zit een beetje stuk en als ik eerlijk ben mag je ‘een beetje’ wel weglaten. Ik voel me namelijk machteloos en dat is voor mij gekmakend. Want voor bijna alles heb ik een oplossing en ik kan overal een creatieve draai aangeven. Lees verder!

Hoe worden baby’s gemaakt?

“Papa, hoe worden baby’s gemaakt? Gebeurt dat net zoals bij kippen?” 

Tijdens een winderige maandagavond na zwemles stelt M. manlief voor een gewetensvraag, want hoe ga je dit beantwoorden? Lang leve de wind want de vraag kon daardoor nog even omzeilt worden: “sorry, zei je wat? Ik hoorde je niet door de wind. Wacht anders maar even tot we thuis zijn.” En eenmaal thuis was de vraag vergeten. Pfieuw, nu nog even niet.Maar ja, wanneer dan wel? Wanneer is het wel het moment om het uit te leggen? Je kan toch moeilijk zeggen dat het inderdaad net zoals bij kippen gaat. Komt die jongen op school en vertelt aan zijn vriendjes dat we uit een ei komen. Ik zie het al gebeuren, het arme kind. Nee dat moesten we maar niet doen.
Lees verder!

Gezocht: moederliefde

 

Vrijdagavond 13 november, je denkt de bijgelovige ongeluksdag goed overleefd te hebben. Alles is tenslotte nog heel en in je naaste omgeving is niks ten slechte gekeerd. Totdat de berichtgeving uit Parijs de huiskamer binnenkomt. Aanslagen, onschuldige slachtoffers en angst, heel veel angst. Het nieuws komt de huiskamer binnen en kruipt onder mijn huid. Ongeloof, onbegrip, vraagtekens maar ook angst, veel angst. 
Lees verder!

Peutergym: een opvoedkundige uitdaging

In alle vroegte staan wij op zaterdagochtend tegenwoordig in een gymzaal. Gymles speciaal voor peuters (en hun ouders). Een uur apenkooien en ondertussen kijken wat je kunt en leuk vindt. Je zou denken: een uurtje ontspanning. Nou dan heb je het mis! Ten eerste moeten ouders net zo fanatiek meedoen met voetballen en staarttikkertje. Tijdens het zwaaien aan de ringen en maken van koprollen worden we buiten schot gehouden. Tenzij je een kind hebt dat in alle toonaarden weigert aan de ringen te hangen of aan het touw te slingeren.

Noel Baker gymnasium Hij stort kermend ter aarde en roept: ik wihil dit niehiehiet! Ik probeer hem op alle mogelijke manieren te bewegen om toch even aan de ringen te hangen, maar zonder veel succes. De meeste andere kinderen zwieren er lustig op los, dus als ouder voel ik toch een lichte groepsdruk om mijn kind gemotiveerd te krijgen. En ook al weet ik dat dit niet het gewenste effect zal hebben, ik ben van mening dat je alles een keer moet proberen. 

Dit is de eerste opvoedkundige uitdaging van de zaterdag: op een positieve manier proberen je kind over de drempel te helpen en zijn grenzen te verleggen.
Naast het motiverende aspect van de ochtend is daar ook nog zoiets als ‘de andere ouders’. Terwijl wij Kleine M. uitleggen dat je netjes op je beurt moet wachten, laten sommige ouders hun opvoedkundige taak bij binnenkomst los en stormen kinderen de rij voorbij om als eerste op de trampoline te springen. ‘Concentreer je alleen op jezelf’ is ons motto en laat je niet van de wijs brengen. Maar hoe lastig is dat als andere kinderen wel mogen doen waar ze zin in hebben? M. houdt zich dapper staande en leert elke les beter op zijn beurt te wachten.

Ben ik dan echt de braafste moeder van de klas? Ben ik de enige die vind dat kinderen, hoe jong ook, moeten leren dat ze niet altijd als eerste aan de beurt zijn en niet altijd hun zin kunnen krijgen? Misschien ben ik té streng?

Elke week verbaas ik me weer over de ouders die hun kroost overal en nergens in de gymzaal laten spelen, terwijl de juf net uitlegt wat de bedoeling is van dat specifieke toestellenparcours. Natuurlijk wil Kleine M. ook veel liever met de bal spelen omdat hij die vreselijke ringen vervloekt. Maar als hij over een paar maanden naar school gaat zal hij toch ook dingen moeten doen die hij niet altijd leuk vindt? Moet ik hem dan zijn gang laten gaan? Dan kunnen we net zo goed naar de speeltuin gaan waar hij zelf mag bepalen waar en waarmee hij speelt. Ik betaal niet om rondjes te rennen in een gymzaal, ik betaal in de hoop dat M. zijn schroom overwint en zich zekerder voelt als hij straks naar school gaat. Deze gymles is er juist een van dingen samen doen. Het kan aan mij liggen, maar ik vind dat ik dan als ouder niet mijn kind in de gymzaal mag dumpen om 3 meter verderop me bezig te houden met belangrijker zaken zoals mijn smartphone.

Hulde aan de juf die wekelijks probeert de ouders in plaats van de kinderen het gareel te houden!

Tussen de sterren op zoek naar Tante

“Morgen gaan we naar een begrafenis” vertelde ik Kleine M. “Gaan we dan naar het strand, mama? En zijn daar dan ook bulldozers?” In mijn naïviteit had ik niet stilgestaan bij de indruk die mijn opmerking zou wekken. Begraven…graven…tja waar doe je dat? Op het strand natuurlijk met speelgoedbulldozers, schepjes en een emmer. Een logische gedachte voor een driejarige die niet bekend is met de dood. Helaas moest ik M. teleurstellen, geen uitstapje naar zon, zee en strand. Ondertussen zocht ik naarstig naar een andere toelichting over de dag van morgen. Het zou overigens ook geen begrafenis zijn maar een crematie, alleen uitleg over dat laatste ging me nog echt een stap te ver. Ik probeerde een versie waarbij Tante niet meer leefde en een fonkelende ster was geworden. Nog steeds niet te bevatten, maar een geruststellender en mooier idee dan een tante met bulldozers onder het zand begraven.

sterren_kijkenMet het beeld van een heldere sterrenhemel op het netvlies togen we naar de uitvaart. Een mooie plechtigheid waar vol eerbied en bewondering herinneringen werden opgehaald aan Tante. Tranen biggelden met regelmaat over mijn wangen en Kleine M. keek me dan met grote angstige ogen aan. Zijn moeder die zo huilde was hij niet gewend. Er moest iets mis zijn, maar wat dan? Afscheid nemen van een tante die nu een ster is, kon toch niet zo erg zijn? Hard je hoofd stoten of vallen met je kin op de stoep, daar moet je van huilen maar van sterren toch niet? Kleine M. gedroeg zich overigens als een voorbeeldige grote jongen. Hij bleef rustig zitten, keek in de kerk zijn ogen uit en was gefascineerd door de klokkentoren en het ‘gelui’. Enorm trots was ik op mijn kleine vriend.

De wonderlijke gedachtegangen van een kind. Waarom denk ik niet meer in overleden dierbaren die als sterren over ons waken? Waarom weten wij als volwassenen dat dit niet waar is? Het is tenslotte een mooie troostende gedachte dat ze vanuit het heelal over je waken. Tante had dit ongetwijfeld prachtig gevonden. Ze werd vandaag nog geroemd om haar advies het kind in jezelf nooit te verliezen. Misschien moet ik de kinderlijke logica vasthouden en toch eens vaker met een onbevangen blik naar de sterren turen?

Kleine M. was Tante nog niet vergeten en vroeg me: “Mama mag ik dan vanavond naar de sterren op zoek naar Tante?” “Hoe ga je dat dan doen want de sterren zijn heel ver weg.” “Ik ga dan met een raket naar de sterren en daar Tante zoeken”.

Lieve schat, hoewel het onmogelijk is, ga ik graag met je mee!

Ah mama mag het?

Zeg Sjors, waar blijft je twijfel? Was er geen twijfel mogelijk, was het een typisch geval van writersblock of misschien simpelweg gewoon geen zin? Ik geloof dat het vooral luiigheid was, een verslapping van de motivatie en van net te weinig tijd. Het jaar moet dan ook maar beginnen met dat ene goede voornemen: meer schrijven. Dus voor iedereen: hier ben ik weer!

De afgelopen maanden heb ik me met regelmaat verwonderd over de creatieve slimheid van een kind. Je kunt het nog geen slinksheid noemen, maar het heeft er verdacht veel van weg. Zelfs die puk van 2,5 weet precies hoe hij je moet bewerken. Als hij dit op zijn 25ste nog doet dan krijgt hij een slechte naam. Kind, je hebt het niet van mij!

mama_mag_hetZodra hij met gebogen hoofd naar me toe loopt, vlak voor mijn neus stopt dan weet je al genoeg. Hij tilt langzaam zijn hoofd omhoog, houdt het wat schuin en kijkt je vervolgens met grote ogen vol onschuld aan…(ik ben al bijna gezwicht). Hierna volgt een stortvloed aan complimenteuze woorden of een lieve (gemeende?) knuffel. De vleiende woorden hebben inmiddels het stadium bereikt van: “mooi mama!” als ik een kledingstuk voor de spiegel pas. Mijn antenne richt zich dan op wat komen gaat, ik ben alert en niet van plan toe te geven aan zijn grillen.

“Mammaaaaaaaa?” Ha, ja daar komt ie…. “Mama mag ik een berenkoek?”. Maar het toppunt is toch wel: “Ah mama mag het?”. Van wie heeft hij dat geleerd? Wie heeft hem geleerd om al paaiend zijn zin te krijgen?
Toch houden wij negen van de tien keer onze rug recht en zijn we niet te vermurwen. Kleine M. is dan diep, diep teleurgesteld. Zijn liefkozingen gaan naadloos over in een Griekse tragedie. Dikke krokodillentranen biggelen over zijn wangen en als het aan hem ligt vergaat de wereld binnen het uur. En wat doe je dan? Ik probeer me in te houden en vooral niet te lachen. Hij denkt blijkbaar nog altijd dat hij ons hiermee op andere gedachten kan brengen.
Begrijp me niet verkeerd, ik vind het heerlijk dat hij alles uit de kast haalt en steeds slimmere trucs uithaalt om zijn doel te bereiken. De vraag is meer: hoe ga je daar mee om?
Blijf je streng en houd je voet bij stuk, geef je hem toch af en toe zijn zin?
Vaak genoeg ben ik streng, misschien wel een beetje te streng… Op het moment dat hij heel hard om zijn vader roept dan weet ik genoeg. Zijn kansen zijn verkeken en hij heeft schoon genoeg van mij. Gelukkig weet ik hem meestal vrij snel op andere gedachten te brengen door een afleidingsmanoeuvre. De berenkoek is dan net zo snel vergeten als dat hij in zijn gedachten is opgekomen.

Dit jaar ga ik vooral genieten van dit gedrag, lachen in mijn vuistje en zo heel af en toe toch eens toegeven. Het blijft tenslotte een spel en hij mag ook best wel eens als winnaar uit de bus komen.