
Geen snoepjes aannemen van vreemden en niet met vreemde mannen meegaan. Heel veel spannender werden de waarschuwingen vroeger niet. Neemt niet weg dat onze ouders ons nog steeds in zeven sloten tegelijk zagen lopen en dat zij zich (soms terecht) zorgen konden maken.
Die zeven sloten waren toen een stuk overzichtelijker dan de sloten van tegenwoordig. Toen ik kind was spraken we met angst en beven over kinderlokkers en potloodventers, maar de kans dat je in die sloot zou lopen was goddank bijzonder klein. De termen namen mythische vormen aan en in je engste fantasieën zag je ‘dat soort mannen’ achter elke boom of struik verstopt staan.
De zeven sloten van onze nieuwe, jonge generaties lijken aanzienlijk dieper en onheilspellender dan toen ik zo oud was. We leren onze kinderen nog steeds rechts-links-rechts te kijken bij het oversteken en vertellen nog altijd niks van vreemden aan te nemen, maar dat is lang niet meer voldoende. Als ouders moet je bij blijven om je kinderen ook de zeven sloten van deze tijd te leren ontwijken.
Verleidingen op social media, ruzies in appgroepen of explicite foto’s en video’s die het daglicht niet kunnen verdragen. Dat zijn de nieuwe zeven sloten waar kinderen dagelijks mee geconfronteerd worden. Je kunt doen alsof het voor kinderen van basisschoolleeftijd niet bestaat, maar helaas is dat een naïeve gedachte. Trek je dan de stekker uit het internet? Geef je ze geen mobiel? Mogen ze niet gamen? Natuurlijk moet iedereen doen wat goed voelt en wat bij zijn of haar opvoeding past, maar ik ben van mening dat door verbieden je een belangrijke deur dichtgooit.
Door iets te verbieden gooi je namelijk de communicatiedeur dicht. Mag iets bij jou niet, dan gebeurt het wel bij een vriendje en kun je vervolgens alleen maar hopen dat er thuis over wordt gesproken. Natuurlijk hoef je niet alles in huis te halen, maar je kunt wel altijd interesse tonen. Zelf heb ik gemerkt dat door te vragen of je eens mee mag kijken, je een heel ontspannen gesprek kunt voeren. En door samen door appgroepen heen te scrollen, je heel goed met elkaar kunt praten over hoe je je gedraagt in zo’n groep.
Want voor ons volwassenen is het al ingewikkeld, laat staan voor een kind. Als iemand boos wordt, omdat jij nogal kort reageert via Whatsapp dan heeft dat begeleiding nodig. Als je afspraken maakt om in een game elkaar niet af te maken en het vervolgens toch gebeurt, dan is het goed om te praten over hoe je daar mee omgaat. En wat als je opeens met jouw idool in een livestream zit en je krijgt een oneerbaar voorstel… die zeven sloten hadden we vroeger niet. Dat ze er nu wel zijn, betekent dat wij ze niet mogen negeren.
Praat er over en probeer er open in te staan. Als we onze kinderen laten merken dat ook deze sloten bespreekbaar zijn, dan kunnen we (dreigende) misstappen samen oplossen en is gedeelde smart halve smart. Bijkomend voordeel? Naast delen in halve smart mag je ook meedelen in successen en maak je je onsterfelijk bij vriendjes. “Wat?!?! Weet jij hoe die game werkt? Speel jij het soms ook?”






Lastig is het op dit moment voor ons allemaal. De een heeft een huis vol kinderen en probeert alle werk-, school- en huishoudballen in de lucht te houden, de ander is alleen en heeft niemand om voor te zorgen maar ook niemand om van dichtbij mee te delen. De een mist zijn werk, de ander de vriendschappen maar allemaal leren we hoe het is om achter de geraniums te belanden.
Drie weken geleden stond ik schouder aan schouder in een bomvolle ijshal ‘s werelds topschaatsers toe te juichen. We grapten nog dat als hier toch eens iemand tussen zou zitten met corona, het aantal besmettingen vanuit Friesland drastisch zou toenemen. Toen lachten we nog, toen maakten we er nog grapjes over, toen was een doemscenario nog ondenkbaar. Althans dat wilden we graag, we wilden graag dat het ondenkbaar was. We wilden graag blijven geloven in onze onaantastbaarheid. Dat virus zou ons niet bereiken, welnee en als wel? Dan zou het toch nooit zo’n vaart nemen als in China of Italië. Alsof een virus zich iets aantrekt van landsgrenzen, van rangen of standen. Toen waren we nog (bewust) naïef want stiekem wisten we het natuurlijk al wel. 



“Waarom wil jij eigenlijk niet in het oranje naar school? Iedereen mag in het oranje gekleed voor de Koningsspelen.”
Op een doorsnee maandagochtend fiets ik de vaste route naar mijn werk. Ik zigzag tussen krioelende fietsende pubers door, sorteer strategisch voor bij het stoplicht en voer het tempo doorgaans nog eens op. Niks anders dan anders, maar gaandeweg de tocht lijkt het alsof er geluiden wegvallen en mijn oren gefocust raken. Gek eigenlijk want het is vooral een grote bak herrie zo ‘s ochtends tijdens het spitsuur in de stad.