
“Mam, ik wil je zo graag omhelzen. Mag dat?” Ik vroeg het aan mijn moeder deze zomer, toen we al een paar dagen niemand anders hadden gezien dan elkaar. Het voelde daarom veilig, maar toch ook stiekem. Mensen omhelzen is sinds maart geen optie meer, althans niet als je hen wilt beschermen tegen een mogelijke corona besmetting. En van alles wat er niet meer of alleen beperkt mag, vind ik het niet aanraken het ergste.
Verder lezen…







“Rustig aan hoor mevrouw, ik heb geen haast” zei ik tegen de hoogbejaarde dame die de caissière aan de praat hield. De caissière had mij eerder verontschuldigend aangekeken, maar ik kon me er niet druk om maken. Achter mij stond niemand te wachten en ik was inmiddels gewend aan een leven in een lagere versnelling dus kon ik oprecht genieten van het gesprek over haar zus die slecht ter been was, de buurman die af en toe kwam vragen hoe het ging en nee hoor de boodschappen die bleef ze lekker zelf doen. “Anders ga ik dood van eenzaamheid, schat”. En ik kon haar geen ongelijk geven want hoeveel we ook proberen om onze kwetsbaren te beschermen, de eenzaamheid kan, net als Corona, ook levens verwoesten. 
Lastig is het op dit moment voor ons allemaal. De een heeft een huis vol kinderen en probeert alle werk-, school- en huishoudballen in de lucht te houden, de ander is alleen en heeft niemand om voor te zorgen maar ook niemand om van dichtbij mee te delen. De een mist zijn werk, de ander de vriendschappen maar allemaal leren we hoe het is om achter de geraniums te belanden.
Drie weken geleden stond ik schouder aan schouder in een bomvolle ijshal ‘s werelds topschaatsers toe te juichen. We grapten nog dat als hier toch eens iemand tussen zou zitten met corona, het aantal besmettingen vanuit Friesland drastisch zou toenemen. Toen lachten we nog, toen maakten we er nog grapjes over, toen was een doemscenario nog ondenkbaar. Althans dat wilden we graag, we wilden graag dat het ondenkbaar was. We wilden graag blijven geloven in onze onaantastbaarheid. Dat virus zou ons niet bereiken, welnee en als wel? Dan zou het toch nooit zo’n vaart nemen als in China of Italië. Alsof een virus zich iets aantrekt van landsgrenzen, van rangen of standen. Toen waren we nog (bewust) naïef want stiekem wisten we het natuurlijk al wel. 
